Meer
Publicatiedatum: 03-06-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Lokale heffingen

Lokale heffingen

Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen

De diverse verordeningen belastingen en heffingen zijn in december 2018 vastgesteld. In de begroting is uitgegaan van het nieuwe niveau van de tarieven. Waar dat mogelijk is en wettelijk is toegestaan zijn de tarieven van 2019 verhoogd met de pbbp (prijs bruto binnenlands product) index van 2,4%. Een uitzondering hierop vormen de tarieven voor afval en riolering. Deze tarieven zijn gebaseerd op kostendekkendheid.

Kaderstellende documenten
De vastgestelde verordeningen belastingen en heffingen.

Overzicht geraamde inkomsten
In het hierna volgende overzicht staan de in onze gemeente geldende belastingen en heffingen.

Programma

 Lokale belastingen en heffingen

 (bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018 Begroting 2019 (incl. wijzigingen) Jaarrekening 2019
1 Algemeen plaatselijke verordening               24 45 22
0 Leges publiekszaken             505 166 367
0 Reclamebelasting               86 40 40
8 Leges omgevingsvergunning             640 626 649
3 Toeristenbelasting             180 148 180
7 Begrafenisrechten             138 150 137
7 Afvalstoffenheffing (excl. kwijtscheldingen)          2.873 2.946 3.144
7 Rioolheffing (excl. kwijtscheldingen)         2.604 2.763 2.745
0 Onroerendezaakbelasting          4.393 4.413 4.440
0 Precariorechten          1.718 1.900 2.081
  Totaal        13.160 13.197 13.804

Algemeen plaatselijke verordening (APV)

De opbrengst van de APV is € 23.000 lager dan geraamd. De opbrengsten zijn afhankelijk van de vraag en liggen in lijn met het jaar 2018.

Leges publiekszaken

De leges inkomsten zijn € 200.000 hoger dan geraamd. In de begroting 2019 waren deze baten per abuis te laag opgenomen. Daarnaast varieert de vraag naar reisdocumenten en rijbewijzen jaarlijks.

Reclamebelasting

De werkelijke baten zijn gelijk aan de begroting.

Leges omgevingsvergunning

De leges van de omgevingsvergunning zijn iets hoger dan geraamd. 

Toeristenbelasting

De baten zijn gelijk aan die van 2018. 

De inkomsten van de Toeristenbelasting uit programma 3 zijn toegevoegd aan de reserve Recreatie en Toerisme.

Afvalstoffenheffing

De opbrengst van de afvalstoffenheffing laat een positief verschil ten opzichte van zowel de begroting als de jaarrekening 2018 zien. In 2019 zijn de sorti-bakken (grijze containers) vaker aangeboden dan geraamd. Het aantal aangeboden sorti-bakken 2019 ligt in lijn met 2018.

Rioolheffing:

De baten rioolheffing waren nagenoeg gelijk aan de begroting en hoger dan de baten in de jaarrekening 2018. De baten zijn ten opzichte van de jaarrekening 2018 hoger omdat de tarieven zijn verhoogd in ons streven naar 100% kostendekkendheid.

Onroerendezaakbelasting:

De werkelijke opbrengst van de OZB was (bijna) gelijk aan de verwachte opbrengsten. 

Precariorechten

De opbrengst precariorechten werd tot en met 2018 in de voorziening precario gestort vanwege de mogelijkheid van bezwaar. Begin 2020 is de gerechtelijke procedure gestopt. Als gevolg daarvan is de betreffende voorziening vrijgevallen. In bovenstaand overzicht is de bate die betrekking heeft op belastingjaar 2019 opgenomen.

Afval en Riolering

Kostendekkendheid

De gerealiseerde kostendekkendheid van de tarieven is:

Soort

Dekkingspercentage begroot

Dekkingspercentage werkelijk

Afval

100%

99,6%

Riolering

98,6%

95,4%

 

Omgevingsvergunningen

De tariefstelling ten aanzien van de diverse omgevingsvergunningen is niet van een dergelijke omvang dat volledige kostendekkendheid kan worden bewerkstelligd. Een volledige kostendekkendheid kan niet worden gerealiseerd omdat dan de tarieven voor bepaalde vergunningen (bijvoorbeeld evenementenvergunningen) zodanig zouden moeten stijgen dat de hoogte van de leges niet meer in verhouding staat tot de activiteit.

Kostendekkendheid

Het dekkingspercentage van de omgevingsvergunningen was 83% (begroot was 68%). 

De kosten voor de invoering van de Omgevingswet waren in 2019 lager dan geraamd, hierdoor is de kostendekkendheid hoger. Het resterende budget voor de invoering is toegevoegd aan de reserve invoering omgevingswet.

Lokale lastendruk

De “Atlas van de lokale lasten 2019” (COELO) geeft voor onze gemeente het volgende rangnummer (nummer 1 heeft de laagste woonlasten, nummer 355 de hoogste):

  • Woonlasten meerpersoonshuishouden eigenaar-bewoner rangnummer 107 (2018 nr. 127)

Beleidsindicatoren

De beleidsindicatoren die betrekking hebben op woonlasten en gemiddelde WOZ waarde zijn opgenomen in programma 8.

Kwijtscheldingsbeleid
Voor de onroerendezaakbelastingen en de heffingen voor riool- en afvalstoffenheffing, zoals die elk jaar gecombineerd worden opgelegd, kan kwijtschelding worden verkregen. Bij kwijtschelding vindt een vermogenstoets en een inkomenstoets plaats. De gemeente moet hiervoor een norm vaststellen. Deze norm wordt gerelateerd aan de bijstandsnorm. In onze gemeente is de kwijtscheldingsnorm gelijk aan de bijstandsnorm (100%).

Het aantal verleende kwijtscheldingen in 2019 was 590 (in 2018 was dit 604).

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Een juist oordeel over de toereikendheid van de weerstandscapaciteit kan alleen maar worden gegeven als er een juist en volledig beeld bestaat van de risico’s, de kans hierop en de eventuele financiële gevolgen. Daartoe wordt jaarlijks een risicoprofiel opgesteld.

Kaderstellende documenten
Beleidskader reserves en voorzieningen.
Beleidskader vaststelling bedrag post onvoorzien.

Inventarisatie van de risico’s en het weerstandscapaciteit

Risicoprofiel:
In onderstaande tabel benoemen we de risico’s en schatten daarbij de factoren "kans" (dat het risico zich voordoet) en "invloed" (de impact als het risico zich voordoet) in. De top tien van risico’s , gesorteerd naar invloed op de weerstandscapaciteit, geeft het volgende beeld.

Risico Kans Maximaal financieel gevolg Invloed Totaal risico
Uitgaven Decentralisatie Jeugd en WMO overschrijden de geraamde bedragen 50% € 3.000.000 44% € 1.500.000
Mogelijke WW verplichtingen tijdelijk personeel 25% € 1.000.000 7% € 250.000
Tegenvallende resultaten grondexploitaties 15% € 1.500.000 7% € 225.000
Borgstellingen 1% € 25.000.000 7% € 250.000
Financiële consequenties invoering BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) 50% € 1.000.000 15% € 500.000
Financiële tegenvallers grote projecten 10% € 2.000.000 6% € 200.000
De uitkering uit het gemeentefonds is in een volgende circulaire mogelijk lager dan verwacht. 50% € 1.000.000 15% € 500.000
Totaal   € 34.500.000 100% € 3.425.000

De genoemde maximale financiële gevolgen zijn relatief. Een risico met een groot maximaal financieel gevolg kan op basis van de “kans” en “invloed” een relatief beperkte invloed op het aan te houden minimale weerstandscapaciteit hebben. Omgekeerd kan een klein maximaal financieel gevolg een grote invloed hebben.

Bepalen weerstandscapaciteit:
De benodigde weerstandscapaciteit is berekend op € 3,43 miljoen. De weerstandscapaciteit is € 10,2 miljoen. Dit betekent dat wij in staat zijn om met de huidige weerstandscapaciteit ook grotere risico’s het hoofd te kunnen bieden.

In onderstaande tabel wordt de weerstandscapaciteit weergegeven. De bedragen zijn gebaseerd op de balans ultimo 2019.

Incidenteel weerstandsvermogen (bedragen x € 1.000)  
Algemene reserve ultimo 2019:  
Algemene reserve deel buffer 7.500
Algemene reserve vrij deel 2.711
Totaal algemene reserve 10.211

Het beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's
Jaarlijks worden de risico’s geïnventariseerd. Daarnaast berekenen we het beschikbare weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen moet minimaal de berekende risico’s kunnen dekken.

Kengetallen

De vijf voorgeschreven kengetallen die onder andere met behulp van de bovenstaande geprognosticeerde balans zijn berekend, luiden als volgt:

Kengetallen Rekening 2018 Begroting 2019 Rekening 2019
1 Netto schuldquote 51,6% 42,0% 35,3%
  Netto schuldquote excl. verstrekte leningen 35,6% 42,0% 35,3%
2 Solvabiliteitsratio 27,2% 26,2% 21,9%
3 Structurele exploitatieruimte -8,6% 0,0% -7,7%
4 Grondexploitatie 2,2% 2,5% 2,9%
5 Belastingcapaciteit 94,3% 94,1% 97,9%

 

Netto Schuldquote
In 2019 nam de netto schuldquote van de gemeente af. Dit komt omdat de verhouding tussen het saldo van de schulden en de baten is verbeterd. De schuldquote van Opsterland bevindt zich ruim binnen de in de theorie genoemde (en door de VNG gehanteerde) grens van 130 procent.

Netto Schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen aan derden)
De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen aan derden geeft inzicht in de schulden minus de leningen die zijn afgesloten om één op één door te verstrekken aan de verbonden partijen. In 2019 zijn de aan de woningbouwcorporaties doorgeleende leningen volledig afgelost. De schuld quote daalt. De oorzaak is hiervoor bij Netto Schuldquote aangegeven. 

Solvabiliteitsratio

De solvabiliteit van de gemeente neemt ten opzichte van de jaarrekening 2018 iets af. Solvabiliteit is de verhouding tussen leningen en eigen vermogen (reserves). De afname komt doordat de gemeente geld leent voor investeringen. Daarnaast zet de gemeente de bestemmingsreserves in om de gemaakte beleidsafspraken uit te voeren. De gemeente vindt het solvabiliteitspercentage aanvaardbaar.

Structurele exploitatieruimte

Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen wordt gedekt. Een negatief percentage houdt in dat structurele lasten incidenteel gedekt worden. Het kengetal drukt dus niet uit of sprake is van een begrotingstekort of –overschot. Een overzicht van de incidentele lasten en baten is opgenomen in de jaarrekening.

Grondexploitatie

Het kengetal grondexploitatie geeft inzicht in de waarde van de gronden ten opzichte van de totale baten van de gemeente. Het percentage geeft aan dat Opsterland geen bovenmatige risico’s op de grondexploitaties loopt afgezet tegen de omvang van de begroting. Daar komt bij dat de gemeente met de algemene reserve ook nog over voldoende weerstandsvermogen beschikt.

Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit wordt berekend met de tarieven voor een meerpersoonshuishouden. Bij een percentage hoger dan 100 zijn de woonlasten hoger dan het landelijk gemiddelde. Bij een percentage lager dan 100 zijn de woonlasten lager dan het landelijk gemiddelde. De woonlasten bevinden zich onder het landelijk niveau.

Onderhoud kapitaalgoederen

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor het beheer van de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen. Deze openbare ruimte bevat voorzieningen die we uit kapitaalgoederen noemen. Dit zijn wegen, wegbebakening, straatmeubilair, riolering, civiele kunstwerken (bruggen e.d.), openbaar groen, openbare verlichting en gebouwen. Het onderhoud hiervan is van belang voor de leefbaarheid en veiligheid in onze gemeente. Daarnaast is goed onderhoud van belang om kapitaalverlies te voorkomen.

In het Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte 2014-2018 (hierna: BKP) zijn de kwaliteitsniveaus van de arealen (te onderhouden kapitaalgoederen) openbaar groen, verhardingen en kunstwerken vastgelegd door de gemeenteraad (13 mei 2013). Hierin heeft in 2017 een herijking plaatsgevonden (notitie Kapitaalgoederen) om kapitaalvernietiging te minimaliseren. Het onderhoud van deze arealen is daarbij gedifferentieerd naar gebruik. Netjes waar het moet, sober waar het kan. De ambitieniveaus voor de riolering zijn vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 (GRP).

Kaderstellende documenten

Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte 2014-2018 (BKP)
Aanpassingen Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte op openbaar groen (vastgesteld 15-10-2015)
Notitie kapitaalgoederen 2017
Beheerplan onderhoud sportvelden (2008)
Beleidsnota Licht in de Duisternis (2009)
Gemeentelijk rioleringsplan 2015-2019 (GRP)
Gemeentelijk verkeer en vervoerplan 2010 Bereikbaar zijn en blijven (GVVP)
Evaluatie Gemeentelijk verkeer en vervoerplan 2010
Inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland 2014

Wegen en verhardingen

Kerncijfers

De gemeente heeft ongeveer 2,7 miljoen m2 verharding in beheer. Deze bestaat voor 58% uit asfalt, 40% elementenverharding (klinkers, tegels e.a.) en 2% beton. De totale verharding vertegenwoordigt een geschatte waarde van ongeveer € 175 mln.

Onderhoudsniveau 2019

Het gewenste kwaliteitsniveau van de verhardingen is vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan openbare ruimte 2014-2018 (BKP). Om kapitaalvernietiging te voorkomen is aanvullend in september 2017 de Notitie kapitaalgoederen vastgesteld waarmee de ambitie is uitgesproken om alle arealen op een basis niveau te onderhouden. De huidige onderhoudstoestand is hieronder weergegeven en op onderdelen lager dan de ambitie. Dit komt omdat sinds 2017 wordt gewerkt aan het verhogen van alle lagere niveaus. Het vraagt een langere doorlooptijd (>5 jaar) om de arealen terug te brengen op een basisniveau. Daarnaast wordt er tweejaarlijkse geinspecteerd. De weergave hieronder is op basis van de inspectie uit 2018. De verwachting is dat de situatie in 2019 een beter beeld laat zien dan de weergave. In 2019 is € 1.903.000 uitgegeven.

Areaal Hoeveelheid Kwaliteitsniveaus beheer en onderhoud verharding per structuurelement
Bedrijven terreinen Buiten gebied Centra Groen gebieden / Parken Hoofd wegen Woon gebieden
Fietspaden 85km Hoog Basis Hoog Zeer Hoog Basis Hoog
Parkeervoorzieningen 11,2ha Basis Laag Laag Zeer Hoog Laag Laag
Wegen 397km Basis Laag Laag Zeer Hoog Hoog Laag
Voetpaden / trottoirs 124km Laag Hoog Laag Laag Laag Basis

Kwaliteit (CROW) op basis van inspecties en prognoses 2018 (in 2019 is geen inspectie uitgevoerd, dit gebeurt tweejaarlijks).

Riolering

Kerncijfers

In de gemeente ligt meer dan 350 km riolering onder de grond. Hiervan is 214 km vrijverval en 137 km mechanische riolering. Daarnaast zorgen 558 gemalen, 112 IBA’s (reinigingsstations op perceelniveau) en 5 bergbezinkvoorzieningen voor de verwerking van afval- en hemelwater. De totale installatie vertegenwoordigt een geschatte waarde van ongeveer € 146 mln.

Onderhoudsniveau 2019

Het gewenste kwaliteitsniveau van de riolering is vastgelegd in het Gemeentelijke Rioleringsplan 2015 – 2019 (GRP). De huidige onderhoudstoestand is hieronder weergegeven en op onderdelen lager dan de ambitie. Dit heeft te maken met de doorlooptijd (>10 jaar) om het totale areaal aan te passen. In overeenstemming met het GRP was in 2019 ruim €1 mln beschikbaar voor onderhoud en vervanging. Tot 2040 is er voldoende budget om het vastgestelde ambitieniveau te handhaven.

Gemeentelijke watertaken Kwaliteitsniveau's per structuurelement
Centrum Woon-gebieden Bedrijven-terreinen Buiten-gebied
Afvalwater inzameling van afvalwater Basis Basis Basis Basis
transport van afvalwater Basis Basis Basis Basis
Hemelwater inzameling van overtollig hemelwater Basis Basis Basis  n.v.t.
verwerking van hemelwater in riolen Basis Basis Basis  n.v.t.
verwerking van hemelwater in openbare ruimte Laag > Basis Laag > Basis Laag > Basis  n.v.t.
Grondwater inzameling van grondwater Basis > Laag Basis > Laag Basis > Laag  n.v.t.
verwerking van grondwater Basis Basis Basis  n.v.t.

Kwaliteit (CROW) op basis van inspecties en prognoses (2019)

Vaarwegen en kunstwerken (water)

 Kerncijfers

Opsterland kent een variatie aan civiele kunstwerken die voor een deel verbonden zijn aan de recreatieve vaarroutes. De objecten in eigendom van de gemeente zijn hieronder weergegeven.

 

Civiele kunstwerken
  Aantal
Bruggen (beweegbaar) 17 stuks
Bruggen (vast) 28 stuks
Bruggen (hout) 96 stuks
Kademuren 6.860 m1
Oeverconstructies 26.734 m1
Vaar-recreatieve voorzieningen 36 stuks
Duikers 4 stuks
Tunnels* 4 stuks
Sluizen 1 stuks

*Van drie tunnels heeft de gemeente het dagelijks beheer. Het eigendom ligt bij de Provincie Fryslân of Rijkswaterstaat
Het totale areaal kunstwerken vertegenwoordigt een geschatte vervangingswaarde van ongeveer € 55 mln.

Onderhoudsniveau 2019

Het gewenste kwaliteitsniveau van kunstwerken e.a. is vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan openbare ruimte 2014-2018. Binnen het begrote budget zijn de kunstwerken / voorzieningen op de vastgestelde niveaus onderhouden. Groot onderhoud is gedekt vanuit de voorziening. Hier is in 2019 de jaarlijkse bijdrage van € 257.000 aan gedoteerd. De totale uitgaven aan onderhoud waren in 2019 circa € 0,5 mln. 

Areaal Kwaliteitsniveaus beheer en onderhoud verharding per structuurelement
Bedrijven terreinen Buiten gebied Centra Groen gebieden / Parken Hoofd wegen Woon gebieden
Bruggen (beweegbaar)  n.v.t. Basis Basis  n.v.t. Basis Basis
Bruggen (vast)  n.v.t. Laag Basis  n.v.t. Laag Basis
Bruggen (hout)  n.v.t. Laag  n.v.t. Basis Basis Basis
Kademuren  n.v.t. Basis Basis  n.v.t.  n.v.t. Basis
Oeverconstructies  n.v.t. Basis  n.v.t.  n.v.t.  n.v.t. Basis
Vaarrecreatieve voorzieningen  n.v.t. Basis Basis  n.v.t.  n.v.t. Basis

Kwaliteit (CROW) op basis van inspecties en prognoses (2019)

Groen

Kerncijfers

Opsterland is een groene gemeente met een diversiteit aan openbaar groen. De grootste arealen zijn hieronder weergegeven.

Openbaar groen
  Aantal
Bomen 49.000 stuks
Bosplantsoen 900.000 m2
Sierbeplanting 75.000 m2
Hagen 9.500 m1
Grasveld 965.000 m2
Bermen/ruigte 1.893.000 m2
Watergangen/vijvers 590.000 m2
Parkmeubilair 800

stuks

Onderhoudsniveau 2019

Het gewenste kwaliteitsniveau van het openbare groen is vastgelegd in het Beeldkwaliteitsplan openbare ruimte 2014-2018 (BKP). In 2019 was € 1.964.000 beschikbaar voor het beheer en onderhoud van het areaal. Hiervoor is het areaal in overeenstemming met de vastgestelde ambities (CROW) onderhouden.

Beeldkwaliteit  

Centra

Woon gebied

Hoofd wegen

Bedrijven terrein

Groen gebieden / parken

Buiten gebied

Begraaf plaatsen

Bomen

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Bosplantsoen

Basis

Basis

Laag

Laag

Laag

Laag

Basis

Sierbeplanting

Basis

Basis

Basis

Laag

Basis

Laag

Hoog

Hagen

 n.v.t.

Basis

Basis

Basis

Laag

Laag

Hoog

Grasveld

Basis

Laag

Laag

Laag

Laag

Laag

Hoog

Bermen

 n.v.t.

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Kruidenrijk gras

Basis

Laag

Laag

Laag

Laag

 n.v.t.

Basis

Watergangen/vijvers

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Parkmeubilair

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Hoog

Kwaliteit (CROW) op basis van inspecties en prognoses (2019)

De werkzaamheden aan het openbaar groen zijn deels uitgevoerd door de eigen dienst en Caparis.

In het areaal bomen komt ziekte voor (o.a. essentaksterfte en kastanjebloedingsziekte), waardoor op korte termijn (<5jr) de veiligheid van deze bomen niet kan worden gewaarborgd. In 2019 zijn daarom 260 zieke bomen gekapt. Hiervoor is herplant gepleegd.

Gebouwen

Kerncijfers

De gemeente heeft 53 gebouwen in beheer en eigendom. Het gemeentelijk vastgoed heeft een herbouwwaarde van circa € 63 mln.

Gemeentelijk vastgoed
Functieomschrijving Aantal
Bedrijfsvoering 11
Maatschappelijk 14
Monumentaal 8
Voormalige scholen en leegstaande gebouwen 6
Dorpshuizen 5
Overig 9
Totaal gebouwen 53

Onderhoudsniveau 2019

Het grootste deel (90%) van de gebouwen is in 2019 onderhouden op basis van de kwaliteit ‘instandhouding’. Dit betekent dat aan de gebouwen werkzaamheden zijn verricht om het gebouw te behouden in de staat waarin het zich bevindt. Deze gebouwen voldoen daarmee voor het onderhoudsniveau aan de gestelde bestekskwaliteit. De overige gebouwen (10%) waren in 2019 niet meer in gebruik of zullen binnenkort niet meer in gebruik zijn en worden verkocht of gesloopt. Aan deze gebouwen is het minimaal noodzakelijke onderhoud gepleegd.

Voor het planmatig onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is een voorziening beschikbaar. In 2019 is de jaarlijkse bijdrage van € 731.000 gedoteerd aan deze voorziening. 

In 2019 zijn diverse mutaties geweest aan het gemeentelijke vastgoed. Dorpshuis de Mande in Lippenhuizen is verkocht. Basisschool de Trimbeets en naastgelegen kinderdagopvang zijn gesloopt. Toiletvoorzieningen in Gorredijk en Wijnjewoude zijn toegevoegd aan het areaal. 

Openbare verlichting

Kerncijfers

In Opsterland staan circa 4.400 lantaarnpalen waarvan ongeveer 90% in beheer en eigendom van de gemeente zijn. De overige palen zijn in beheer en eigendom van de Provincie Fryslân, Rijkswaterstaat, woningcorporaties en VvE’s. De totale vervangingswaarde van de installatie bedraagt ongeveer € 6 mln.

Onderhoudsniveau 2019

De lantaarnpalen en armaturen zijn onderhouden op CROW kwaliteitsniveau B (is overeenkomstig aan het ‘basisniveau’ zoals vastgelegd in het BKP).

Financiering

Financiering

Inleiding

Deze paragraaf gaat over de taken financiering, cashmanagement en renterisicobeheer. Deze taken hebben als doel de gemeente te voorzien in de behoefte aan vreemd vermogen tegen zo laag mogelijke kosten en te beschermen tegen ongewenste financiële risico’s.

Beleid ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille

In de financiële verordening heeft de raad het college bestuurlijk mandaat gegeven voor het uitoefenen van de financieringsfunctie. Het college zorgt daarbij voor:

  1. Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van tijdelijke overtollige gelden;
  2. Het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie, zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s.
  3. Het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van voldoende rendement op uitzettingen.
  4. Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

Kaderstellende documenten

Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet (2017).

Beleidskader reserves en voorzieningen (2016).

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet houdt in, dat maximaal 8,5% van de totale begroting met kort geld gefinancierd mag zijn. Voor 2019 is dit voor onze gemeente maximaal € 6,7 miljoen. Omdat we de rentelasten voor de gemeente zoveel mogelijk willen beperken maken we zoveel als mogelijk gebruik van kortlopende leningen, de rente voor kortlopende leningen was namelijk beduidend lager dan die van langlopende leningen. Uit onderstaande tabel blijkt dat we de kasgeldlimiet in 2019 niet hebben overschreden.

Liquiditeitspositie over 2019
Berekening (bedragen x € 1.000) (1) Vlottende schuld (2) Vlottende middelen (3) Netto vlottend (+) of Overschot middelen (–)
Stappen (1–4)
Eerste kwartaal 2019
(1) – (2) = (3)      
Ultimo maand 1                                               4.000                3.243                        757
Ultimo maand 2                                               4.403                1.248                     3.155
Ultimo maand 3                                               5.000                1.838                     3.162
(4) Gemiddelde van (3)                         2.358
Stappen (5–9) Variabelen   Bedragen
-5 Kasgeldlimiet                       6.422
(6a) = (5>4) Ruimte onder de kasgeldlimiet                       4.064
(6b) = (4>5) Overschrijding van de kasgeldlimiet                            -  
Berekening kasgeldlimiet (5)      
-7 Begrotingstotaal                     84.561
-8 Percentage regeling   8,5%
(5) = (7) x (8) / 100 Kasgeldlimiet                            72
       
Tweede kwartaal 2019
(1) – (2) = (3)      
Ultimo maand 1                                               7.138                5.897                     1.241
Ultimo maand 2                                               4.941                3.866                     1.075
Ultimo maand 3                                               5.051                4.002                     1.049
(4) Gemiddelde van (3)                         1.122
Stappen (5–9) Variabelen   Bedragen
-5 Kasgeldlimiet                       6.422
(6a) = (5>4) Ruimte onder de kasgeldlimiet                       5.300
(6b) = (4>5) Overschrijding van de kasgeldlimiet                            -  
Berekening kasgeldlimiet (5)      
-7 Begrotingstotaal                     84.561
-8 Percentage regeling   8,5%
(5) = (7) x (8) / 100 Kasgeldlimiet                            72
       
Derde kwartaal 2019
(1) – (2) = (3)      
Ultimo maand 1                                               4.352                5.434                   -1.082
Ultimo maand 2                                               8.216                4.696                     3.520
Ultimo maand 3                                               5.143                1.844                     3.299
(4) Gemiddelde van (3)                         1.912
Stappen (5–9) Variabelen   Bedragen
-5 Kasgeldlimiet                       6.422
(6a) = (5>4) Ruimte onder de kasgeldlimiet                       4.510
(6b) = (4>5) Overschrijding van de kasgeldlimiet                            -  
Berekening kasgeldlimiet (5)      
-7 Begrotingstotaal                     84.561
-8 Percentage regeling   8,5%
(5) = (7) x (8) / 100 Kasgeldlimiet                            72
       
Vierde kwartaal 2019
(1) – (2) = (3)      
Ultimo maand 1                                               5.573                2.613                     2.960
Ultimo maand 2                                               6.019                   942                     5.077
Ultimo maand 3                                               9.000                2.696                     6.304
(4) Gemiddelde van (3)                         4.780
Stappen (5–9) Variabelen   Bedragen
-5 Kasgeldlimiet                       6.422
(6a) = (5>4) Ruimte onder de kasgeldlimiet                       1.642
(6b) = (4>5) Overschrijding van de kasgeldlimiet                            -  
Berekening kasgeldlimiet (5)      
-7 Begrotingstotaal                     84.561
-8 Percentage regeling   8,5%
(5) = (7) x (8) / 100 Kasgeldlimiet                            72

Renterisiconorm

De renterisiconorm houdt in, dat maximaal 20% van het totaal van de begroting aan een renteherziening onderhevig mag zijn. Dit betekent dat we maximaal over € 15,6 miljoen renterisico mogen lopen. We hebben in 2019 op de langlopende leningen € 2,8 miljoen afgelost (exclusief leningen die betrekking hebben op de doorgeleende leningen aan woningbouwcorporaties). Uit onderstaande tabel blijkt dat we in 2019 hebben voldaan aan de renterisiconorm.

Renterisico vaste schuld over de jaren 2019 t/m 2022
Berekening (bedragen x € 1.000)          
Stap Variabelen Renterisico(norm) 2019 2020 2021 2022
-1 Renteherzieningen                    -                      -                      -                  -  
-2 Aflossingen              2.800              2.800              2.800          2.800
-3 Renterisico (1+2)              2.800              2.800              2.800          2.800
-4 Renterisiconorm        
(5a) = (4>3 ) Ruimte onder renterisiconorm            12.704            12.880            11.737        11.611
(5b) = (3>4) Overschrijding renterisiconorm                    -                      -                      -                  -  
  Renterisiconorm        
Berekening Begrotingstotaal jaar T            77.521            78.398            72.683        72.057
(4a) Percentage 20% 20% 20% 20%
(4b) Regeling 0 0 0 0
(4) = (4a x 4b/100) Renterisiconorm (van alleen jaar T)            15.504            15.680            14.537        14.411

Doorgeleende leningen

De aan de woningbouwcorporaties doorgeleende leningen zijn in 2019 volledig afgelost.

Renterisicobeheer

Het renterisico is het volume aan uitstaande schuld, dat aan renteherziening onderhevig is. De wetgever heeft in de Wet financiering decentrale overheden (Fido) eisen gesteld aan het renterisico dat een gemeente in enig jaar mag lopen. Deze eisen komen tot uitdrukking in de kasgeldlimiet (voor leningen met een looptijd tot 1 jaar) en de renterisiconorm (voor leningen met een looptijd vanaf 1 jaar). Het college zorgt ervoor dat de gemeente verantwoord en goedkoop financiert binnen de gegeven normen.

Liquiditeiten

Ook in 2019 hebben we weer een beroep gedaan op de kapitaalmarkt. Voor de aangetrokken kortlopende leningen hebben we in 2019 rente ontvangen in plaats van betaald. 

Bedrijfsvoering

Bedrijfsvoering

De hoofdpunten van beleid worden beschreven in de programma’s van de begroting. Het realiseren van die beleidsdoelen kan alleen met de inzet van diverse middelen als personele inzet, financiële middelen en administratie, communicatie, ICT, onderzoek, informatievoorziening en archivering, juridische adviezen, inkoop, huisvesting en andere ondersteunende faciliteiten. De inzet dient effectief, efficiënt en integer te zijn.

De bedrijfsvoering en de ontwikkeling daarvan hangt nauw samen met vraagstukken rondom sturing en control. Met de woorden: "We zijn in control” wordt bedoeld of de besturing van de ambtelijke organisatie beheerst wordt. Hoe lopen de processen en zijn ze efficiënt ingericht, worden de processen en de kosten beheerst en zijn (financiële) risico’s benoemd, zijn risicobeheersmaatregelen tijdig getroffen, zijn de te behalen resultaten helder en smart geformuleerd, boeken we de resultaten die zijn afgesproken, wordt er op de juiste momenten verantwoording afgelegd? Deze zaken hebben permanent aandacht.
Bedrijfsvoering gaat daarnaast ook over innovatie: kunnen we de processen slimmer organiseren en kan het goedkoper en beter? De ontwikkelingsbijdragen van de communicatietechnologie spelen daarbij een essentiële rol. Neem als voorbeeld de ontwikkeling van app's op smartphones en tablets, ook in ons dagelijkse werk.

Uw raad heeft bij vorige verantwoordingen de vraag gesteld wat er geleerd wordt als zaken of processen minder goed zijn verlopen. Soms gaan zaken en processen anders dan we ons vooraf hebben voorgesteld. Wij constateren dat de planning en doorlooptijd weleens vertraagd worden door bijkomende onvoorziene omstandigheden. Soms levert het beleid niet helemaal het gewenste maatschappelijke effect op, zodat bijsturing nodig is. Dit vergt zorgvuldige communicatie zowel naar uw raad als naar betrokkenen. De noodzaak van bijsturing wordt doorgaans tijdig gesignaleerd door allerlei controle-mechanismen.

In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de ontwikkelingen die in de gemeentelijke bedrijfsvoering speelden in 2019.

Kaderstellende documenten

Organisatieverordening (2017).

Inkoop en aanbestedingsbeleid OWO 2018 (2018-16078).

Normenkader rechtmatigheid (wordt jaarlijks door het college vastgesteld).

Bestuursovereenkomst OWO 2015 (2016-13886). 

Professionalisering van de organisatie

Bij een gemeente die modern wil besturen, hoort een daarop afgestemde organisatie, een organisatie met modern werkgeverschap én werknemerschap. In 2019 hebben we hiervoor een aantal acties in de organisatie uitgevoerd. Zo is programmasturing ingevoerd. Met programmasturing versterken we de relatie tussen wat elke medewerker doet en wat dat bijdraagt aan het bereiken van effecten in de samenleving. Het wordt zo gemakkelijker om integraal te werken, overzicht te houden en keuzes te maken. Om het gekanteld werken te verbeteren, wordt gewerkt met een initiatieventafel. Aan deze tafel worden initiatieven van inwoners besproken, zodat daar sneller op ingespeeld kan worden door de organisatie. Hoe we dit doen, bespreken we ook met inwoners in de bijeenkomsten van de zogenoemde Doordenktank.

Daarnaast hebben we de mogelijkheden voor flexwerken in 2019 uitgebreid, bijvoorbeeld door een aantal medewerkers laptops te geven in plaats van een werkplek met vaste computer. Hierdoor wordt niet alleen thuiswerken makkelijker, maar kunnen we de beschikbare ruimte in het gemeentehuis ook beter benutten. Een ander voorbeeld is het opleidingenaanbod. Medewerkers kunnen diverse (online) opleidingen volgen om bijvoorbeeld hun digitale vaardigheden te verbeteren.

Gekanteld werken

Om als gemeente gekanteld te werken en op die manier initiatieven uit de samenleving te kunnen faciliteren, wordt ook het nodige van medewerkers verwacht. Deze maatschappelijke context vraagt om duidelijkheid in de communicatie over de rol van de gemeente, meer maatwerk en betere dienstverlening, die sterker gericht is op de omgeving en de samenwerking. Medewerkers dienen vraaggericht maatwerk te kunnen leveren, met respect voor wet- en regelgeving.

Organisatieontwikkeling, meer doen met minder middelen

Er worden steeds zwaardere eisen gesteld aan de ambtelijke organisatie en aan de bedrijfsvoering. De organisatie moet als gevolg van doorgevoerde ombuigingen met minder financiële middelen meer realiseren. Het gemeentelijke takenpakket en de gewenste kwaliteit nemen elk jaar toe. Aanjagers voor verhoging van efficiëntie en flexibiliteit om resultaten te boeken zijn onder meer projectmatig werken, digitalisering van de dienstverlening, maar ook samenwerking met andere gemeenten en ketenpartners. Dit vraagt continue aandacht. Door nieuwe taken kan de formatie ook toenemen. Er zijn dus twee tegengestelde bewegingen.

Verloop fte's op hoofdlijnen Fte's
Formatie begroting 2019             218
Structurele nieuwe taken (Perspectiefbrief 2019) 1
Structurele formatie begroting 2020            219

Bij de Perspectiefbrief 2019 is 1 fte meegenomen voor nieuwe taken. 

Samenwerking in OWO-verband

De gemeente zet de samenwerking met Ooststellingwerf en Weststellingwerf voort. OWO heeft de volgende gezamenlijke afdelingen:

  • Bedrijfsvoering (financiële administratie, personeels- en salarisadministratie, inkoop en aanbesteding, ICT, documentaire informatievoorziening en verzekeringen); gehuisvest te Wolvega.
  • Beheer en Registratie (belastingen, vastgoedinformatie en backoffice Werk, inkomen en zorg) ; gehuisvest te Oosterwolde;
  • Vergunningverlening, toezicht en handhaving; gehuisvest te Gorredijk.

In 2019 zijn weer meer processen geharmoniseerd of beter op elkaar afgestemd. Voorbeelden hiervan zijn gezamenlijke inkoop, de koppeling van processen in het sociaal domein met de backoffice en de financiële administratie. In de jaarlijkse MKB-onderzoeken (2019) over ons betaalgedrag (betalen binnen 30 dagen) staan de drie OWO-gemeenten in de top 5 van de provincie Fryslân en in de top 35 van Nederland. Wij betalen meer dan 95% van onze facturen op tijd (binnen de gestelde termijn van 30 dagen). Daarnaast hebben de drie gemeenten in 2019 een gezamenlijk beleidsplan opgesteld voor VTH (eind januari 2020 vastgesteld door de drie colleges van B&W).

Overige ontwikkelingen

Herbezinning taken

In de Programmabegroting 2019 is opgenomen dat we een proces doorlopen om de taken en werkzaamheden van de gemeente te herbezinnen. Het doel van dit traject was om zicht te krijgen op mogelijke ruimte om de nieuwe ontwikkelingen die op de gemeente afkomen en de ambities die in het coalitieakkoord zijn uitgesproken te kunnen realiseren. In het eerste kwartaal van 2019 hebben we daarom voor alle uitgaven van de gemeente bekeken of er een wettelijke basis of een duidelijke relatie met de doelen die in de programmabegroting staan is. Het resultaat was dat één post (Streekagenda Zuidoost-Fryslân; € 78.000) onterecht als structureel in de begroting was opgenomen.

Projecten

MFA Gorredijk

Op 3 juni 2019 is de realisatie van de MFA in Gorredijk stopgezet en het initiatief hiervoor teruggelegd in het dorp. In het dorp is er een initiatiefgroep ontstaan die kijkt naar de mogelijkheden voor De Skâns. Omdat er een relatie is tussen De Skâns en het sportcomplex Kortezwaag, nemen de initiatiefnemers in Gorredijk nu ook de mogelijkheden van het sportcomplex mee. De ontwikkelingen worden afgewacht waarbij de gemeente een faciliterende rol heeft.

MFA De Tynje

In het project MFA De Tynje werkt het dorp zelf de plannen uit voor de realisatie van een
MFA, waarin door zelfwerkzaamheid en het slim combineren van functies en ruimten ook de gymnastiekvoorziening voor het dorp behouden blijft. De planologische procedures zijn opgestart. De hoofdgebruikers van het MFA hebben ieder een programma van eisen (PvE) opgesteld, welke de architect met hen heeft vertaald in een gezamenlijk PvE en een conceptschetsontwerp. Daarbij is ook een eerste doorrekening gemaakt van kosten en baten. Duidelijk is dat er bij alle onderdelen en zeker bij het dorpshuisdeel een behoorlijke financiële uitdaging ligt. Het dorp realiseert zich dat keuzes gemaakt moeten worden.

Project Kansen voor Beetsterzwaag

De initiatieffase is op 9 juli 2019, binnen het beschikbare budget, afgerond met uw besluit voor de definitieve locatie. Vervolgens zijn we gestart met de definitiefase. Uw raad heeft besloten het kindcentrum definitief in het plangebied De Finnebuorren (aan de Vlaslaan) te realiseren. Daarbij is ook afgesproken dat Comprix bouwheer van het kindcentrum wordt. Hiervoor is het deelproject schoolgebouw De Finne gestart.

Het is duidelijk dat alleen voetbalvereniging De Sweach een mogelijke partner in of nabij het kindcentrum gebouw (De Finne) is. Belanghebbenden in het gebied zien diverse mogelijkheden samen te werken.

Met de partners in het gebied wordt gewerkt aan het beeldkwaliteitsplan. Door onduidelijkheid over de definitieve locatie van de voetbalkantine en kleedruimtes is het plan nog niet afgerond. De planning voor realisatie van het kindcentrum is uitgelopen (augustus 2022).

Klein Groningen

Voor het project Klein Groningen, onderdeel van gebiedsontwikkeling N381, vallen de projectkosten hoger uit. De uiteindelijke meerkosten voor het project zijn ca. € 30.000,- (overschrijding 3%). Meerkosten zijn ontstaan, door tegenvallende sloopkosten van de melkfabriek.

De plannen zijn gezamenlijk met de bevolking ontwikkeld. Daardoor is de oorspronkelijk toiletvoorziening voor de recreatie uitgebreid tot een slechtweeraccommodatie. De meerkosten zijn gedekt vanuit middelen vanuit ombouw N381.

De uitvoering van het project is gecombineerd met het onderhoud aan de weg en het vervangen van het riool door een gescheiden stelsel voor vuil- en hemelwater.

Verduurzamen Wetterwille Gorredijk

De verduurzaming van de Wetterwille 5 is afgerond . Na plaatsing van de 250 PV panelen in 2018 is in 2019 de biomassakachel in gebruik genomen. Het aanleveren van brandstof uit onze eigen snoeihout is nog in ontwikkeling. Dit hout voldoet nog niet aan kwaliteitsnormen, zoals de drogingsgraad en afmetingen van het snipperhout.

Voor deze energiemaatregelen was € 262.000,- begroot. Het project kent een overschrijding van € 23.000. Hierdoor stijgen de afschrijvingslasten van deze investeringen. Deze worden echter nog steeds volledig gedekt door lagere energielasten en toegekende subsidies. Een deel van de overschrijding is veroorzaakt door prijsstijgingen in de markt en een aantal noodzakelijke aanpassingen van het ontwerp. Daarnaast vielen de kosten voor leges omgevingsvergunning, verplaatsen fietsenstalling, materiaal voor de opslag van de voorraad houtsnippers en de realisatie van twee oplaadpunten voor elektrische auto’s en fietsen hoger uit dan vooraf geraamd.

Toezicht en controle op de gemeente

Toezicht en controle op de gemeente

Doel paragraaf toezicht en controle

In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de toezichtvormen en controles die in 2020 zullen plaatsvinden. Het gaat hierbij om toezicht en controle op de gemeente. Dit ter onderscheiding van toezicht en handhaving die de gemeente uitvoert op activiteiten van burgers, bedrijven en instellingen. Puntsgewijs wordt ingegaan op:

  1. Accountantscontrole en rechtmatigheid
  2. Audits informatiebeveiliging
  3. Horizontale verantwoording college aan de raad
  4. Interbestuurlijk toezicht door de provincie
  5. Rekenkamercommissie
  6. Waarstaatjegemeente.nl

Ad 1 Accountantscontrole en rechtmatigheid

De raad heeft een kaderstellende rol met betrekking tot de accountantscontrole. In het Besluit accountantscontrole decentrale overheden staan de wettelijke goedkeurings- en rapporteringstoleranties in een percentage van de omvangsbasis (de totale lasten van de gemeente). De bedragen voor de rapporteringstoleranties die de accountant gebruikt voor het verslag van bevindingen, zijn de bedragen die voortvloeien uit de goedkeuringstoleranties. De raad kan lagere rapporteringstoleranties voorschrijven aan de accountant.

De uitgangspunten voor de accountantscontrole 2020 zijn:

Goedkeuringstoleranties: 1% voor fouten en 3% voor onzekerheden (gelijk aan de wettelijke norm).

Rapporteringstolerantie: 0,5% voor fouten en 1,5% voor onzekerheden

Overige uitgangspunten zijn:

1. Budgetrecht raad

Als een door de raad geautoriseerd budget onvoldoende is, zal het college in principe voor aanvullende budgettaire ruimte voorstellen doen aan de raad. Dit is niet nodig als er door het college dekking kan worden gevonden binnen het programma. Maar als de uitgave inhoudelijk niet overeenkomt met de doelstellingen van de raad, dan moet het college de uitgave alsnog ter besluitvorming voorleggen aan de raad. Mutaties worden elk jaar bij de Perspectiefbrief gemeld, waarbij het college een voorstel aan de raad overlegt tot het wijzigen van de lopende begroting.

2. Normenkader

Het normenkader bestaat uit alle wet- en regelgeving die van belang zijn voor de accountantscontrole. Het normenkader wordt jaarlijks per 31 december door het college vastgesteld en ter kennis van de raad gebracht.

Met het vaststellen van de begroting worden ook de bovenvermelde uitgangspunten voor de accountantscontrole vastgesteld.

Ad 2 Audits informatiebeveiliging

Informatiebeveiliging wordt steeds belangrijker. Als gemeente werken we met de Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten (BIG). De BIG bestaat uit een stelsel van maatregelen op organisatorisch, fysiek en technisch gebied. Daarnaast zijn er specifieke wetten waar we aan moeten voldoen, zoals de basisregistratie personen (BRP), de paspoortuitvoeringsregeling Nederland (PUN), Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Suwinet), de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG), de basiskaart grootschalige topografie (BGT), de Basisregistratie ondergrond (BRO) en DigiD. 

Om een veelvoud aan diverse audits tegen te gaan is in 2017 een start gemaakt met ENSIA (enkelvoudige normering, single information audit). Dit is een zelfevaluatietool om te kijken hoe de organisatie ervoor staat op het gebied van de bovenstaande wetten.

Dit betekent dat maar één keer per jaar de zelfevaluatielijst ingevuld hoeft te worden. De informatie wordt gebruikt voor de horizontale verantwoording aan de gemeenteraad en aan diverse verticale verantwoordingslijnen als departementen.

ENSIA heeft tot doel het verantwoordingsproces over informatieveiligheid bij gemeenten verder te professionaliseren door het toezicht te bundelen en aan te sluiten op de gemeentelijke planning & control-cyclus. Hierdoor heeft de gemeenteraad meer overzicht over de stand van zaken van de informatieveiligheid en kan hij bijsturen op de voortgang van de implementatie van de Baseline Informatiebeveiliging gemeenten (BIG). 

Ad 3 Horizontale verantwoording van college aan de gemeenteraad

Het verticale toezicht is uitgeoefend door de naast hogere overheid, in ons geval door de provincie. Het totaalbeeld van de toezichtsdomeinen is als volgt:

Domein

Oordeel

Archief en informatiebeheer 

matig

Monumentenzorg en archeologie

goed

Omgevingsrecht/Wabo

goed

Ruimtelijke ordening

goed

Water/riolering 

goed

Het oordeel “matig” voor "archief en informatiebeheer" betekent dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat er geen sprake is van verwaarlozing. Deze kwalificatie betekent dat de verbeteringen goed zijn opgepakt, maar nog niet hebben geleid tot de gewenste eindresultaten, zoals bedoeld door de VNG. Het is dus nadrukkelijk geen kwalitatief oordeel, maar een indicatie van de mate waarin wordt voldaan aan de wettelijke taak op het beleidsdomein archief- en informatiebeheer.

Over de uitvoering van de medebewindswetgeving is meer informatie te vinden op de website “Waarstaatjegemeente.nl”.

Ad 4 Interbestuurlijk toezicht door de provincie (verticaal toezicht)

Het interbestuurlijk toezicht (IBT) is de wettelijke toezichtstaak die een provincie heeft ten aanzien van de uitvoering van de medebewindstaken door gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen.

De provincie richt zich als toezichthouder op de volgens de provincie meest risicovolle thema’s binnen de beleidsterreinen. Dit zijn de volgende beleidsterreinen:

Ook houdt de provincie toezicht op de financiële positie van gemeenten.

Het toezicht gebeurt op basis van vertrouwen en eigen verantwoordelijkheid van de gemeenten. Als basis van het interbestuurlijk toezicht is een goede horizontale verantwoording (controle door gemeenteraad bij gemeenten) onmisbaar.

Het interbestuurlijk toezicht is gericht op de uitvoering van wettelijke medebewindstaken. Aan de hand van het stoplichtmodel wordt er een beoordeling gegeven. De uitkomst hiervan kan de kleur groen, oranje of rood zijn. Groen staat voor goed, oranje staat voor matig/risico en rood voor taakverwaarlozing. Ingrijpen gebeurt alleen als wettelijk vastgelegde taken niet of niet juist worden uitgevoerd. Of als besluiten in strijd zijn met het algemeen belang of het recht. In deze gevallen is de uitkomst van de beoordeling de kleur rood en kan de provincie gebruik maken van de volgende instrumenten:

  • Indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing. Bij taakverwaarlozing kan de provincie de taak overnemen.
  • Schorsing en vernietiging. Als er besluiten worden genomen die in strijd zijn met het recht of het algemeen belang, kan het besluit worden voorgedragen voor schorsing of vernietiging.

 Informatie over de prestaties van onze gemeente staat op “www.waarstaatjegemeente.nl”.

Ad 5 Rekenkamercommissie Opsterland

De Rekenkamercommissie ondersteunt de gemeenteraad met onafhankelijk onderzoek. Zij onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. In deze paragraaf wordt ingegaan op de voortgang in de uitvoering van de aanbevelingen uit onderzoeken van de Rekenkamercommissie, die in 2018 en 2019 zijn behandeld door de gemeenteraad.

Digitale dienstverlening
De raad heeft op 12 februari 2018 het onderzoeksrapport “Digitale dienstverlening” behandeld. In zijn besluit over het rapport heeft de raad een aantal opdrachten gegeven aan het college van B&W. Deze opdrachten zijn:
1. Voorzie de aanbevelingen van de RKC van commentaar en geef de raad inzicht in de haalbaarheid, effectiviteit en financiële consequenties van de aanbevelingen.
2. Geef de gemeenteraad inzicht in de wijze waarop de aanbevelingen van de RKC kunnen bijdragen aan de kaderstelling van het informatiebeleidsplan OWO-gemeenten en of/hoe de aanbevelingen een plaats kunnen krijgen in de jaarplanning van dit informatiebeleidsplan.
3. Het college van B&W te vragen in de loop van 2018 een bijeenkomst te organiseren waar met de gemeenteraad kan worden overlegd over de ambities m.b.t. de totale gemeentelijke dienstverlening.

Het college van B&W heeft de opdrachten van de raad uitgevoerd en hierover brieven gestuurd aan de raad op 27 september 2018 en 5 maart 2019. Daarnaast heeft het college van B&W op 26 maart 2019 een bijeenkomst georganiseerd voor de gemeenteraad over het thema dienstverlening.

Subsidies cultuurpromotie
De raad heeft het onderzoeksrapport ‘Subsidies cultuurpromotie’ op 13 mei 2019 behandeld. De raad heeft de meeste aanbevelingen van de Rekenkamercommissie overgenomen en op een onderdeel aangepast. In zijn besluit heeft de raad de volgende opdrachten aan het college van B&W gegeven:
1. Definieer wat onder de toetsingscriterium "vernieuwend" wordt verstaan en geef in de verordening Cultuurpromotie een prioritering van de criteria aan.
2. Verzoek het college:
a. om bij de verantwoording van de subsidies bij te houden in welke mate voldaan is aan de subsidiecriteria;
b. te inventariseren op welke manier de gemeente de cultuurinstellingen nog beter kan ondersteunen en faciliteren;
3. Laat het college onderzoeken hoe het subsidieproces efficiënter kan verlopen met als oogmerk een betere balans aan te brengen tussen de kosten van subsidieverstrekking en de uitvoeringskosten.

In 2016, bij de laatste herziening van de subsidieverordening, was een evaluatie van de werking van de verordening al voor 2019 door het college aangekondigd. Na de afronding van het onderzoek en het besluit van de raad is de evaluatie uitgevoerd. De evaluatie heeft zich zowel op het proces als op de inhoud van de verordening gericht. De aanbevelingen van de Rekenkamercommissie, voor zover overgenomen door de raad, zijn in het onderzoek opgenomen.
Zo is in het onderzoek het criterium ‘vernieuwend’ onderzocht, onder andere door het gebruik ervan in subsidieregelingen in andere gemeenten na te gaan. Ook is nagegaan op welke manier de gemeente de culturele organisaties nog beter zou kunnen ondersteunen. Ten derde is het subsidieproces tegen het licht gehouden. Uit het onderzoek van de Rekenkamercommissie was naar voren gekomen dat het proces veel tijd vraagt van de ambtelijke organisatie, zeker in relatie tot het subsidiebudget dat beschikbaar is. Over de uitkomsten van het evaluatieonderzoek wordt in 2020 aan de gemeenteraad gerapporteerd.

Vergunningverlening OWO-VTH
Op 11 november 2019 heeft de raad het onderzoeksrapport “Vergunningverlening door
OWO-VTH” behandeld. De raad heeft besloten alle aanbevelingen van de Rekenkamercommissie over te nemen. Hiermee heeft de raad aan het college de volgende opdrachten gegeven:
1. om op basis van de wet VTH de raad een verordening voor te leggen ter vaststelling;

De Verordening Kwaliteit VTH is in december 2019 vastgesteld. In de eerste helft van 2020 wordt een verbeterplan opgesteld waaruit zal blijken wat er nog moet gebeuren om aan de kwaliteitscriteria VTH te voldoen.

2. in het nog op te stellen vergunningenbeleid meetbare doelen, zowel voor de dienstverleningsprestaties als voor de 4K’s op te nemen en waarover het college in het jaarverslag VTH rapporteert;

In 2019 is het Beleidsplan OWO-VTH opgesteld (vastgesteld in januari 2020). Hierin zijn meetbare doelen opgenomen. Daarin zijn de 4 K’s van de OWO-samenwerking evenals dienstverleningsprestaties verwerkt (goede uitvoeringsKwaliteit, vermindering Kwetsbaarheid, Klantgerichte dienstverlening, minder (meer)Kosten).

3. in overleg te gaan met de andere OWO-colleges om na te gaan of de werkwijze van vergunningverlening van de OWO-gemeenten op dezelfde leest geschoeid kan gaan worden zodat alsnog de 4 K’s bereikt kunnen worden;

Door het gezamenlijke Beleidsplan OWO-VTH zijn de VTH-werkwijzen geharmoniseerd; maatwerk blijft mogelijk.

4. in overleg te gaan met de andere OWO-colleges om de samenwerking met de FUMO te verbeteren waardoor duidelijkheid kan worden verkregen over de afhandelingstermijn van adviezen;

In het Beleidsplan OWO-VTH is opgenomen dat de dienstverleningsafspraken met de FUMO (waaronder afhandelingstermijnen) waar nodig worden geactualiseerd en vervolgens gemonitord.

5. over een jaar aan de raad te rapporteren over de uitvoering en het resultaat van bovengenoemde aanbevelingen.

Rapportage vindt jaarlijks plaats in het Jaarverslag VTH.

‘Doe mee’-onderzoek VN-verdrag handicap
De raad heeft in zijn vergadering van 11 november 2019 dit onderzoek voor kennisgeving aangenomen. Op 24 februari 2020 is het onderzoek alsnog besproken in een oriënterende raadsbijeenkomst. Hierover wordt gerapporteerd in het jaarverslag over 2020.

Ad 6 Waarstaatjegemeente.nl

De website "waarstaatjegemeente.nl" laat zien hoe onze gemeente er op verschillende beleidsterreinen voor staat. Daarbij kunnen vergelijkingen worden gemaakt met andere gemeenten. Het instrument “Waarstaatjegemeente.nl”, een product van VNG Realisatie (voorheen Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten /KING), is voortdurend in ontwikkeling. Bijvoorbeeld door betere indicatoren uit te vinden en nieuwe beleidsvelden toe te voegen. Naast de genoemde toezichtinformatie is op “Waarstaatjegemeente.nl” ook andere informatie over Opsterland beschikbaar.

Voorbeelden zijn: bevolkingsontwikkeling, woningmarkt, overlast en onveiligheid, verkeersveiligheid, waardering onroerende zaken, sociale zekerheid (uitkeringen), zorg en welzijn, onderwijs, duurzaamheid, lokale economie en de baten en lasten in de gemeentelijke begroting.

Verbonden partijen

Verbonden partijen

Het doel van deze paragraaf

In de verschillende programma’s worden maatschappelijke effecten beoogd die (mede) door externe organisaties worden verwezenlijkt. In een aantal daarvan heeft de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang. In deze paragraaf wordt daarvan een overzicht gegeven.

Definitie verbonden partijen

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft.

Van een financieel belang is sprake als:

  • een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat;
  • de gemeente voor bedragen aansprakelijk kan worden gesteld indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.

Van een bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft, hetzij door vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij door stemrecht. Dit betekent concreet dat er sprake is van een bestuurlijk belang als de burgemeester, een wethouder of een raadslid van de gemeente namens de gemeente in het bestuur van de partij plaatsneemt of namens de gemeente stemt.

 Visie op en de beleidsvoornemens betreffende verbonden partijen

De gemeente heeft met het oog op het beperken van regelgeving geen afzonderlijke Kadernota verbonden partijen vastgesteld. Visie en beleid op verbonden partijen zijn daarom terug te vinden in deze paragraaf. De gemeente voert overheidstaken uit en wil doelen bereiken in de samenleving. Dit moet effectief en efficiënt. In een aantal gevallen kan de gemeente deze taken en doelen niet of moeilijk zelf uitvoeren en is er een noodzaak om met andere gemeenten, provincie of waterschap samen te werken. De gemeente Opsterland voert hierbij een terughoudend beleid. Verbonden partijen worden alleen aangegaan als dit door de wet verplicht wordt gesteld of als er een ondubbelzinnig gemeentelijk belang is, gerelateerd aan grensoverschrijdende belangen en/of de kwaliteit en efficiëntie van de uitvoering van de taken.

Bij deelname aan een verbonden partij moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  1. De op te richten verbonden partij moet bij uitstek het instrument zijn om het gemeentelijke doel te realiseren.
  2. Er moet een gedegen afweging plaatsvinden met betrekking tot de vorm van de verbonden partij (praktisch en beperken van bestuurlijke drukte).
  3. De verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden moet helder en duaal omschreven worden.
  4. Bij het aangaan van verbonden partijen moet volstrekte duidelijkheid bestaan over zaken als werkwijze, zeggenschapsverhoudingen, winst- en risicoverdeling en te leveren (toetsbare) prestaties.
  5. Er moeten duidelijke afspraken worden gemaakt over de inzichtelijkheid en beheersbaarheid van (financiële) risico’s.
  6. Er moeten voldoende waarborgen in de regeling worden opgenomen voor democratische legitimatie (bij overdracht raadsbevoegdheden) en voor controle en beïnvloeding door o.a. inzichtelijke en transparante begrotingen en verantwoordingen, het verstrekken van relevante en adequate informatie (nieuwsbrieven en tussenrapportages) en door controlemechanismen als financiële adviescommissies en rekenkameronderzoek.

 Kaderstellende documenten

De diverse gemeenschappelijke regelingen en daaraan ten grondslag liggende collegebesluiten en raadsbesluiten.

Overzicht verbonden partijen

Lijst verbonden partijen

  • Gemeenschappelijke regelingen:
    • Veiligheidsregio Fryslân te Leeuwarden
    • Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) te Grou
    • Sociale werkvoorziening Fryslân te Drachten
    • Recreatieschap De Marrekrite te Leeuwarden
    • Hûs en Hiem, welstandsadvisering en monumentenzorg in Fryslân te Leeuwarden
    • Exploitatiemaatschappij Bedrijvenpark Drachten te Drachten
  • Vennootschappen:
    • Caparis NV te Drachten
    • NV Afvalsturing Fryslân
    • NV Fryslân Miljeu
    • NV Bank Nederlandse Gemeenten te Den Haag
    • BV Publiek Belang Elektriciteitsproductie te Den Bosch
    • CBL Vennootschap BV Den Bosch
    • CSV Amsterdam BV Den Bosch

 Informatie per verbonden partij:

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

GR Veiligheidsregio Fryslân te Leeuwarden

Portefeuillehouder

Ellen van Selm

Te behartigen openbaar belang

De gemeenschappelijke belangen van de Friese gemeenten op de terreinen van publieke gezondheidszorg, brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en crisisbeheersing, het bevorderen van de multidisciplinaire samenwerking en de coördinatie in de uitvoering van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, het in standhouden en beheren van een gemeenschappelijke meldkamer en tot slot het zijn van een platvorm voor samenwerking voor aan hulpverlening gelieerde diensten, partners, dan wel organisaties en andere openbare lichamen.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

3,70 %

Het eigen vermogen

Eigen vermogen per 01-01-2018 € 3.041.686

Eigen vermogen per 31-12-2018 € 5.266.093

Het vreemd vermogen

Vreemd vermogen per 01-01-2018: € 55.525.486

Vreemd vermogen per 31-12-2018: € 58.560.060

Het resultaat

2018: € 1.873.661

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente

Algemene bijdrage: € nihil

Betaling voor verrichte diensten in 2018: € 2.458.817

Betaling voor verrichte diensten in 2019: € 2.685.802

Bijdrage 2018: € 2.586.802.

Bijdrage 2019: € 2.612.167

De risico’s die de gemeente loopt

De risico’s zijn in beginsel niet heel groot. Wel is er een inherent risico bij een gemeenschappelijke regeling dat alle deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten.

De Veiligheidsregio Fryslân is nog volop in ontwikkeling om de bedrijfsvoering verder op orde te brengen. De veiligheidsregio heeft daarnaast te kampen met de invoering en overname van wettelijke taken met de implementatie en uitvoering van de regionalisering van de brandweerzorg. Dit vergroot de druk op de bedrijfsvoering.

Programma waaronder deze verbonden partij valt

Programma's 1 Veiligheid; 4 Onderwijs; 6 Sociaal domein; 7 Volksgezondheid en milieu.

 

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

GR Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) te Grou

 

Portefeuillehouder

Anko Postma

Te behartigen openbaar belang

Het behartigen van de belangen van de 20 deelnemende Friese gemeenten, de provincie en het waterschap bij de uitvoering van taken en bevoegdheden op het gebied van het milieu- en omgevingsrecht in ruime zin in het algemeen en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in het bijzonder, alsmede taken en bevoegdheden op het terrein van vergunningverlening, toezicht en handhaving op grond van de in artikel 5.1 van de Wabo genoemde wetten.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

Het aantal stemmen is afhankelijk van de financiële bijdragen van de deelnemers en wordt jaarlijks vastgesteld. Opsterland heeft op dit moment 1 stem van de 75 (1,33%). Een wijziging van de stemverhoudingen is aanstaande.

Het eigen vermogen

Eigen vermogen per 01-01-2018: € 5.729

Eigen vermogen per 31-12-2018: € 647.128

Het vreemd vermogen

Vreemd vermogen per 01-01-2018: € 3.883.035

Vreemd vermogen per 31-12-2018: € 4.245.145

Het resultaat

2018: € 448.097

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente

Bijdrage 2018: € 206.697

Bijdrage 2019: € 215.783

Risico’s die de gemeente loopt

Er een inherent risico bij een gemeenschappelijke regeling dat alle deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten. De FUMO vult een organisatie in op basis van uitgangspunten en een bedrijfsplan uit 2012. Intussen is gebleken dat die uitgangspunten niet meer actueel zijn. Dit verhoogt het risico van financiële tekorten in de aanloopfase. Diverse gemeenten, waaronder de OWO-gemeenten, hebben in een zienswijze aan de bel getrokken en dringend gevraagd om een uiterst sober en zuinig opereren.

Programma waaronder deze verbonden partij valt

Programma's 7 Volksgezondheid en milieu; 8 Bouwen, wonen en gronden

 

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

GR Sociale werkvoorziening Fryslân te Drachten

Portefeuillehouder

Libbe de Vries

Te behartigen openbaar belang

Het uitvoeren van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en de uit deze wet voortvloeiende wettelijke voorschriften voor de 8 deelnemende gemeenten.

Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft de uitvoering van deze taak “uitbesteed” aan Caparis NV (“Caparis”).

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

12,50 %

Het eigen vermogen

Eigen vermogen per 01-01-2018: € 625.000

Eigen vermogen per 31-12-2018: € 600.000

Het vreemd vermogen

Vreemd vermogen per 01-01-2018: € 6.394.000

Vreemd vermogen per 31-12-2018: € 5.661.000

Het resultaat

Niet van toepassing (zie verbonden partij Caparis)

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente

Algemene bijdrage 2018: € 3.781.000 voor 128 formatieplaatsen in zogenoemde SE's (standaard eenheden van 36 uur)

Algemene bijdrage 2019: € 3.643.438 voor 120 formatieplaatsen in zogenoemde SE's (standaard eenheden van 36 uur)

Betaling voor verrichte diensten in 2018 en 2019: nihil.

Risico’s die de gemeente loopt

Gemeenten ontvangen van het Rijk een bijdrage in de kosten van de sociale werkvoorziening. Deze bijdrage is m.i.v. 2015 jaarlijks verder door het Rijk naar beneden bijgesteld. Omdat de rijksbijdrage op dit moment al onvoldoende is om de werkelijke kosten (loonkosten) te dekken, zal het tekort de komende jaren verder toenemen. Dit zogenoemde “subsidietekort” moet door de gemeenten zelf worden gedragen.

De GR treedt op als financier voor Caparis. Voor de leningen van de GR aan Caparis zijn door Caparis zekerheden gesteld in de vorm van hypotheek- en pandrecht. Het risico voor de GR bestaat daarin, dat Caparis in staat moet zijn om aan de vereiste aflossingsverplichtingen te kunnen voldoen en dat bij ingebrekestelling de waarde van de verkregen zekerheden niet toereikend is voor het aflossen van de financiering. Echter in praktische zin is dit geen risico omdat dezelfde gemeenten die participeren in de GR SW Fryslan ook aandeelhouder zijn van Caparis.

Er is dus een risico dat de deelnemers bij eventuele tekorten moeten bijspringen (zie Verbonden partij Caparis).

Programma waaronder deze verbonden partij valt

Programma 6 Sociaal domein.

 

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

GR Recreatieschap De Marrekrite te Leeuwarden

Portefeuillehouder

Rob Jonkman

Te behartigen openbaar belang

Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van 19 deelnemende Friese gemeenten (excl. Ooststellingwerf en de vier eilanden) en de provincie Friesland op het gebied van een evenwichtige en gecoördineerde ontwikkeling van de watersport en van andere vormen van recreatie op en aan het water, met inachtneming van de belangen van natuur en landschap.

In de praktijk wordt gezorgd voor de bevaarbaarheid van waterwegen (baggeren), beheer en onderhoud aanlegsteigers en andere voorzieningen, vuilnisophaal in watersportgebieden en een uniforme regeling brugbediening.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

4,55 %

Het eigen vermogen

Eigen vermogen per 01-01-2018: € 4.012.195

Eigen vermogen per 31-12-2018: € 4.136.522.

Het vreemd vermogen

Vreemd vermogen per 01-01-2018: € 1.520.946

Vreemd vermogen per 31-12-2018: € 1.380.309

Het resultaat

2018: € 340.924

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente

Bijdrage in 2019: € 23.129

Bijdrage waterrecreatie: € 12.544 (begroting 2019)

Bijdrage landrecreatie: € 3.363 (begroting 2019)

Bijdrage baggerfonds: € 466 (begroting 2019)

Bijdrage onderhoud Fietsen en wandel : € 6.756 (begroting 2019)

Risico’s die de gemeente loopt

De risico’s zijn in beginsel niet heel groot. Wel is er een inherent risico bij een gemeenschappelijke regeling dat de deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten.

Programma waaronder deze verbonden partij valt

Programma 5 Sport, cultuur en recreatie.

 

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

GR Hûs en Hiem, welstandsadvisering en monumentenzorg in Friesland te Leeuwarden

Portefeuillehouder

Anko Postma

Te behartigen openbaar belang

Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de bouwkundige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Fryslân.

In de praktijk betekent dit geven van welstandsadviezen over bouwplannen en het adviseren over algemene welstandsvraagstukken.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

3,85 %

Het eigen vermogen

Eigen vermogen per 01-01-2018: € 321.942

Eigen vermogen per 31-12-2018: € 369.353

Het vreemd vermogen

Vreemd vermogen per 01-01-2018: € 93.672

Vreemd vermogen per 31-12-2018: € 120.418

Het resultaat

2018: € 2.411

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente

Voor de dienstverlening door Hûs en Hiem is de gemeente een vergoeding verschuldigd die via de gemeentelijke leges wordt doorberekend aan de vergunning aanvragers. Er is dus geen vaste gemeentelijke bijdrage.

Lasten in 2018: € 56.540

Risico’s die de gemeente loopt

De risico’s zijn in beginsel niet heel groot. Wel is er een inherent risico bij een gemeenschappelijke regeling dat alle deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten.

Programma waaronder deze verbonden partij valt

Programma 8 Bouwen, wonen en gronden.

 

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

GR Exploitatiemaatschappij Bedrijvenpark Drachten te Drachten

Portefeuillehouder

Ellen van Selm

Te behartigen openbaar belang

Het te behartigen belang is het ontwikkelen en exploiteren van het bedrijvenpark Drachten en het verzorgen van een optimale afstemming van alle hiermee samenhangende aspecten en bevoegdheden van de beide deelnemers, de gemeente Smallingerland en Opsterland.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

50 %

Het eigen vermogen

Eigen vermogen per 01-01-2018: € 3.594.330 (geheel gerealiseerde winst)

Eigen vermogen per 31-12-2018: € 4.238.730 (gerealiseerde winst: € 644.400)

Het vreemd vermogen

Vreemd vermogen per 01-01-2018: € 11.971.972

Vreemd vermogen per 31-12-2018: € 9.840.447

Het resultaat

2018: € 644.400 (de gerealiseerde winst wordt niet uitgekeerd maar binnen de exploitatie gehouden)

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente

Algemene bijdrage: niet van toepassing.

Betaling voor verrichte diensten in 2018: niet van toepassing.

Risico’s die de gemeente loopt

De prognoses van de resultaten zijn gebaseerd op aannames (restant looptijd, tempo van verkopen, fasering woonrijp maken). De verwachtingen, waar de resultaten op zijn gebaseerd zijn zo goed mogelijk onderbouwd. Echter hoe langer de looptijd (in dit geval tot 2030) van de exploitatie, hoe minder betrouwbaar de prognoses en dus ook het berekende resultaat zijn.

Beide gemeenten zijn op basis van de afgesproken verdeelsleutel aansprakelijk voor eventuele verliezen. Al gerealiseerde winsten worden binnen de exploitatie gehouden ter dekking van eventuele risico’s. De gemeente Smallingerland heeft in de jaren 2012-2013 2,6 miljoen bijgestort als gevolg van een voorzienbaar tekort. Daarmee gaan we er op basis van de huidige verwachtingen vanuit dat er sprake is van een minimaal kostendekkende exploitatie.

Programma waaronder deze verbonden partij valt

Programma 3 Economie.

  

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

Caparis NV te Drachten

Portefeuillehouder

Rob Jonkman

Te behartigen openbaar belang.

Het in opdracht van de Sociale werkvoorziening Fryslân uitvoeren van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en de uit deze wet voortvloeiende wettelijke voorschriften voor de deelnemende gemeenten.

Bij Caparis NV kunnen mensen die in aanmerking komen voor een WSW-dienstverband te werk gesteld worden. Voor een deel van de WSW-ers is het niet haalbaar om bij een private of publieke organisatie te werken. Voor dat deel van de populatie is door de 8 gemeenten van de gemeenschappelijke regeling Sociale werkvoorziening Fryslân in 2001 de Caparis NV opgericht.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft

Vanwege arbeidsrechtelijke overwegingen en de wens om de gevolgen van de herstructurering voor de betrokken SW-ers te minimaliseren is er voor gekozen om de GR SW Fryslân te wijzigen in een bedrijfsvoeringsregeling. Deze gemeenschappelijke regeling heeft alleen als doel om als werkgever te fungeren voor alleen de huidige SW-ers. Dit betekent dat mensen die bij Caparis NV werken, maar geen SW indicatie hebben (het zg. kaderpersoneel) maar nu wel in dienst van de GR zijn, overgaan naar Caparis NV per 1 januari 2020. Het betekent ook dat de gemeenten een directe relatie krijgen met de uitvoeringsorganisatie Caparis NV en dat daar niet, zoals nu het geval is, een gemeenschappelijke regeling tussen zit. 

Zeggenschap

De aandeelhouders hebben zeggenschap via het stemrecht op de aandelen. Opsterland bezit 3.465 aandelen (7,77%).

Het eigen vermogen

Eigen vermogen per 01-01-2018 € 16.090.000

Eigen vermogen per 31-12-2018 € 16.605.000

Het vreemd vermogen

Vreemd vermogen per 01-01-2018: € 7.505.000

Vreemd vermogen per 31-12-2018: € 6.476.000

Het resultaat

2018: € 514.000

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente

Algemene bijdrage: € nihil.

Betaling voor verrichte diensten: opgenomen bij GR Sociale Werkvoorziening Fryslân.

Risico’s die de gemeente loopt

De komende jaren zal Caparis NV omgevormd worden naar een sociale onderneming.  De omvorming zal gepaard gaan met herstructureringskosten en zou kunnen leiden tot een lagere waardering van het vastgoed. De omvang van deze kosten is nog niet vast te stellen. Bij een faillissement valt het aandelenkapitaal van € 3.465 weg en moeten kosten worden gemaakt om de uitvoering van de wetgeving op andere wijze te continueren.

Net als nu blijven we aansprakelijk voor mogelijke tekorten op de bedrijfsvoering die ontstaan bij de NV. Door ons geringe aandeel in de nieuwe NV blijft het risico qua omvang beperkt. Onze invloed wordt wel groter omdat in de nieuwe NV de vier eigenaren elk een gelijke stem krijgen.

Programma waaronder deze verbonden partij valt

Programma's 5 Sport, cultuur en recreatie; 6 Sociaal domein; 7 Volksgezondheid en milieu.

 

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

NV Afvalsturing Fryslân (AF) en NV Fryslân Miljeu (FM) (beide Omrin) te Leeuwarden

Portefeuillehouder

Rob Jonkman

Te behartigen openbaar belang

Het te behartigen openbaar belang is het voor de aandeelhoudende Friese gemeenten inzameling en verwerking van afval.

De NV Afvalsturing zorgt voor de afvalverwerking. De NV Fryslân Miljeu voor de inzameling. Omrin is de handelsnaam van beide NV’s.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

De aandeelhouders hebben zeggenschap via het stemrecht op de aandelen. Opsterland bezit 120 aandelen in de NV Afvalsturing (4,00 %) en 11.381 in de NV Fryslân Miljeu (8,10%).

Het eigen vermogen

Eigen vermogen per 01-01-2018: € 48.680.000 (AF) en € 7.908.000 (FM). Eigen vermogen per 31-12-2018: € 50.585.000 (AF) en € 8.414.000 (FM).

Het vreemd vermogen

Vreemd vermogen per 01-01-2018: € 160.130.000 (AF) en €16.979.000 (FM). Vreemd vermogen per 31-12-2018: € 152.203.000 (AF) en € 16.388.000(FM).

Het resultaat

2018: € 2.026.000(AF) en € 1.192.000 (FM).

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente

Algemene bijdrage: € nihil.

Betaling voor verrichte diensten in 2018: € 2.516.715 (AF en FM)

Risico’s die de gemeente loopt

De Restafvalstoffen Energie Centrale (REC) is in 2011 in gebruik genomen. Het niet volledig benutten van de capaciteit van de REC vormt op de langere termijn een risico voor de resultaten van de onderneming. Tot op heden heeft de REC bijgedragen aan lagere verwerkingskosten met als resultaat een lager tarief voor afvalstoffenheffing voor de inwoners. Voor de toekomst is dit dus niet zeker.

Bij een faillissement valt het aandelenkapitaal van € 54.000 (Afvalsturing) en € 51.670 (Fryslân Miljeu) weg en moeten kosten worden gemaakt om de uitvoering op andere wijze te continueren.

Programma waaronder deze verbonden partij valt

Programma's 2 Verkeer en vervoer; 7 Volksgezondheid en milieu.

  

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

NV Bank Nederlandse Gemeenten te Den Haag

Portefeuillehouder

Rob Jonkman

Te behartigen openbaar belang

BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

De aandeelhouders hebben zeggenschap in de BNG via het stemrecht op de aandelen. Opsterland bezit 66.651 aandelen (0,12 %) op 31-12-2018.

Het eigen vermogen

Eigen vermogen per 01-01-2018 € 4.953 miljoen

Eigen vermogen per 31-12-2018 € 4.991 miljoen

Het vreemd vermogen

Vreemd vermogen per 01-01-2018: € 135.072 miljoen

Vreemd vermogen per 31-12-2018: € 132.341 miljoen

Achtergestelde schulden per 01-01-2018: 31 miljoen

Achtergestelde schulden per 31-12-2018: 32 miljoen

Het resultaat

Netto winst 2018 € 337 miljoen (2017: € 393 miljoen)

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente

Algemene bijdrage: niet van toepassing.

De gemeente ontvangt jaarlijks een dividend. Over 2018 was dit: € 189.955.

Betaling voor verrichte diensten: niet van toepassing.

Risico’s die de gemeente loopt

De BNG is een solide bank in handen van overheden met een beperkt statutair werkterrein. Dit biedt financiers vertrouwen. De bank heeft een uitstekende toegang tot financieringsmiddelen tegen scherpe prijzen.

Bij een faillissement valt het geplaatst/gestort aandelenkapitaal van € 151.225 weg en moeten kosten worden gemaakt om de uitvoering op andere wijze te continueren.

Programma waaronder deze verbonden partij valt

Programma 0 Bestuur en ondersteuning.

 

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

BV Publiek Belang Elektriciteitsproductie te Den Bosch

Portefeuillehouder

Rob Jonkman

Te behartigen openbaar belang

 

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft

Er zijn in 2019 geen veranderingen geweest.

De verwachting is dat de vennootschap voor eind 2020 zal kunnen worden ontbonden.

Zeggenschap

De aandeelhouders hebben zeggenschap via het stemrecht op de aandelen. Opsterland bezit 34.746 aandelen in de PBE (0,02 %).

Het eigen vermogen

Eigen vermogen per 01-01-2019 € 1.604.945

Eigen vermogen per 31-12-2019 € 1.589.543

Het vreemd vermogen

Vreemd vermogen per 01-01-2019: € 23.506

Vreemd vermogen per 31-12-2019: € 455.015

Het resultaat

Er is in 2019 een verlies gerealiseerd van € 15.402. Dit bedrag is onttrokken aan de algemene reserve van de BV.

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente

Algemene bijdrage: niet van toepassing.

Betaling voor verrichte diensten: niet van toepassing.

Risico’s die de gemeente loopt

De boekwaarde van de aandelen is verwaarloosbaar, namelijk € 1,-.

Het risico is nihil.

Programma waaronder deze verbonden partij valt

Programma 0 Bestuur en ondersteuning.

  

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

CBL Vennootschap BV en CSV Amsterdam BV beide te Den Bosch

Portefeuillehouder

Rob Jonkman

Te behartigen openbaar belang

Deze twee BV’s zijn van tijdelijke aard en handelen reserveringen voor risico’s en verstrekte leningen aan derden van het voormalige Essent af.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft

Er zijn in 2019 geen veranderingen geweest.
 
CBL: In de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 9 april 2020 is besloten de vennootschap CBL per 9 april 2020 te ontbinden.
CSV: In de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 9 april 2020 is ingestemd met het bereikte compromis over de beëindiging van een geschil over vier betwiste claims en een belastingteruggave. Eveneens heeft de AVA ingestemd het uitkeren van de bedragen genoemd in de vaststellingsovereenkomst (onder inhouding van € 150.000 voor aanvulling werkkapitaal) aan de aandeelhouders na rato van het aandelenbelang in CSV.

Zeggenschap

De aandeelhouders hebben zeggenschap via het stemrecht op de aandelen. Opsterland bezit 464 aandelen in elke BV (0,02 %).

Het eigen vermogen

Eigen vermogen CBL per 01-01-2019: € 136.957

Eigen vermogen CBL per 31-12-2019: € 125.355

Eigen vermogen CSV per 01-01-2019: € 745.990

Eigen vermogen CSV per 31-12-2019: € 451.905

Het vreemd vermogen

Vreemd vermogen CBL per 01-01-2019: € 22.040

Vreemd vermogen CBL per 31-12-2019: € 5.006

Vreemd vermogen CSV per 01-01-2019: € 44.765

Vreemd vermogen CSV per 31-12-2019: € 83.583

Het resultaat

Resultaat 2019 CBL: € 11.602 verlies.

Resultaat 2019 CSV: € 294.085 verlies.

De resultaten zijn ten laste van of onttrokken aan de algemene reserves van de BV’s.

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente

Algemene bijdrage: niet van toepassing.

Betaling voor verrichte diensten: niet van toepassing.

Risico’s die de gemeente loopt

De boekwaarde van de aandelen is verwaarloosbaar, namelijk in elke BV € 5.

Het risico is nihil.

Programma waaronder deze verbonden partij valt

Programma 0 Bestuur en ondersteuning.

 

Grondbeleid

Grondbeleid

Uitgangspunten

De hoofdlijnen van het grondbeleid zijn vastgelegd in de nota grondbeleid. Het grondbeleid staat voornamelijk ten dienste van de programma’s 3 Economie (bedrijventerreinen) en 8 Bouwen, wonen en gronden (woningbouw, zonneparken). Doordat grond van grote waarde is heeft het grondbeleid invloed op het weerstandsvermogen (de vermogenspositie) van de gemeente. In de begroting hebben de baten en lasten van de bouwgrondexploitatie en de daarmee samenhangende financiële risico’s een incidenteel karakter. Door marktconform grondwaarderingen en de vorming van voorzieningen voor verwachte tekorten zijn de risico’s beheerst.

In de nota grondbeleid is vastgesteld dat de keuze voor het voeren van een actief of faciliterend grondbeleid bij het ontwikkelen van nieuwe locatieplannen jaarlijks gedaan wordt in deze paragraaf grondbeleid van de begroting. Evenals in voorgaande jaren is in 2019 een terughoudend en voorzichtig actief grondbeleid gevoerd over ruimtelijke ontwikkelingen op gemeentelijke grond. In nagenoeg alle dorpen zijn op dit moment gronden in eigendom beschikbaar voor woningbouw. Er zijn geen nieuwe bouwterreinen voor woningbouw in exploitatie genomen. Bij ontwikkelingen op particuliere gronden heeft de gemeente zich faciliterend en ondersteunend opgesteld. In 2019 heeft, in overeenstemming met de regelgeving (BBV), een afwaardering van de gemeentelijke grondposities plaatsgevonden. De ontwikkelingen op het gebied van bedrijfsvestigingen concentreren zich in de dorpen Gorredijk en Wijnjewoude. Er zijn geen nieuwe bedrijventerreinen in exploitatie genomen. Het bedrijventerrein Drachten-Azeven valt onder de gemeenschappelijke regeling en valt daarom buiten het kader van deze paragraaf.

In financieel opzicht wordt een voorzichtige koers gevaren. Dit uit zich in de navolgende zaken:

  • op de voorraad grond die niet in exploitatie is genomen, worden geen kosten bijgeschreven;
  • exploitaties worden financieel behoudend opgezet. Bouwrijp maken gebeurt pas op het moment dat er voldoende zekerheid is over de grondverkopen;
  • winstbepaling en winstneming vindt plaats volgens de geldende verslaggevingsvoorschriften (BBV);
  • de buffer van de algemene reserve geeft dekking voor de financiële risico’s.

Kaderstellende documenten

Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet (2017)

Nota grondbeleid 2018-2021

Ontwikkelingen grondbedrijf

1. Bouwgrond in exploitatie (BIE)

Er zijn, verspreid over de verschillende dorpen, tien bouwgrondcomplexen in exploitatie (BIE) bestaande uit woningbouwlocaties en het bedrijventerrein Gorredijk industrie (Overtoom en Tolbaas). De boekwaarde was per 31 december 2019 € 1,5 miljoen inclusief de voorzieningen voor de complexen Gorredijk industrie en Tijnje Riperwâlden (€ 0,6 miljoen) en de voorziening nog uit te voeren werken (€ 0,1 miljoen voor afgesloten BIE) .

2. Jaarresultaat BIE

De bepaling van het jaarresultaat en de (tussentijdse) winstneming is in overeenstemming met de door de raad op 4 december 2017 vastgestelde Nota grondbeleid Opsterland 2018-2021. De tussentijdse winstneming vindt plaats volgens de Percentage of Completion methode (POC). Het voordelige jaarresultaat voor de woningbouwlocaties bedraagt € 474.000 inclusief een verhoging van de voorziening voor Tijnje - Riperwâlden (€ 1.000). Het voordelige jaarresultaat voor Gorredijk - industrie (€ 111.000) is ontstaan door een gedeeltelijke vrijval van de voorziening door een verhoging van de kavelprijzen. De resultaten zijn als volgt verdeeld:

Jaarresultaat onderhanden complexen
(bedragen x € 1.000)  
Woningbouwlocaties: Jaarresultaat
Gorredijk - Loevestein fase 4 - west 8
Hemrik - Fabryksleane 116
Lippenhuizen - De Wiken 154
Tijnje - Riperwâlden - 1
Terwispel - Kolderveen 7
Ureterp - De Hege Kamp 190
Totaal woningbouw  474
Bedrijventerreinen:  
Gorredijk - Industrie 111
Totaal bedrijventerreinen 111
Totaal jaarresultaat 585

3. Prognose van het meerjarige resultaat BIE

Het verwachte toekomstige resultaat voor de BIE is € 2,1 miljoen (voordelig) en is gebaseerd op recente verkoopprognoses. In de tijd uitgezet zullen de resultaten naar verwachting als volgt worden gerealiseerd:

Verwacht toekomstig resultaat onderhanden complexen
(bedragen x € 1.000)  
In het jaar 2020 792
In de jaren 2021 t/m 2023 1.433
In de jaren ná 2023 - 97
Totaal 2.128

Verwacht toekomstig resultaat per complex
(bedragen x € 1.000) Voordelig Nadelig Looptijd
Woningbouwlocaties:      
Frieschepalen - De Skâns 1 -   2023
Gorredijk - Loevestein fase 4 - west 150 -   2023
Hemrik - Fabryksleane 54 -   2021
Lippenhuizen - De Wiken 382 -   2021
Terwispel - Kolderveen 15 -   2022
Tijnje - Riperwâlden   57 2021
Ureterp - Noord 332 -   2022
Ureterp - De Hege Kamp 1.817 -   2025
Wijnjewoude - Zuidwest 141 -   2022
Totaal woningbouw  2.892 57  
Bedrijventerreinen:      
Gorredijk - Industrie -   707 2030
Totaal bedrijventerreinen -   707  
Totaal 2.892 764  
Saldo resultaatprognose 2.128      

4. Belangrijke ontwikkelingen/wijzigingen in de prognose van het resultaat

Het resultaat in Programma 8 Bouwen, wonen en gronden paragraaf 8.2 (grondexploitatie niet-bedrijventerreinen) is € 0,7 miljoen lager dan de (primitieve) begroting 2019. De daling van het resultaat wordt veroorzaakt door lagere opbrengsten uit de verkoop van kavels voor woningbouw dan was begroot in 2019. In 2018 zijn in de Perspectiefbrief 2019 de verwachte grondverkopen in 2019 neerwaarts bijgesteld. Het begrote resultaat in Programma 3 Economie paragraaf 3.2 (fysieke bedrijfsinfrastructuur) is € 0,1 miljoen hoger dan de (primitieve) begroting 2019. De toename van het resultaat wordt veroorzaakt door een gedeeltelijke vrijval van de verliesvoorziening door een verhoging van de kavelprijzen van industrieterreinen.

5. Niet in exploitatie genomen gronden

De voorzieningen voor de niet in exploitatie genomen gronden (materiële vaste activa) zijn in 2019 verhoogd met € 974.000. Voor deze gronden heeft een herwaardering naar marktwaarde plaatsgevonden. De begroting 2019 is hiervoor herzien.

6. Algemene risico’s in de grondexploitatie

Het nemen van risico’s is inherent aan grondexploitaties. De volgende risico’s zijn van belang:

  • conjunctuur- en renterisico’s, waardoor de vraag naar bouwgrond kan afnemen en extra rentekosten kunnen ontstaan;
  • verandering in woon- en werkvoorkeuren en behoeftes, tussen het tijdstip van het tot stand komen van het plan en het moment van aanbieden van de bouwgrond, waardoor het product niet meer aansluit op de vraag;
  • het niet tijdig kunnen verwerven van gronden en het stijgen van aankoopprijzen;
  • milieurisico’s;
  • planschadeclaims;
  • hogere prijsstijgingen en lagere opbrengststijgingen dan voorzien in exploitatieberekeningen;
  • archeologische risico’s;
  • het niet kunnen krijgen van voldoende woningbouwcontingenten.

De risico’s worden beheerst door het uitvoeren van (markt)onderzoeken, door te zorgen voor flexibiliteit in het proces en door vroegtijdige verwerving van grond tijdens de planontwikkeling. Daarnaast wordt de financiële ontwikkeling van de onderhanden complexen (BIE) jaarlijks beoordeeld ten opzichte van de door de gemeenteraad vastgestelde exploitaties (kredieten). Als de risico’s leiden tot verwachte negatieve resultaten, worden hiervoor voorzieningen gevormd ten laste van de algemene reserve. 

7. Actuele risico’s in de bouwgrondexploitatie

In de lopende grondexploitaties is het risico aanwezig dat toekomstige gebiedsontwikkelingen minder winstpotentie zullen hebben dan verwacht, bijvoorbeeld doordat de boekwaarden hoog opgelopen zijn door de gemaakte kosten, zoals bouwrijp maken, of door tegenvallende verkoopopbrengsten. Dit zijn normale ondernemingsrisico's.

PFAS en PAS

In 2019 werd er in een uitspraak van de Raad van State een streep gezet door de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Het voornaamste effect dat deze uitspraak heeft is dat er vertraging in de vergunning en/of uitvoering van projecten kan optreden. De financiële risico’s in de lopende grondexploitaties zijn beperkt tot extra rentekosten door vertraging of annulering van geplande bouwprojecten. In 2019 is er hier geen sprake van geweest, alle (vergunde) bouwprojecten zijn conform planning uitgevoerd. In 2019 werd de Pfas norm aangescherpt waardoor het vervoer van grond (tijdelijk) vrijwel onmogelijk werd. In de lopende grondexploitaties is hierdoor geen hinder ontstaan en zijn de financiële risico’s nihil gebleken. In 2020 worden de normen verruimd en zijn in de gemeente de achtergrondwaarden vastgesteld. In de grondexploitaties zijn geen financiële risico’s te verwachten.