Meer
Publicatiedatum: 06-06-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Lokale heffingen

Lokale heffingen

Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen

De diverse verordeningen belastingen en heffingen worden jaarlijks in december voorafgaand aan het betreffende jaar vastgesteld. In de begroting is al uitgegaan van het nieuwe niveau van de tarieven. Waar dat mogelijk is en wettelijk is toegestaan worden de tarieven van 2018 verhoogd met de indexering van 1,7%. Een uitzondering hierop vormen de tarieven voor afval en riolering. Deze tarieven zijn gebaseerd op kostendekkendheid.

Kaderstellende documenten
De jaarlijks vastgestelde verordeningen belastingen en heffingen.

Overzicht geraamde inkomsten
In het hierna volgende overzicht staan baten uit de in onze gemeente geldende belastingen en heffingen.

progr.

            lokale belastingen en heffingen (bedragen x € 1.000)

jaarrekening 2017 begroting 2018 Jaarrekening 2018

Resultaat  2018

0 algemeen plaatselijke verordening

              26

              46 24 22
0 leges publiekszaken             281             448 505 -57
8 leges omgevingsvergunning             945             625 640 -15
3 toeristenbelasting             165             148 180 -32
7 begrafenisrechten             145             150 138 12
7 afvalstoffenheffing          2.811          2.731 2.873 -142
7 rioolheffing          2.504          2.645 2.604 41
0 onroerendezaakbelasting          4.517          4.309 4.393 -84
0 precariorechten          1.339          1.700 1.718 -18
  totaal        12.733        12.802 13.075 -273

Algemeen plaatselijke verordening (APV)

De opbrengst van de APV is € 22.000 lager dan geraamd.  De opbrengsten afhankelijk van de vraag en liggen in lijn met het jaar 2017.

Leges publiekszaken

De leges inkomsten zijn € 57.000 hoger dan geraamd. De vraag naar reisdocumenten en rijbewijzen varieert jaarlijks.  

Leges omgevingsvergunning

De leges van de omgevingsvergunning zijn € 15.000 hoger dan geraamd. De tariefstelling ten aanzien van de diverse omgevingsvergunningen is niet van een dergelijke omvang dat volledige kostendekkendheid kan worden bewerkstelligd. Een volledige kostendekkendheid kan niet worden gerealiseerd omdat dan de tarieven voor bepaalde vergunningen (bijvoorbeeld evenementenvergunningen) zodanig zouden moeten stijgen dat de hoogte van de leges niet meer in verhouding staat tot de activiteit.

Toeristenbelasting

Het tarief bedraagt met ingang van 2018 2,5% voor overnachting in onderkomens die de exploitant ter beschikking stelt (bijvoorbeeld:  kamer, chalet, stacaravan) en 5% voor onderkomens die de gast zelf meeneemt (bijvoorbeeld: tent, caravan).

De inkomsten van de Toeristenbelasten uit programma 3 zijn toegevoegd  aan de reserve Recreatie en Toerisme.

Afvalstoffenheffing

De opbrengst van de afvalstoffenheffing laat een positief resultaat zien van € 142.000.  Dit positieve resultaat  wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een hogere opbrengst van het slagboomtarief bij de Milieustraat € 94.000. Deze hogere opbrengst wordt volledig gecompenseerd door ook hoger kosten voor de verwerking van het afval van de Milieustraat.

Het onderdeel diftar geeft per saldo een voordeel van €77.000. Doordat de sortibak (grijze container) 1,5 keer vaker is aangeboden dan geraamd, geeft dit een voordeel van € 114.000 op de heffing. Daartegen over staan ook meer verwerkingskosten. Als gevolg van leegstand geeft het vaste tarief een nadeel van € 41.000.

Het tarief van de afvalstoffenheffing is gebaseerd op 100% kostendekking. In de werkelijkheid bedroeg de kostendekking  98%. De tarieven voor 2018 zijn vastgesteld door de raad in december 2017.

Rioolheffing:

De rioolheffing was € 41.000 lager dan geraamd. Dit is 1,5% van de geraamde heffing.

In 2018 was de  rioolheffing 100% kostendekkend. In de begroting 2018 was het dekkingspercentage berekend op 96%. De tarieven voor 2018 zijn vastgesteld door de raad in december 2017.

Onroerendezaakbelasting:

De werkelijke opbrengst van de OZB was € 83.000 hoger dan geraamd. Dit is 1,9% van de geraamde heffing.  De tarieven voor 2018 zijn vastgesteld in de raad van december 2017. 

Precariorechten

De opbrengst precariorechten 2018 is bijna geheel in de voorziening gestort vanwege de mogelijkheid van  bezwaar, de opbrengst precariorechten 2017 is vrijgevallen en als incidentele bate in 2018 verantwoord. 

Afval en Riolering

Kostendekkendheid
De gerealiseerde kostendekkendheid van de tarieven is:

soort dekkingspercentage begroot dekkingspercentage werkelijk
Afval 100% 98%
Riolering 96% 100%

 

Omgevingsvergunningen

Lokale lastendruk

De “Atlas van de lokale lasten 2018” (COELO) geeft voor onze gemeente het volgende rangnummer (lager rangnummer geeft aan een lager tarief, hoogste rangnummer is 387):

  • Woonlasten meerpersoonshuishouden eigenaar-bewoner rangnummer 127 (2017 nr. 92)

Beleidsindicatoren

De beleidsindicatoren die betrekking hebben op woonlasten en gemiddelde WOZ waarde zijn opgenomen in programma 8.

Het aantal ontvangen bezwaar- en beroepschriften WOZ in 2018 was 248 (in 2017 was dit 141).

Kwijtscheldingsbeleid
Voor de onroerendezaakbelastingen en de heffingen voor riool- en afvalstoffenheffing, zoals die elk jaar gecombineerd worden opgelegd, kan kwijtschelding worden verkregen. Bij kwijtschelding vindt een vermogenstoets en een inkomenstoets plaats. De gemeente moet hiervoor een norm vaststellen. Deze norm wordt gerelateerd aan de bijstandsnorm. In onze gemeente is de kwijtscheldingsnorm gelijk aan de bijstandsnorm (100%).

Het aantal verleende kwijtscheldingen in 2018 was 604 (in 2017 was dit 629).

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Een juist oordeel over de toereikendheid van de weerstandscapaciteit kan alleen maar worden gegeven als er een juist en volledig beeld bestaat van de risico’s, de kans hierop en de eventuele financiële gevolgen. Daartoe wordt jaarlijks een risicoprofiel opgesteld.

Kaderstellende documenten
Beleidskader reserves en voorzieningen.
Beleidskader vaststelling bedrag post onvoorzien.

Inventarisatie van de risico’s en het weerstandscapaciteit

Risicoprofiel:
Begin 2019 zijn de risico's opnieuw geïnventariseerd en het benodigde weerstandsvermogen berekend. We noemen de grootste risico's en schatten daarbij de factoren kans (dat het risico zich voordoet)  en invloed (de impact als het risico zich voordoet) in. Hieruit zijn de volgende grootste risico's naar voren gekomen:

Risico Kans maximaal financieel gevolg Totaal risico invloed
Uitgaven Decentralisatie Jeugd en WMO overschrijden de geraamde bedragen 50% € 4.600.000 € 2.300.000 31%
Tegenvallende resultaten grondexploitaties 15% € 1.500.000 € 225.000 3%
Borgstellingen 1% € 27.000.000 € 270.000 4%
Financiële consequenties invoering BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) 90% € 2.000.000 € 1.800.000 25%
Financiële tegenvallers grote projecten 10% € 20.000.000 € 2.000.000 27%
De uitkering uit het gemeentefonds is in een volgende circulaire mogelijk lager dan verwacht 50% € 1.000.000 € 500.000 7%
Mogelijke WW verplichting tijdelijk personeel 25%

€ 1000.000

€ 250.000 3%

De genoemde maximale financiële gevolgen zijn relatief. Een risico met een groot maximaal financieel gevolg kan op basis van de “kans” en “invloed” een relatief beperkte invloed op het aan te houden minimale weerstandscapaciteit hebben. Omgekeerd kan een klein maximaal financieel gevolg een grote invloed hebben.

Bepalen weerstandscapaciteit:
De benodigde weerstandscapaciteit is berekend op € 7,4 miljoen. De weerstandscapaciteit is € 13,2 miljoen. Dit betekent dat wij in staat zijn om met de huidige weerstandscapaciteit ook grotere risico’s het hoofd te kunnen bieden.

In onderstaande tabel wordt de weerstandscapaciteit weergegeven. De bedragen zijn gebaseerd op de balans ultimo 2018.

Incidenteel weerstandsvermogen (bedragen x € 1.000)    
Algemene reserve per ultimo 2018:    
Algemene reserve deel buffer 7.500  
Algemene reserve deel investeringen 1.782  
Algemene reserve vrij deel 3.999  
Totaal incidenteel weerstandsvermogen   13.281

Het beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's
Jaarlijks worden de risico’s geïnventariseerd. Daarnaast berekenen we het beschikbare weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen moet minimaal de berekende risico’s kunnen dekken.

Kentallen

De vijf voorgeschreven kengetallen die onder andere met behulp van de bovenstaande geprognosticeerde balans zijn berekend, luiden als volgt:

Kengetallen Rekening 2017 Begroting 2018 Rekening 2018
1 Netto schuldquote 58,98% 65,94% 51,61%
  Netto schuldquote excl. verstrekte leningen 40,80% 47,72% 35,55%
2 Solvabiliteitsratio 28,22% 24,38% 27,17%
3 Structurele exploitatieruimte -1,21% 0,15% -8,65%
4 Grondexploitatie 3,64% 1,80% 2,21%
5 Belastingcapaciteit 97,93% 94,07% 94,07%

Netto Schuldquote
In 2018 nam de netto schuldquote van de gemeente af. Dit komt omdat de verhouding tussen het saldo van de schulden en de baten is verbeterd.

Netto Schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen aan derden)
De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen aan derden geeft inzicht in de schulden minus de leningen die zijn afgesloten om één op één door te verstrekken aan de verbonden partijen. De schuld quote daalt. De oorzaak is hiervoor bij Netto Schuldquote aangegeven. De schuldquote is hiermee aanvaardbaar. De schuldquote van Opsterland bevindt zich ruim binnen de in de theorie genoemde (en door de VNG gehanteerde) grens van 130 procent.

Solvabiliteitsratio

De solvabiliteit van de gemeente neemt ten opzichte van de jaarrekening 2017 iets af. Solvabiliteit is de verhouding tussen leningen en eigen vermogen (reserves). De afname komt doordat de gemeente geld leent voor investeringen. Daarnaast zet de gemeente de bestemmingsreserves in om de gemaakte beleidsafspraken uit te voeren. De gemeente vindt het solvabiliteitspercentage aanvaardbaar.

Structurele exploitatieruimte

Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen wordt gedekt. Een negatief percentage houdt in dat structurele lasten incidenteel gedekt worden. Het kengetal drukt dus niet uit of sprake is van een begrotingstekort of –overschot. Een overzicht van de incidentele lasten en baten is opgenomen de jaarrekening.

Grondexploitatie

Het kengetal grondexploitatie geeft inzicht in de waarde van de gronden ten opzichte van de totale baten van de gemeente. Het percentage geeft aan dat Opsterland geen bovenmatige risico’s op de grondexploitaties loopt afgezet tegen de omvang van de begroting. Daar komt bij dat de gemeente met de algemene reserve ook nog over voldoende weerstandsvermogen beschikt.

Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit wordt berekend met de tarieven voor een meerpersoonshuishouden. Omdat deze op jaarbasis worden vastgesteld, zijn de percentages voor de begroting en de jaarrekening gelijk. Bij een percentage hoger dan 100 zijn de woonlasten hoger dan het landelijk gemiddelde. Bij een percentage lager dan 100 zijn de woonlasten lager dan het landelijk gemiddelde. De woonlasten bevinden zich op een stabiel en landelijk gezien laag niveau.

Onderhoud kapitaalgoederen

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor het beheer van de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen. Deze openbare ruimte bestaat uit kapitaalgoederen. Dit zijn wegen, riolering, civiele kunstwerken, groen, openbare verlichting, gebouwen en overige bebakening en straatmeubilair. Het onderhoud hiervan is van belang voor de leefbaarheid en veiligheid in onze gemeente. Daarnaast is goed onderhoud van belang om kapitaalverlies te voorkomen.

In het Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte 2014-2018 (hierna: BKP) zijn de kwaliteitsniveaus van de arealen (te onderhouden kapitaalgoederen) groen, verhardingen en kunstwerken vastgelegd door de gemeenteraad (13 mei 2013). Hierin heeft in 2017 een herijking plaatsgevonden (notitie Kapitaalgoederen) om kapitaalvernietiging te minimaliseren. Het onderhoud van deze arealen is daarbij gedifferentieerd naar gebruik. Netjes waar het moet, sober waar het kan. De ambitieniveaus voor de riolering zijn vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 (hierna: GRP).

Kaderstellende documenten

Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte 2014-2018 (BKP)
Aanpassingen Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte op openbaar groen (vastgesteld 15-10-2015)
Notitie kapitaalgoederen 2017
Beheerplan onderhoud sportvelden (2008)
Beleidsnota Licht in de Duisternis (2009)
Gemeentelijk rioleringsplan 2015-2019 (GRP)
Gemeentelijk verkeer en vervoerplan 2010 Bereikbaar zijn en blijven (GVVP)
Evaluatie Gemeentelijk verkeer en vervoerplan 2010
Inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland 2014

Wegen en verhardingen

Kerncijfers

De gemeente heeft ongeveer 2,7 mln m2 verharding in beheer. Deze bestaat voor 58% uit asfalt, 40% elementenverharding (klinkers, tegels e.a.) en 2% beton. De totale verharding vertegenwoordigt een geschatte waarde van ongeveer € 175 mln.

Areaal Hoeveelheid Kwaliteitsniveaus beheer en onderhoud verharding per structuurelement
Bedrijven-terreinen Buitengebied Centra Groengebieden / Parken Hoofdwegen Woongebieden
Fietspaden 85km Hoog Basis Hoog  n.v.t. Basis Basis
Parkeervoorzieningen 11,2ha Hoog Basis Basis Hoog Basis Basis
Wegen 397km Basis Laag Laag Laag Basis Basis
Voetpaden / trottoirs 124km Laag Basis Basis Basis Basis Basis

Huidige kwaliteit (CROW) op basis van inspectie

Het gewenste kwaliteitsniveau van de verhardingen is vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan openbare ruimte 2014-2018.

Om kapitaalvernietiging te voorkomen is aanvullend in september 2017 de Notitie kapitaalgoederen vastgesteld waarmee de ambitie is uitgesproken om alle arealen op een basis niveau te gaan onderhouden.

Areaal Hoeveelheid Kwaliteitsniveaus beheer en onderhoud verharding per structuurelement
Bedrijven-terreinen Buitengebied Centra Groengebieden / Parken Hoofdwegen Woongebieden
Fietspaden 85km Basis Basis Basis  n.v.t. Basis Basis
Parkeervoorzieningen 11,2ha Basis Basis Basis Basis Basis Basis
Wegen 397km Basis Basis Basis Basis Basis Basis
Voetpaden / trottoirs 124km Basis Basis Basis Basis Basis Basis

Vastgelegde kwaliteit (CROW) in overeenstemming met het Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte 2014-2018 en de herijking n.a.v. de Notitie Kapitaalgoederen 2017.

Het begrote budget wordt gebruikt voor groot en klein onderhoud. Om de arealen vanaf 2018 op een basisniveau te onderhouden wordt het jaarlijkse budget van €1.765.000 in vier jaar tijd verhoogd tot € 2.041.000 (jaarlijks met € 69.000).

Wegen budget onderhoud
Jaar Budget Verhoging Budget
2018 € 1.765.000 € 69.000 € 1.834.000
2019 € 1.834.000 € 69.000 € 1.903.000
2020 € 1.903.000 € 69.000 € 1.972.000
2021 € 1.972.000 € 69.000 € 2.041.000

Rehabilitatie (het totaal vervangen) van verharding wordt apart aangevraagd. Dit is in 2018 niet aan de orde. Het herstellen van de laag onderhouden arealen wordt gedurende 4 jaar uitgevoerd. Hiervoor wordt gedurende vier jaar jaarlijks € 248.000 in een egalisatiereserve gedoteerd (totaal € 992.000).

Toekomst

Wegen hebben afhankelijk van gebruik en soort een bepaalde (theoretische) levensduur. Het grootste deel van de wegen in de gemeente is aangelegd of gerehabiliteerd tussen 1970 en 1990. Dit zorgt er voor dat er in verhouding vanaf 2020 meer wegen aan vervanging toe zijn. Het zwaartepunt van deze (theoretische) vervangingspiek ligt tussen 2030 en 2050. In afwachting van de inspectie die eind 2018 is afgerond, wordt in 2019 een investeringsplan opgesteld waardoor meer duidelijkheid ontstaat over de te verwachten vervangingspiek.

Riolering

Kerncijfers

In de gemeente ligt meer dan 350 km riolering onder de grond. Hiervan is 214 km vrijverval en 137 km mechanische riolering. Daarnaast zorgen 558 gemalen, 112 IBA’s (reinigingsstations op perceelniveau) en 5 bergbezinkvoorzieningen voor de verwerking van afval- en hemelwater. De totale installatie vertegenwoordigt een geschatte waarde van ongeveer € 146 mln.

Gemeentelijke watertaken Kwaliteitsniveaus  per structuurelement
Centrum Woongebieden Bedrijven-terreinen Buitengebied
Afvalwater inzameling van afvalwater Hoog > Basis Hoog > Basis Hoog > Basis Basis
transport van afvalwater Basis > Hoog Basis > Hoog Basis > Hoog Basis > Hoog
Hemelwater inzameling van overtollig hemelwater Basis > Hoog Basis > Hoog Basis > Hoog  n.v.t.
verwerking van hemelwater in riolen Basis Basis Basis  n.v.t.
verwerking van hemelwater in openbare ruimte Basis Basis Basis  n.v.t.
Grondwater inzameling van grondwater Basis Basis Basis  n.v.t.
verwerking van grondwater Basis Basis Basis  n.v.t.

Huidige kwaliteit (CROW) op basis van inspecties en prognoses.

Beheer

Het gewenste kwaliteitsniveau van de installatie is vastgelegd in het Gemeentelijke Rioleringsplan 2015 – 2019 (GRP). Met het voortzetten van het huidige beleid wordt de installatie op de vastgestelde niveaus onderhouden.

Gemeentelijke watertaken Kwaliteitsniveaus  per structuurelement
Centrum Woongebieden Bedrijven-terreinen Buitengebied
Afvalwater inzameling van afvalwater Basis Basis Basis Basis
transport van afvalwater Basis Basis Basis Basis
Hemelwater inzameling van overtollig hemelwater Basis Basis Basis  n.v.t.
verwerking van hemelwater in riolen Basis Basis Basis  n.v.t.
verwerking van hemelwater in openbare ruimte Laag > Basis Laag > Basis Laag > Basis  n.v.t.
Grondwater inzameling van grondwater Basis > Laag Basis > Laag Basis > Laag  n.v.t.
verwerking van grondwater Basis Basis Basis  n.v.t.

Vastgelegde kwaliteit (CROW) in overeenstemming met het Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019.

In overeenstemming met het GRP is in 2018 ruim €1 mln. beschikbaar voor onderhoud en vervanging.

Toekomst

Tot 2040 is er voldoende budget om het vastgestelde ambitieniveau te handhaven. Na 2040 is de reserve uitgeput en worden de uitgaven hoger dan de inkomsten.

Vaarwegen en kunstwerken (water)

 Kerncijfers

Civiele kunstwerken
Omschrijving Aantal
Bruggen (beweegbaar) 17 stuks
Bruggen (vast) 28 stuks
Bruggen (hout) 96 stuks
Kademuren 6.860 m1
Oeverconstructies 26.734 m1
Vaarrecreatieve voorzieningen 36 stuks
Duikers 4 stuks
Tunnels* 4 stuks
Sluizen 1 stuks

*Van drie tunnels heeft de gemeente het dagelijks beheer. Het eigendom ligt bij de Provincie Fryslân of Rijkswaterstaat
Het totale areaal kunstwerken vertegenwoordigt een geschatte vervangingswaarde van ongeveer € 55 mln.

Beheer

Het gewenste kwaliteitsniveau van kunstwerken e.a. is vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan openbare ruimte 2014-2018. Binnen het begrote budget worden de kunstwerken / voorzieningen op de vastgestelde niveaus onderhouden.

Areaal Kwaliteitsniveaus beheer en onderhoud verharding per structuurelement
Bedrijven-terreinen Buitengebied Centra Groengebieden / Parken Hoofdwegen Woongebieden
Bruggen (beweegbaar)  n.v.t. Basis Basis  n.v.t. Basis Basis
Bruggen (vast)  n.v.t. Laag Basis  n.v.t. Laag Basis
Bruggen (hout)  n.v.t. Laag  n.v.t. Basis Basis Basis
Kademuren  n.v.t. Basis Basis  n.v.t.  n.v.t. Basis
Oeverconstructies  n.v.t. Basis  n.v.t.  n.v.t.  n.v.t. Basis
Vaarrecreatieve voorzieningen  n.v.t. Basis Basis  n.v.t.  n.v.t. Basis

Vastgelegde kwaliteit (CROW) in overeenstemming met het Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte 2014-2018.

Groot onderhoud wordt gedekt vanuit de voorziening. Hier wordt jaarlijks € 257.000 aan gedoteerd. De totale uitgaven aan onderhoud bedragen in 2018 circa € 0,5 mln. Vervangingen worden separaat aangevraagd.

Toekomst

Voor kunstwerken is geen verwachte vervangingspiek. Tot en met 2025 betreft de theoretische vervanging circa €5 mln. Tot en met 2040 bedraagt dit circa €12 mln. Op dit moment is er nog geen sprake van kapitaalvernietiging aan vaste en houten bruggen. In 2020 wordt een vervangingsplan opgesteld voor het areaal kunstwerken.

Groen

Kerncijfers

Opsterland is een groene gemeente met een diversiteit aan openbaar groen. De grootste arealen zijn hieronder weergegeven.

Openbaar groen
Omschrijving Aantal
Bomen 49.000 stuks
Bosplantsoen 900.000 m2
Sierbeplanting 75.000 m2
Hagen 9.500 m1
Grasveld 965.000 m2
Bermen/ruigte 1.893.000 m2
Watergangen/vijvers 590.000 m2
Parkmeubilair 800

stuks

Beheer

Het gewenste kwaliteitsniveau van het openbare groen is vastgelegd in het Beeldkwaliteitsplan openbare ruimte 2014-2018. Om kapitaalvernietiging te minimaliseren is aanvullend in september 2017 de Notitie Kapitaalgoederen vastgesteld waarmee de ambitie is uitgesproken om meer arealen op een basis niveau te gaan onderhouden.

Binnen het begrote budget worden de arealen groen op de vastgestelde niveaus onderhouden.

Beeldkwaliteit  

Centra

Woongebied

Hoofdwegen

Bedrijven-terrein

Groen- gebieden / parken

Buitengebied

Begraaf-plaatsen

Bomen

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Bosplantsoen

Basis

Basis

Laag

Laag

Laag

Laag

Basis

Sierbeplanting

Basis

Basis

Basis

Laag

Basis

Laag

Hoog

Hagen

 n.v.t.

Basis

Basis

Basis

Laag

Laag

Hoog

Grasveld

Basis

Laag

Laag

Laag

Laag

Laag

Hoog

Bermen

 n.v.t.

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Kruidenrijk gras

Basis

Laag

Laag

Laag

Laag

 n.v.t.

Basis

Watergangen/vijvers

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Parkmeubilair

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Hoog

Vastgelegde kwaliteit (CROW) in overeenstemming met de aanpassingen op het Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte 2014-2018 (15-10-2015) en de Notitie Kapitaalgoederen 2017.

In overeenstemming met het BKP is in 2018 € 1.829.000 beschikbaar voor onderhoud. Vanwege het minimaliseren van de kapitaalvernietiging wordt het jaarlijkse budget structureel opgehoogd met € 135.000 zodat er jaarlijks € 1.964.000 beschikbaar is. De werkzaamheden aan het openbaar groen worden deels uitgevoerd door eigen dienst en Caparis.

Toekomst

In het areaal bomen komt ziekte voor (o.a. essentaksterfte en kastanjebloedingsziekte), waardoor op korte termijn (<5jr) de veiligheid van deze bomen niet kan worden gewaarborgd. Deze bomen (circa 5% van het areaal) worden gekapt. Voor een deel hiervan wordt herplant gepleegd.

Gebouwen

Kerncijfers

De gemeente heeft 53 gebouwen in beheer en eigendom. Het gemeentelijk vastgoed heeft een herbouwwaarde van circa € 63 mln.

Gemeentelijk vastgoed
Functieomschrijving Aantal
Bedrijfsvoering 11
Maatschappelijk 14
Monumentaal 8
Voormalige scholen 6
Dorpshuizen 7
Overig 9
Totaal gebouwen 55

 Beheer

Het grootste deel (90%) van de gebouwen wordt onderhouden op basis van de kwaliteit ‘instandhouding’. Dit betekent dat aan de gebouwen werkzaamheden worden verricht om het gebouw te behouden in de staat waarin deze zich bevindt. Deze gebouwen voldoen wat betreft het onderhoud aan de gestelde bestekskwaliteit. De overige gebouwen (10%) zijn niet meer in gebruik of zullen binnenkort niet meer in gebruik zijn en worden verkocht of gesloopt. Aan deze gebouwen wordt het minimaal noodzakelijke onderhoud gepleegd.

Voor het planmatig onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is een voorziening beschikbaar. Er is jaarlijkse een dotatie van € 731.000 aan deze voorziening. Met deze jaarlijkse storting is de voorziening toereikend voor het gemiddelde van het planmatig onderhoud, voor de komende 10 jaar.

Toekomst

Onnodig vastgoed wordt afgestoten (sloop of verkoop). Voor het in stand houden van de gemeentelijke gebouwen is een voorziening beschikbaar.

Openbare verlichting

Kerncijfers

In Opsterland staan circa 4.400 lantaarnpalen waarvan ongeveer 90% in beheer en eigendom van de gemeente zijn. De overige palen zijn in beheer en eigendom van de Provincie Fryslân, Rijkswaterstaat, woningcorporaties en VvE’s. Het totale jaarlijkse energieverbruik van het gemeentelijke areaal is 537.000 kWh. De totale vervangingswaarde van de installatie bedraagt ongeveer € 6 mln.

Beheer

De beleidsuitgangspunten van de openbare verlichting staan vastgelegd in de notitie "Licht in de Duisternis" (2009). De masten worden onderhouden op CROW kwaliteitsniveau B (is overeenkomstig aan het ‘basisniveau’ zoals vastgelegd in het BKP).

Het begrote budget wordt gebruikt voor het onderhouden (in stand houden) van de huidige installatie. Voor vervanging wordt indien aan de orde een vervangingskrediet aangevraagd. In 2017 is gestart met het vervangen van circa 800 armaturen en 80 palen ten laste van het beschikbare krediet van circa € 400.000. Dit project is in 2018 afgerond.

Toekomst

De installatie openbare verlichting is relatief jong. Op basis van de theoretische levensduur ontstaat na 2025 een vervangingspiek. Deze wordt met de komende vervangingsprojecten enigszins afgevlakt.

Financiering

Financiering

Inleiding

Deze paragraaf gaat over de taken financiering, cashmanagement en renterisicobeheer. Deze taken hebben als doel de gemeente te voorzien in de behoefte aan vreemd vermogen tegen zo laag mogelijke kosten en te beschermen tegen ongewenste financiële risico’s.

Beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille

In de financiële verordening heeft de raad het college bestuurlijk mandaat gegeven voor het uitoefenen van de financieringsfunctie. Het college zorgt daarbij voor:

  1. Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van tijdelijke overtollige gelden;
  2. Het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie, zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s.
  3. Het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van voldoende rendement op uitzettingen.
  4. Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

Kaderstellende documenten

Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet.

Beleidskader reserves en voorzieningen.

Treasury-statuut.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet houdt in, dat maximaal 8,5% van de totale begroting met kort geld gefinancierd mag zijn. Voor 2018 is dit voor onze gemeente maximaal € 6,8 miljoen. Omdat we de rentelasten voor de gemeente zoveel mogelijk willen beperken maken we zoveel als mogelijk gebruik van kortlopende leningen, de rente voor kortlopende leningen is namelijk beduidend lager dan die van langlopende leningen. In 2018 hebben we de kasgeldlimiet eenmaal overschreden. Zoals de voorschriften aangeven hebben we deze overschrijding met de toezichthouder gecommuniceerd. In het vierde kwartaal van 2018 hebben we een langlopende lening aangetrokken zodat we weer voor een langere termijn aan de voorschriften kunnen voldoen.

Renterisiconorm

De renterisiconorm houdt in, dat maximaal 20% van het totaal van de begroting aan een renteherziening onderhevig mag zijn. Dit betekent dat we maximaal over € 15,9 miljoen renterisico mogen lopen. We hebben in 2018 op de langlopende leningen € 5 miljoen afgelost (exclusief leningen die betrekking hebben op de doorgeleende leningen aan woningbouwcorporaties). We hebben in 2018 voldaan aan de renterisiconorm.

Doorgeleende leningen

De saldi van de aan de woningbouwcorporaties doorgeleende leningen bedragen ultimo 2018 totaal € 12,3 miljoen. De leningen worden in 2019 volledig afgelost.

Renterisicobeheer

Het renterisico is het volume aan uitstaande schuld, dat aan renteherziening onderhevig is. De wetgever heeft in de Wet financiering decentrale overheden (Fido) eisen gesteld aan het renterisico dat een gemeente in enig jaar mag lopen. Deze eisen komen tot uitdrukking in de kasgeldlimiet (voor leningen met een looptijd tot 1 jaar) en de renterisiconorm (voor leningen met een looptijd vanaf 1 jaar). Het college zorgt ervoor dat de gemeente verantwoord en goedkoop financiert binnen de gegeven normen.

Liquiditeiten

Ook in 2018 hebben we weer een beroep gedaan op de kapitaalmarkt. In oktober 2018 hebben we een lening van € 16 miljoen aangetrokken met een looptijd van 20 jaar. Voor de aangetrokken kortlopende leningen hebben we in 2018 rente ontvangen in plaats van betaald. Aan de hand van de vastgestelde begroting 2018 wordt een meerjarige liquiditeitenplanning opgesteld. Op deze wijze is er sturing mogelijk op onze financieringsbehoefte en de daaraan verbonden kosten.

Bedrijfsvoering

Bedrijfsvoering

De hoofdpunten van beleid worden beschreven in de programma’s van de begroting. Het realiseren van die beleidsdoelen kan alleen met de inzet van diverse middelen als personele inzet, financiële middelen en administratie, communicatie, ICT, onderzoek, informatievoorziening en archivering, juridische adviezen, inkoop, huisvesting en andere ondersteunende faciliteiten. De inzet dient effectief, efficiënt en integer te zijn.

De bedrijfsvoering en de ontwikkeling daarvan hangt nauw samen met vraagstukken rondom sturing en control. Met de woorden: "zijn we in control” wordt bedoeld of de besturing van de ambtelijke organisatie beheerst wordt. Hoe lopen de processen en zijn ze efficiënt ingericht, worden de processen en de kosten beheerst en zijn (financiële) risico’s benoemd, zijn risicobeheersmaatregelen tijdig getroffen, zijn de te behalen resultaten helder en smart geformuleerd, boeken we de resultaten die zijn afgesproken, wordt er op de juiste momenten verantwoording afgelegd? Deze zaken hebben permanent aandacht.
Bedrijfsvoering gaat daarnaast ook over innovatie: kunnen we de processen slimmer organiseren en kan het goedkoper en beter? De ontwikkelingsbijdragen van de communicatietechnologie spreken boekdelen. Neem als voorbeeld de ontwikkeling van apps op smartphones en tablets, ook in ons dagelijkse werk.

In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de ontwikkelingen die in de gemeentelijke bedrijfsvoering speelden in 2018.

Kaderstellende documenten

Organisatieverordening (2017)

Inkoop- en aanbestedingsbeleid OWO 2018

Normenkader rechtmatigheid (wordt jaarlijks vastgesteld door college en ter kennis van de Raad gebracht)

Bestuursovereenkomst OWO 2015

Informatiebeleidsplan OWO-gemeenten 2017-2020

 

Gekanteld werken

De bestuurlijke visie “Romte en Ferskaat 2013” zette in op de kracht van de leefomgeving en de gemeenschap. In het coalitieakkoord 2018-2022 komt dit ook duidelijk naar voren, bijvoorbeeld bij het thema modern besturen. Het laat zien, dat de rol van de gemeente voortdurend verandert. De gemeente moet inspelen op verschijnselen en veranderingen die zich voordoen in de samenleving. Dit betekent, dat de gemeente steeds minder alles zelf doet. Inwoners en organisaties willen en krijgen meer verantwoordelijkheid. En waar dat kan, laat de gemeente het initiatief bij hen. De gemeente verbindt, mobiliseert, faciliteert en stimuleert maar weet ook wanneer zij kan loslaten. Daartoe zijn we als bestuur en medewerkers actief bezig om een omslag te maken van het traditionele overheidsdenken van controle en regelgeving naar meer vertrouwen en dereguleren. Met minder dichtgetimmerde plannen, meer ruimte voor de ideeën en de kracht van partners inspelen op actuele ontwikkelingen en kansen. Voor bestuur en organisatie betekent dit een nieuwe balans tussen grip en loslaten. Gekanteld werken is geen project of programma, maar gaat meer om houding en gedrag. In 2018 hebben organisatie en bestuur hiermee ervaring opgedaan door onder andere de projecten Kansen voor Beetsterzwaag en MFA Tijnje.

Organisatieontwikkeling, meer doen met minder middelen

In 2018 heeft de gemeente met minder financiële middelen meer moeten realiseren. Het gemeentelijke takenpakket en de gewenste kwaliteit ervan neemt jaarlijks toe. Om hiermee om te gaan is er ingezet op verhoging van de efficiëntie en de flexibiliteit. De doorontwikkeling van projectmatig werken is hier een voorbeeld van. In 2018 is programmasturing ontwikkeld zodat er meer grip en sturing mogelijk is op het behalen van onze doelstellingen. Dit instrument zetten we vanaf 2019 in. Daarnaast is er verder gewerkt aan de digitalisering van de dienstverlening. Hiervoor is eind 2018 een start gemaakt met de uitrol van het zaaksysteem: elk verzoek van een inwoner, bedrijf of instelling wordt als een zaak geregistreerd zodat samenhang en voortgang gevolgd kan worden, te zijner tijd ook door de belanghebbende zelf (bijvoorbeeld een vergunningaanvraag). Dit vraagt continue aandacht. Aan de andere kant kunnen niet alle nieuwe taken met de aanwezige formatie worden opgevangen. Daardoor is de formatie in 2018 toegenomen. Er was dus sprake van twee tegengestelde bewegingen. De totale vaste formatie is per saldo gestegen met 4 fte. een specificatie is hieronder te vinden.

Verloop fte's op hoofdlijnen fte's
Formatie begroting 2018             214
Structurele nieuwe taken (Perspectiefbrief 2018) 2
Uitbreiding sociaal domein (budget neutraal) 3
Bezuiniging personeel (taakstelling) -1
Formatie verantwoording 2018            218

Bij de Perspectiefbrief 2018 zijn er 2 fte meegenomen voor het uitvoeren van nieuwe taken en het oplossen van formatieknelpunten. In het sociaal domein is voor 3 fte beschikbaar gesteld die directe zorg aan de cliënten verricht. Dit is een budgetneutrale wijziging. Naast deze stijgingen is er ook 1 fte bezuinigd in 2018. Binnen verschillende domeinen is er formatie ingeleverd om te voldoen aan de taakstelling. Hiermee zijn alle taakstellingen op formatie gerealiseerd.

Samenwerking in OWO-verband

Wat betreft de intergemeentelijke samenwerking heeft de gemeente de ingezette koers voortgezet. Dat betekent intensieve samenwerking met onze preferente partners Ooststellingwerf en Weststellingwerf. Op vier terreinen zijn gezamenlijke afdelingen OWO neergezet:

  • Bedrijfsvoering (financiële administratie, personeels- en salarisadministratie, inkoop en aanbesteding, ICT, documentatie informatievoorziening en verzekeringen); gehuisvest te Wolvega.
  • Belastingen en vastgoedinformatie; gehuisvest te Oosterwolde;
  • Vergunningverlening, handhaving en toezicht; gehuisvest te Gorredijk.
  • De gezamenlijke backoffice Werk, inkomen en zorg; gehuisvest te Oosterwolde.

In 2018 hebben de OWO-gemeenten onder andere het inkoop- en aanbestedingsbeleid geactualiseerd en is het Informatiebeleidsplan 2017-2020 vastgesteld door de drie gemeenteraden. De drie gemeenteraden hebben in 2018 geen gezamenlijke visie op de verdere vormgeving van de OWO-samenwerking ontwikkeld. Dit staat gepland voor 2019.

Professionalisering van de organisatie

Opleiden en coachen van medewerkers is essentieel in relatie tot de mogelijkheden van Strategische PersoneelsPlanning (SPP), met als doel om vastgestelde bestuurlijke ambities rond thema's als kanteling en samenwerking met de Mienskip mogelijk te maken. Willen we onze huidige medewerkers in kennis en kunde, én houding en gedrag beïnvloeden, dan zullen we hen daarbij moeten ondersteunen. Vandaar dat ook bij de Perspectiefbrief extra middelen voor het professionaliseren van de organisatie zijn gevraagd. Een investering in onze huidige medewerkers en om nieuwe capabele medewerkers aan te kunnen trekken. Daardoor heeft de organisatie weer stappen kunnen zetten om beter toegerust te zijn en te kunnen voldoen aan bestuurlijke ambities, maatschappelijke ontwikkelingen en organisatiecondities. Zo zijn verdere stappen gezet naar een meer pro-actievere en gekantelde organisatie (neem als voorbeeld Kansen voor Beetsterzwaag). Meer maatwerk, betere (online) dienstverlening, die sterker gericht is op de omgeving en op samenwerking binnen netwerken.

Daarnaast wordt onze organisatie geconfronteerd met vergrijzing respectievelijk ontgroening. Daarom hebben we kansen voor de organisatie en jonge getalenteerde mensen gecreëerd door onder andere trainees en meer stagiaires aan te nemen. Ook hiervoor zijn door uw raad extra middelen beschikbaar gesteld. Met de aanname van jonge getalenteerde medewerkers levert dat een bijdrage aan een  meer evenwichtige leeftijdsopbouw in de organisatie en wordt ook nog eens een maatschappelijke bijdrage geleverd in de bestrijding van de jeugdwerkloosheid. Deze Opsterlandse aanpak wordt gewaardeerd door de vakbondsorganisaties, die tevens inzetten op verjonging van de organisatie. 

Met bovenstaande professionaliseringsslag bewerkstelligen we dat de inwoners van Opsterland meer maatwerk en betere dienstverlening geleverd krijgen.

Overige ontwikkelingen

Digitale dienstverlening

Inwoners kunnen sinds afgelopen jaar de post van de gemeente digitaal ontvangen in de persoonlijke Berichtenbox van Mijnoverheid.nl. Gestart is met het digitaal aanbieden van de gemeentelijke belastingaanslag.

Om de inwoners in de toekomst online beter van dienst te kunnen zijn is de Persoonlijke Internet Pagina (PIP) in 2018 ingericht. Die is te bereiken via mijn.opsterland.nl. Hier kunnen inwoners zaken direct regelen met de gemeente en in de toekomst ook volgen.

Ook kunnen inwoners sinds eind 2018 een melding openbare ruimte direct doorgeven via de MijnGemeente App of via de website. De app maakt het doen van een melding openbare ruimte een stuk eenvoudiger en zorgt ook voor terugkoppeling naar de melder. De meldingenkaart op de website maakt meldingen die zijn gedaan inzichtelijk door het tonen van de locatie- en statusinformatie.

Naast Facebook en Twitter is in het derde kwartaal van 2018 ook gestart met het gebruik van WhatsApp.

Informatievoorziening
Het geleidelijk verbeteren van gemeentelijke doelstellingen door deze “smart” te formuleren en waardoor vanuit die nieuwe doelstellingen de begroting concreter kan worden en de controlerende functie van de gemeenteraad bij de Verantwoording kan worden vergemakkelijkt. Bijvoorbeeld m.b.v. www.waarstaatjegemeente.nl, en het streven is om de begroting 2019 beter digitaal 'doorklikbaar' te maken zodat gezochte informatie sneller toegankelijk is.

Informatiebeveiliging en privacybescherming

Met de toenemende digitalisering wordt binnen de gemeente een steeds grote hoeveelheid gegevens verwerkt en wordt de beveiliging van die gegevens steeds belangrijker. Uitval van computers en communicatiesystemen, het in ongerede raken van gegevensbestanden of het door onbevoegden kennisnemen dan wel manipuleren van (persoons)gegevens kan ernstige gevolgen hebben voor de continuïteit van de bedrijfsvoering en het vertrouwen in de overheid. 

Een belangrijke ontwikkeling is de inwerkingtreding op 25 mei 2018 van de nieuwe Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) als vervanging van de nationale wet bescherming persoonsgegevens (wbp). De AVG is strenger dan de wbp als het gaat om verwerkingen van persoonsgegevens. Organisaties worden verplicht te allen tijde inzicht te verschaffen in de verwerking van gegevens, de doelmatigheid hiervan, de grondslagen die worden gesteld en hierover moet de organisatie zich accountable verklaren.
Met het oog op informatiebeveiliging werkt de gemeente er aan om de implementatie van de maatregelen uit de Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten (BIG) vorm te geven. De implementatie van de BIG wordt opgepakt en uitgevoerd. Door het toenemende belang van informatiebeveiliging is in 2017 en 2018  ENSIA (Enkelvoudige Normering, Single Information Audit) als landelijke methodiek uitgerold om gemeenten horizontaal verantwoording af te laten leggen aan de gemeenteraad en verticaal aan ministeries en geeft meer inzicht in de stand van informatiebeveiliging.

Verzuim en welzijn van medewerkers
Het verzuimpercentage ligt onder het landelijk klassegemiddelde. Preventieve aanpak van verzuim is kostenbesparend omdat het inhuur voorkomt. Maar het draagt bovenal bij aan het welbevinden en productiviteit van medewerkers.
Duurzame en wendbare inzet (SPP) is een speerpunt van HRM-beleid. Eind 2016 heeft het welzijnsonderzoek plaatsgevonden. De geaccordeerde aanbevelingen worden in 2017 en 2018 geïmplementeerd.

Toezicht en controle op de gemeente

Toezicht en controle op de gemeente

Doel paragraaf toezicht en controle

In deze paragraaf zijn alle elementen van extern toezicht en controle op de gemeente uit de verschillende programma's gebundeld. Zo is er overzicht voor de raad. Deze paragraaf gaat niet over het toezicht en de handhaving die de gemeente zelf uitvoert.

Toezichtvormen en controles die over 2018 van toepassing zijn:

  1. Accountantscontrole en rechtmatigheid.
  2. Audits informatiebeveiliging.
  3. Horizontale verantwoording college aan de raad.
  4. Interbestuurlijk toezicht door de provincie.
  5. Rekenkamercommissie.
  6. Waarstaatjegemeente.nl.

Ad 1 Accountantscontrole en rechtmatigheid

De raad heeft een kaderstellende rol met betrekking tot de accountantscontrole. De uitgangspunten voor de accountantscontrole 2018 zijn ongewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren. Deze zijn:

  • De goedkeuringstolerantie is vastgesteld op de wettelijke norm van 1% voor fouten en 3% voor onzekerheden van de omvangsbasis.
  • De rapporteringtolerantie is vastgesteld op 0,5% voor fouten en 1,5% voor onzekerheden van de omvangsbasis.

De omvangsbasis is gelijk aan de totale lasten van de gemeente.

Voor de concretisering van het begrotingscriterium zijn de bepalingen in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) en de uitwerking daarvan in de Kadernota rechtmatigheid van de Commissie BBV leidend.

  Overige uitgangspunten zijn:

1. Budgetrecht raad

Indien bij de uitwerking van de door de raad vastgestelde plannen door het college blijkt dat het door de raad geautoriseerde bedrag onvoldoende is, zal het college in principe voor aanvullende budgettaire ruimte voorstellen doen aan de raad. Dit is niet nodig als er door het college dekking kan worden gevonden binnen het desbetreffende programma. Echter, indien de uitgaaf wel financieel binnen het programma past, maar inhoudelijk niet overeenkomt met de doelstellingen van de raad, dan moet het college dit ter besluitvorming voorleggen aan de raad. Mutaties worden elk jaar bij de Perspectiefbrief gemeld, waarbij het college een voorstel aan de raad overlegt tot het wijzigen van de lopende begroting.

2. Normenkader

Het normenkader bestaat uit alle wettelijke en gemeentelijke regelgeving, die van belang zijn voor de accountantscontrole op de rechtmatigheid. Het normenkader is per 31 december door het college vastgesteld en ter kennis van de raad gebracht.

3. Controleplan

Het controleplan van de accountant voor over het boekjaar 2018 is met de auditcommissie afgestemd.

Met het vaststellen van de begroting worden ook de bovenvermelde uitgangspunten voor de accountantscontrole vastgesteld.

Ad 2 Audits informatiebeveiliging

Er zijn landelijk algemene eisen gesteld aan de organisatorische en fysieke beveiliging, aan ICT-beveiliging en er zijn ook specifieke wettelijke eisen m.b.t. de onderdelen: BRP, PUN, Suwinet, BAG, BGT en DigiD waarover de gemeente verantwoording dient af te leggen. Dit noemen we de ‘verticale verantwoording’. De horizontale verantwoording richting gemeenteraad  vormt hiervoor de basis. De normen van de BIG en de specifieke normen van de BRP, PUN, Suwinet, BAG, BGT en DigiD zijn opgenomen in de zelfevaluatievragenlijst.

Vanaf 2017 vindt de toetsing van de diverse wettelijke vereisten niet meer separaat plaats maar via een eenmalige uitvraag: ENSIA (Enkelvoudige normering, single information audit). Dit betekent dat maar één keer per jaar de zelfevaluatielijst ingevuld hoeft te worden. De informatie wordt gebruikt voor de horizontale verantwoording richting gemeenteraad en de diverse verticale verantwoordingslijnen richting departementen

ENSIA heeft tot doel het verantwoordingsproces over informatieveiligheid bij gemeenten verder te professionaliseren door het toezicht te bundelen en aan te sluiten op de gemeentelijke Planning & Control-cyclus. Hierdoor heeft het gemeentebestuur meer overzicht over de stand van zaken van de informatieveiligheid en kan het beter sturen op de voortgang van de implementatie van de Baseline Informatiebeveiliging gemeenten (BIG). 

Ad 3 Horizontale verantwoording van college aan de gemeenteraad

Het verticale toezicht wordt uitgeoefend door de naast hogere overheid, in ons geval door de provincie. Het totaalbeeld van de toezichtsdomeinen is als volgt:

Domein Oordeel
Archief en informatiebeheer  matig
Monumentenzorg en archeologie goed
Omgevingsrecht/Wabo goed
Ruimtelijke ordening goed
Water/riolering  goed

Het oordeel “matig”  voor "archief en informatiebeheer" betekent dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat er geen sprake is van verwaarlozing. Deze kwalificatie betekent dat de verbeteringen goed zijn opgepakt, maar nog niet hebben geleid tot de gewenste eindresultaten, zoals bedoeld door de VNG. In 2018 is in OWO-verband een nieuw archiveringsysteem uitgekozen, waarvan de implementatie nog volop gaande is. Daarnaast zijn in OWO-verband de uitvoeringskaders uitgewerkt om de kwaliteit van archief en informatiebeheer te verbeteren.

Over de uitvoering van de medebewindswetgeving is meer informatie te vinden op de website “Waarstaatjegemeente.nl”.

Ad 4 Interbestuurlijk toezicht door de provincie (verticaal toezicht)

Het interbestuurlijk toezicht (IBT) is de wettelijke toezichtstaak die een provincie heeft ten aanzien van de uitvoering van de medebewindstaken door gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen.

De provincie richt zich als toezichthouder op de volgens de provincie meest risicovolle thema’s binnen de beleidsterreinen waar het toezicht ophoudt. Dit zijn de volgende beleidsterreinen:

Ook houdt de provincie toezicht op de financiële positie van gemeenten.

Het toezicht gebeurt op basis van vertrouwen en eigen verantwoordelijkheid van de gemeenten. Als basis van het interbestuurlijk toezicht is een goede horizontale verantwoording (controle door gemeenteraad bij gemeenten) onmisbaar.

Het interbestuurlijk toezicht is gericht op de uitvoering van wettelijke medebewindstaken. Aan de hand van het stoplichtmodel wordt er een beoordeling gegeven. De uitkomst hiervan kan de kleur groen, oranje of rood zijn. Groen staat voor goed en oranje staat voor matig/risico.

Ingrijpen gebeurt alleen als wettelijk vastgelegde taken niet of niet juist worden uitgevoerd. Of als besluiten in strijd zijn met het algemeen belang of het recht. In deze gevallen is de uitkomst van de beoordeling de kleur rood en kan de provincie gebruik maken van de volgende instrumenten:

  • Indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing; bij taakverwaarlozing kan de provincie de taak overnemen.
  • Schorsing en vernietiging; als er besluiten worden genomen die in strijd zijn met het recht of het algemeen belang, dan kan het besluit worden voorgedragen voor schorsing of vernietiging.

 Informatie over de prestaties van onze gemeente staat op “Waarstaatjegemeente.nl”.

Ad 5 Rekenkamercommissie Opsterland

De rekenkamercommissie heeft als taak het onderzoeken van de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het door de gemeente vastgestelde beleid en de uitvoering van het beleid. In 2018 is het onderzoek digitale dienstverlening afgerond en zijn twee onderzoeken opgestart. Het eerste onderzoek gaat over de effectiviteit, efficiency en rechtmatigheid van het proces van vergunningverlening. Het tweede onderzoek gaat over de subsidies voor cultuurpromotie.

Digitale dienstverlening

De rekenkamercommissie heeft in haar onderzoek over digitale dienstverlening de volgende aanbevelingen opgenomen:

1 - Stel als raad de kaders van het informatiebeleidsplan vast.
Met het nieuwe plan (2017 - 2020) zoekt het college de discussie met de raad. Stel in deze discussie de kaders vast over de volgende onderwerpen:
I. Hoever wil Opsterland in digitalisering gaan, wil ze de dienstverlening volledig digitaal beschikbaar stellen? Vanuit de enquête onder de inwoners lijkt daarvoor zeer zeker draagvlak te bestaan.
II. Moet het tempo waarin Opsterland digitaliseert omhoog, nu “onder de motorkap” de bouwstenen door het team OWO-I&A beschikbaar daarvoor zijn?
III. Moet de gemeente een App maken om interactie met smartphones te verbeteren?
IV. Moet de balie minder open naarmate digitaal meer diensten worden afgenomen? Kan de tevredenheid van de inwoners verder stijgen naarmate digitale dienstverlening wordt uitgebreid?
V. Is digitalisering in te zetten om kosten te besparen? Zouden hiervoor geen doelen kunnen worden geformuleerd zoals een jaarlijkse kostendaling met een bepaald percentage?
2 - Geef het college opdracht de kaders in een uitvoeringsplan uit te werken.
Het plan dat het college voor de komende jaren maakt zou meetbare doelen, mijlpalen en dienstverleningsniveaus, een heldere planning in de komende drie jaren en een systeem van rapportage aan de raad en monitoring moeten bevatten. De ambitie die de raad in de eerste aanbeveling heeft vastgesteld, komt in dit plan herkenbaar terug. Laat de gemeenteraad dit uitvoeringsplan vaststellen.
3 - Geef het college opdracht over de voortgang te rapporteren. Eenmaal per jaar zou de voortgang van de digitalisering, het verloop van de plannen, de serviceniveaus en de tevredenheid aan de raad gerapporteerd moeten worden.
 
De raad heeft besloten het college van B&W opdracht te geven om de aanbevelingen uitgebreid van commentaar te voorzien. Het college van B&W kan de raad hiermee inzicht geven in de wijze waarop de aanbevelingen van de rekenkamercommissie kunnen bijdragen aan de kaderstelling van het informatiebeleidsplan en/of de jaarplanning van het informatiebeleidsplan. Ten slotte heeft de raad het college van B&W gevraagd in 2018 een bijeenkomst te organiseren over de ambities voor de totale gemeentelijke dienstverlening. De reactie van het college van B&W is in 2018 niet gegeven en de bijeenkomst heeft in 2018 niet plaatsgevonden.
 

We bewaken de uitvoering van overgenomen aanbevelingen van eerder RKC-onderzoeken.

Ad 6 Waarstaatjegemeente.nl

Jaarlijks worden actuele gegevens aangeleverd voor de website “Waarstaatjegemeente.nl”. De website laat zien hoe onze gemeente er op verschillende beleidsterreinen voor staat. Deze toezichtinformatie is voor de verplichte beleidsindicatoren in deze verantwoording opgenomen. Via “Waarstaatjegemeente.nl” kunnen ook vergelijkingen worden gemaakt met andere gemeenten. Naast de genoemde toezichtinformatie is op “Waarstaatjegemeente.nl” ook tal van andere informatie over Opsterland beschikbaar.

Voorbeelden zijn: bevolkingsontwikkeling, woningmarkt, overlast en onveiligheid, verkeersveiligheid, waardering onroerende zaken, sociale zekerheid (uitkeringen), zorg en welzijn, onderwijs, duurzaamheid, lokale economie en de baten en lasten in de gemeentelijke begroting.

Verbonden partijen

Verbonden partijen

Het doel van deze paragraaf

In de verschillende programma’s van de begroting worden maatschappelijke effecten beoogd die (mede) door externe organisaties worden verwezenlijkt. In een aantal daarvan heeft de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang. In deze paragraaf wordt daarvan een overzicht gegeven.

Definitie verbonden partijen

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft.

Van een financieel belang is sprake als:

  • een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat;
  • de gemeente voor bedragen aansprakelijk kan worden gesteld indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.

Van een bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft, hetzij door vertegenwoordiging in het bestuur hetzij door stemrecht. Dit betekent concreet dat er sprake is van een bestuurlijk belang als de burgemeester, een wethouder of een raadslid van de gemeente namens de gemeente in het bestuur van de partij plaatsneemt of namens de gemeente stemt.

Visie op verbonden partijen

De gemeente voert overheidstaken uit en wil doelen bereiken in de samenleving. Dit moet effectief en efficiënt. In een aantal gevallen kan de gemeente deze taken en doelen niet of moeilijk zelf uitvoeren en is er een noodzaak om met andere gemeenten, provincie of waterschap samen te werken. De gemeente Opsterland voert hierbij een terughoudend beleid, in 2018 zijn er dan ook geen nieuwe verbonden partijen bijgekomen.

 Kaderstellende documenten

De diverse gemeenschappelijke regelingen en daaraan ten grondslag liggende collegebesluiten en raadsbesluiten.

Overzicht verbonden partijen

Lijst verbonden partijen

  • Gemeenschappelijke regelingen:
    • Veiligheidsregio Fryslân te Leeuwarden
    • Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) te Grou
    • Sociale werkvoorziening Fryslân te Drachten
    • Recreatieschap De Marrekrite te Leeuwarden
    • Hûs en Hiem, welstandsadvisering en monumentenzorg in Fryslân te Leeuwarden
    • Exploitatiemaatschappij Bedrijvenpark Drachten te Drachten
  • Vennootschappen:
    • Caparis NV te Drachten
    • NV Afvalsturing Fryslân
    • NV Fryslân Miljeu
    • NV Bank Nederlandse Gemeenten te Den Haag
    • BV Publiek Belang Elektriciteitsproductie te Den Bosch
    • CBL Vennootschap BV Den Bosch
    • CSV Amsterdam BV Den Bosch

 Informatie per verbonden partij:

Naam en vestigingsplaats

GR Veiligheidsregio Fryslân te Leeuwarden.

Te behartigen openbaar belang.

De gemeenschappelijke belangen van de Friese gemeenten op de terreinen van publieke gezondheidszorg, brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en crisisbeheersing, het bevorderen van de multidisciplinaire samenwerking en de coördinatie in de uitvoering van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, het in standhouden en beheren van een gemeenschappelijke meldkamer en tot slot het zijn van een platvorm voor samenwerking voor aan hulpverlening gelieerde diensten, partners, dan wel organisaties en andere openbare lichamen.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

3,70 %

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen per 01-01-2017 € 2.342. 541.

Eigen vermogen per 31-12-2017 € 3.041.686.

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen per 01-01-2017: € 56.132.541

Vreemd vermogen per 31-12-2017: € 58.567.171.

Het resultaat.

2017:  € 1.271.000.

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Algemene bijdrage: € nihil

Betaling voor verrichte diensten in 2018: € 2.379.849

De risico’s die de gemeente loopt.

De risico’s zijn in beginsel niet heel groot. Wel is er een inherent risico bij een gemeenschappelijke regeling dat alle deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten.

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma's 1 Veiligheid; 4 Onderwijs; 6 Sociaal domein; 7 Volksgezondheid en milieu.

 

Naam en vestigingsplaats

GR Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) te Grou.

Te behartigen openbaar belang.

Het behartigen van de belangen van de 24 deelnemende Friese gemeenten, de provincie en het waterschap bij de uitvoering van taken en bevoegdheden op het gebied van het milieu- en omgevingsrecht in ruime zin in het algemeen en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in het bijzonder, alsmede taken en bevoegdheden op het terrein van vergunningverlening, toezicht en handhaving op grond van de in artikel 5.1 van de Wabo genoemde wetten.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

Het aantal stemmen is afhankelijk van de financiële bijdragen van de deelnemers en wordt jaarlijks vastgesteld. Opsterland heeft op dit moment 1 stem van de 75 (1,33%). Een wijziging van de stemverhoudingen is aanstaande.

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen per 01-01-2017:  € 430.704

Eigen vermogen per 31-12-2017:  € 5.729

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen per 01-01-2017:  € 2.082.772.

Vreemd vermogen per 31-12-2017:  € 3.888.764

Het resultaat.

2017: -/-  € 193.000

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Bijdrage 2017:  €139.350

Risico’s die de gemeente loopt.

Er een inherent risico bij een gemeenschappelijke regeling dat alle deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten.  

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma's 7 Volksgezondheid en milieu; 8 Bouwen, wonen en gronden

 

Naam en vestigingsplaats

GR Sociale werkvoorziening Fryslân te Drachten.

Te behartigen openbaar belang.

Het uitvoeren van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en de uit deze wet voortvloeiende wettelijke voorschriften voor de 8 deelnemende gemeenten.

Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft de uitvoering van deze taak “uitbesteed” aan Caparis NV (“Caparis”).

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

12,50 %

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen per 01-01-2017: € 690.000

Eigen vermogen per 31-12-2017: € 625.000

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen per 01-01-2017: €.3.998.000

Vreemd vermogen per 31-12-2017: € 3.133.000

Het resultaat.

Niet van toepassing (zie Verbonden partij Caparis).

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Algemene bijdrage: € 3.516.000  (begroting 2019 voor 118 formatieplaatsen in zogenoemde SE’s (standaard eenheden van 36 uur).

Betaling voor verrichte diensten in 2018: € nihil

Risico’s die de gemeente loopt.

Gemeenten ontvangen van het Rijk een bijdrage in de kosten van de sociale werkvoorziening. Deze bijdrage is m.i.v. 2015 jaarlijks verder door het Rijk naar beneden bijgesteld. Omdat de rijksbijdrage op dit moment al onvoldoende is om de werkelijke kosten (loonkosten) te dekken, zal het tekort de komende jaren verder toenemen. Dit zogenoemde “subsidietekort” moet door de gemeenten zelf worden gedragen.

De GR treedt op als financier voor Caparis. Voor de leningen van de GR aan Caparis zijn door Caparis zekerheden gesteld in de vorm van hypotheek- en pandrecht. Het risico voor de GR bestaat daarin, dat Caparis in staat moet zijn om aan de vereiste aflossingsverplichtingen te kunnen voldoen en dat bij ingebrekestelling de waarde van de verkregen zekerheden niet toereikend is voor het aflossen van de financiering.

Er is dus een risico dat de deelnemers bij eventuele tekorten moeten bijspringen (zie Verbonden partij Caparis).

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma 6 Sociaal domein.

 

Naam en vestigingsplaats

GR Recreatieschap De Marrekrite te Leeuwarden.

Te behartigen openbaar belang.

Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van 19 deelnemende Friese gemeenten (excl. Ooststellingwerf en de vier eilanden) en de provincie Friesland op het gebied van een evenwichtige en gecoördineerde ontwikkeling van de watersport en van andere vormen van recreatie op en aan het water, met inachtneming van de belangen van natuur en landschap.

In de praktijk wordt gezorgd voor de bevaarbaarheid van waterwegen (baggeren), beheer en onderhoud aanlegsteigers en andere voorzieningen, vuilnisophaal in watersportgebieden en een uniforme regeling brugbediening.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

4,55 %

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen per 01-01-2017: € 4.410.207.

Eigen vermogen per 31-12-2017:.€ 4.012.195.

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen per 01-01-2017: € 635.465.

Vreemd vermogen per 31-12-2017: € 1.520.946.

Het resultaat.

2017:  -/-  € 398.012.

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Totale bijdrage in 2018: € 17.794

Bijdrage waterrecreatie: € 12.671 (begroting 2018).

Bijdrage landrecreatie: € 3.372 (begroting 2018).

Bijdrage baggerfonds: € 1.444 (begroting 2018).

Bijdrage onderhoud Fietsen en wandel : € 1.947 (begroting 2018)

De bijdragen zijn niet geïndexeerd.

Risico’s die de gemeente loopt.

De risico’s zijn in beginsel niet heel groot. Wel is er een inherent risico bij een gemeenschappelijke regeling dat de deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten.

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma 5 Sport, cultuur en recreatie.

 

Naam en vestigingsplaats

GR Hûs en Hiem, welstandsadvisering en monumentenzorg in Friesland te Leeuwarden.

Te behartigen openbaar belang.

Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de bouwkundige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Fryslân.

In de praktijk betekent dit geven van welstandsadviezen over bouwplannen en het adviseren over algemene welstandsvraagstukken.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

3,85 %

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen per 01-01-2017: € 165.742

Eigen vermogen per 31-12-2017: € 173.097.

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen per 01-01-2017: € 66.497.

Vreemd vermogen per 31-12-2017: € 96.307.

Het resultaat.

2017:  € 156.200.

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Voor de dienstverlening door Hûs en Hiem is de gemeente een vergoeding verschuldigd die via de gemeentelijke leges wordt doorberekend aan de vergunning aanvragers. Er is dus geen vaste gemeentelijke bijdrage.

Lasten in 2017: € 66.502.

Risico’s die de gemeente loopt.

De risico’s zijn in beginsel niet heel groot. Wel is er een inherent risico bij een gemeenschappelijke regeling dat alle deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten.

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma 8 Bouwen, wonen en gronden.

 

Naam en vestigingsplaats

GR Exploitatiemaatschappij Bedrijvenpark Drachten te Drachten.

Te behartigen openbaar belang.

Het te behartigen belang is het ontwikkelen en exploiteren van het bedrijvenpark Drachten en het verzorgen van een optimale afstemming van alle hiermee samenhangende aspecten en bevoegdheden van de beide deelnemers, de gemeente Smallingerland en Opsterland.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

50 %

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen per 01-01-2017: niet van toepassing.

Eigen vermogen per 31-12-2017: niet van toepassing.

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen per 01-01-2017: € 12.411.082.

Vreemd vermogen per 31-12-2017: € 15.566.302.

Het resultaat.

2017: € 3.594.330

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Algemene bijdrage: niet van toepassing.

Betaling voor verrichte diensten in 2017: niet van toepassing.

Risico’s die de gemeente loopt.

De prognoses van de resultaten zijn gebaseerd op aannames (restant looptijd, tempo van verkopen, fasering woonrijp maken). De verwachtingen, waar de resultaten op zijn gebaseerd zijn zo goed mogelijk onderbouwd. Echter hoe langer de looptijd (in dit geval tot 2030) van de exploitatie, hoe minder betrouwbaar de prognoses en dus ook het berekende resultaat zijn.

Beide gemeenten zijn op basis van de afgesproken verdeelsleutel aansprakelijk voor eventuele verliezen. Al gerealiseerde winsten worden binnen de exploitatie gehouden ter dekking van eventuele risico’s.  Op basis van de huidige verwachtingen gaan we  er vanuit dat er sprake is van een minimaal kostendekkende exploitatie.

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma 3 Economie.

  

Naam en vestigingsplaats

Caparis NV te Drachten.

Te behartigen openbaar belang.

Het in opdracht van de Sociale werkvoorziening Fryslân uitvoeren van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en de uit deze wet voortvloeiende wettelijke voorschriften voor de deelnemende gemeenten.

Bij Caparis NV kunnen mensen die in aanmerking komen voor een WSW-dienstverband te werk gesteld worden. Voor een deel van de WSW-ers is het niet haalbaar om bij een private of publieke organisatie te werken. Voor dat deel van de populatie is door de 8 gemeenten van de gemeenschappelijke regeling Sociale werkvoorziening Fryslân in 2001 de Caparis NV opgericht.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

De wetgeving is per 1 januari 2015 veranderd. Dit heeft gevolgen voor de uitvoering van de wetgeving door Caparis NV.

Zeggenschap

De aandeelhouders hebben zeggenschap via het stemrecht op de aandelen. Opsterland bezit 3.465 aandelen (7,77%).

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen per 01-01-2017 €13.920.000.

Eigen vermogen per 31-12-2017 € 16.091.000.

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen per 01-01-2017: € 9.966.000.

Vreemd vermogen per 31-12-2017: € 7.505.000.

Het resultaat.

2017: € 2.171.000.

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Algemene bijdrage: € nihil.

Betaling voor verrichte diensten: opgenomen bij de GR Werkvoorziening Fryslân.

Risico’s die de gemeente loopt.

Hoewel het bedrijfsrisico voor rekening van Caparis  NV komt, is het niet geheel uit te sluiten dat bij onverhoopte ongunstige ontwikkelingen voor Caparis NV en/of  in de regelgeving ten aanzien van de Wsw of de Participatiewet, Caparis zodanig in de problemen kan komen, dat de continuïteit van de bedrijfsvoering niet langer gewaarborgd is. In dat geval zal de GR maatregelen moeten nemen om de wettelijke verplichtingen  vanuit de Wsw na te kunnen komen.

Bij een faillissement valt het aandelenkapitaal weg en moeten kosten worden gemaakt om de uitvoering van de wetgeving op andere wijze te continueren.

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma's 5 Sport, cultuur en recreatie; 6 Sociaal domein; 7 Volksgezondheid en milieu.

 

Naam en vestigingsplaats

NV Afvalsturing Fryslân (AF) en NV Fryslân Miljeu (FM) (beide Omrin) te Leeuwarden.

Te behartigen openbaar belang.

Het te behartigen openbaar belang is het voor de aandeelhoudende Friese gemeenten inzameling en verwerking van afval.

De NV Afvalsturing zorgt voor de afvalverwerking. De NV Fryslân Miljeu voor de inzameling. Omrin is de handelsnaam van beide NV’s.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

De aandeelhouders hebben zeggenschap via het stemrecht op de aandelen. Opsterland bezit 120 aandelen in de NV Afvalsturing (4,00 %) en 11.381 in de NV Fryslân Miljeu (8,10%).

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen per 01-01-2018: € 48.680.000 (AF) en € 7.412.000 (FM 31-12-2017). Eigen vermogen per 31-12-2018: € 50.585.000 (AF) en € 7.908.000 (FM 31-12-2017).

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen per 01-01-2018: € 146.876.000 (AF) en €18.606.000 (FM 31-12-2017). Vreemd vermogen per 31-12-2018: €138.364.000 (AF) en € 19.367.000 (FM 31-12-2017).

Het resultaat.

2018: € 2.026.000 (AF) en 2017: € 1.117.000 (FM).

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Algemene bijdrage: € nihil.

Betaling voor verrichte diensten in 2017: € 2.442.803(AF en FM).

Risico’s die de gemeente loopt.

De Restafvalstoffen Energie Centrale (REC) is in 2011 in gebruik genomen. Het niet volledig benutten van de capaciteit van de REC vormt op de langere termijn een risico voor de resultaten van de onderneming. Tot op heden heeft de REC bijgedragen aan lagere verwerkingskosten met als resultaat een lager tarief voor afvalstoffenheffing voor de inwoners. Voor de toekomst is dit dus niet zeker.

Bij een faillissement valt het aandelenkapitaal van € 54.454 (Afvalsturing) en € 75.119 (Fryslân Miljeu) weg en moeten kosten worden gemaakt om de uitvoering op andere wijze te continueren.

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma's 2 Verkeer en vervoer; 7 Volksgezondheid en milieu.

  

Naam en vestigingsplaats

NV Bank Nederlandse Gemeenten te Den Haag.

Te behartigen openbaar belang.

BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

De aandeelhouders hebben zeggenschap in de BNG via het stemrecht op de aandelen. Opsterland bezit 66.651 aandelen (0,12 %) op 31-12-2017.

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen per 01-01-2017 € 4.163 miljoen.

Eigen vermogen per 31-12-2017 € 4.468 miljoen.

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen per 01-01-2017: € 145.328 miljoen.

Vreemd vermogen per 31-12-2017: € 149.514 miljoen.

Achtergestelde schulden per 01-01-2017: 31 miljoen.

Achtergestelde schulden per 31-12-2017: 31 miljoen.

Het resultaat.

Netto winst 2017: € 393 miljoen (2016: € 369 miljoen).

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Algemene bijdrage: niet van toepassing.

De gemeente ontvangt jaarlijks een dividend. Over 2017 was dit: €  168.627.

Betaling voor verrichte diensten: niet van toepassing.

Risico’s die de gemeente loopt.

De BNG is een solide bank in handen van overheden met een beperkt statutair werkterrein. Dit biedt financiers vertrouwen. De bank heeft een uitstekende toegang tot financieringsmiddelen tegen scherpe prijzen.

Bij een faillissement valt het geplaatst/gestort aandelenkapitaal van € 151.225 weg en moeten kosten worden gemaakt om de uitvoering op andere wijze te continueren.

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma 0 Bestuur en ondersteuning.

 

Naam en vestigingsplaats

BV Publiek Belang Elektriciteitsproductie te Den Bosch.

Te behartigen openbaar belang.

Afhandeling van alle rechten en plichten die zijn voortgekomen uit de verkoop van Essent. (namens de verkopende aandeelhouders Essent)

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

Er zijn in 2018 geen veranderingen geweest.

De verwachting is dat de vennootschap in 2019 of begin 2020 zal kunnen worden ontbonden en/of zal kunnen fuseren met één van de andere vennootschappen die bij de verkoop van Essent zijn
opgericht.

Zeggenschap

De aandeelhouders hebben zeggenschap via het stemrecht op de aandelen. Opsterland bezit 34.746 aandelen in de PBE (0,02 %).

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen per 01-01-2018 € 1.620.524

Eigen vermogen per 31-12-2018 € 1.605.524

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen per 01-01-2018: € 17.940

Vreemd vermogen per 31-12-2018:  € 22.928

Het resultaat.

Er is in 2018 een verlies geleden  van € 14.721

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Algemene bijdrage: niet van toepassing.

Betaling voor verrichte diensten: niet van toepassing.

Risico’s die de gemeente loopt.

De boekwaarde van de aandelen is verwaarloosbaar, namelijk € 1,-.

Het risico is nihil.

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma 0 Bestuur en ondersteuning.

  

Naam en vestigingsplaats

CBL Vennootschap BV en CSV Amsterdam BV beide te Den Bosch..

Te behartigen openbaar belang.

Afhandeling van alle rechten en plichten die zijn voortgekomen uit de verkoop van Essent. (namens de verkopende aandeelhouders Essent)

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

Er zijn in 2018 geen veranderingen geweest.

De verwachting is dat de vennootschap in 2019 of begin 2020 zal kunnen worden ontbonden en/of zal kunnen fuseren met één van de andere vennootschappen die bij de verkoop van Essent zijn
opgericht.

Zeggenschap

De aandeelhouders hebben zeggenschap via het stemrecht op de aandelen. Opsterland bezit 464 aandelen in elke BV (0,02 %).

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen CBL per 01-01-2018: € 146.779

Eigen vermogen CBL per 31-12-2018:  € 137.536

Eigen vermogen CSV per 01-01-2018:.  € 869.698

Eigen vermogen CSV per 31-12-2018: € 748.984

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen CBL per 01-01-2018:  € 16.517

Vreemd vermogen CBL per 31-12-2018: € 21.460

Vreemd vermogen CSV per 01-01-2018: €  64.924

Vreemd vermogen CSV per 31-12-2018: €  68.083

Het resultaat.

Resultaat 2018 CBL:  €  9.243 verlies.

Resultaat 2018 CSV: € 120.804 verlies

De resultaten worden  onttrokken aan de algemene reserves van de BV’s.

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Algemene bijdrage: niet van toepassing.

Betaling voor verrichte diensten: niet van toepassing.

Risico’s die de gemeente loopt.

De boekwaarde van de aandelen is verwaarloosbaar, namelijk in elke BV € 5.

Het risico is nihil.

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma 0 Bestuur en ondersteuning.

 

Grondbeleid

Grondbeleid

Uitgangspunten

De hoofdlijnen van het grondbeleid zijn vastgelegd in de nota grondbeleid. Het grondbeleid heeft voornamelijk invloed op en samenhang met de realisatie van het thema werken (programma 3) en het thema wonen (programma 8). Daarnaast heeft het grondbeleid een grote invloed op de vermogenspositie van de gemeente. De incidentele baten en lasten die voortvloeien uit de bouwgrondexploitatie maar ook de daarmee samenhangende financiële risico’s zijn van invloed op algemene financiële positie van de gemeente.

In de nota grondbeleid is vastgesteld dat de keuze voor het voeren van een actief of faciliterend grondbeleid bij het ontwikkelen van nieuwe locatieplannen jaarlijks gedaan wordt in deze paragraaf grondbeleid van de begroting. Eén van de speerpunten in de nota grondbeleid is, dat afhankelijk van de situatie en de (financiële) risico's de gemeente een actief of passief grondbeleid toepast en zoveel mogelijk samenwerking met marktpartijen zoekt. In nagenoeg alle dorpen zijn op dit moment gronden in eigendom voor woningbouw. De ontwikkelingen op het gebied van bedrijfsvestigingen concentreert zich in het dorp Gorredijk. Het bedrijventerrein Drachten-Azeven valt onder de gemeenschappelijke regeling Exploitatiemaatschappij Bedrijvenpark Drachten en valt daarom buiten het kader van deze paragraaf.

 In financieel opzicht wordt een voorzichtige koers gevaren:

  • de voorraad grond die niet in exploitatie is genomen is onder de Materiële Vaste Activa gewaardeerd tegen de boekwaarde per 1 januari 2018;
  • exploitaties worden financieel behoudend opgezet. Bouwrijp maken gebeurt pas nadat verkopen van kavels binnen een plan substantieel zijn overeengekomen.
  • winstbepaling en winstneming vindt plaats volgens de geldende verslaggevingsvoorschriften (BBV).
  • de algemene reserve geeft dekking aan de risico’s.

Kaderstellende documenten

Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet (2017).
Nota grondbeleid.

Ontwikkelingen grondbedrijf

Economische situatie en meerjarenperspectief

In 2019 en de daaropvolgende jaren zal de totale resultaatprognose zich stabiliseren ten opzichte van de prognose in de begroting 2018. Door de aantrekkende woningmarkt is er een toename van de vraag naar (koop-)woningen. In de begroting 2019 en in het meerjarenperspectief 2020-2022 zijn de verwachte verkopen behoedzaam geraamd.

Bouwgrond in exploitatie (BIE)

Er zijn, verspreid over de verschillende dorpen, tien bouwgrondcomplexen in exploitatie (BIE) bestaande uit woningbouwlocaties en het bedrijventerrein Gorredijk industrie (Overtoom en Tolbaas). De boekwaarde was per 31 december 2018 circa € 2,8 miljoen exclusief de gevormde voorzieningen voor de complexen Gorredijk industrie (€ 0,8 miljoen) en Tijnje Riperwâlden (€ 0,1 miljoen).

Aankoop gronden

Er is in 2018 geen grond aangekocht.

Verkoop gronden

Er zijn de volgende verkopen gerealiseerd:

  Aantal kavels Woningbouw in m² Bedrag in €
Frieschepalen 7 1.430 81.140
Gorredijk 15 3.548 466.338
Tijnje 1 395 48.347
Ureterp 23 6.687 1.133.058
Totaal 46 12.060 1.728.883

Prognose van het meerjarig  resultaat

Het verwachte exploitatieresultaat voor de BIE is € 3,0 miljoen (voordelig) en is gebaseerd op recente verkoopprognoses. In de tijd uitgezet zullen de resultaten naar verwachting als volgt worden gerealiseerd:

Verwachte exploitatieresultaten in € mln
In het begrotingsjaar 2019 1,0
In de jaren 2020 t/m 2022 2,0
In de jaren ná 2022 0,0
Totaal 3,0

Het verwachte resultaat is als volgt verdeeld over de complexen:

(bedragen x € 1.000) voordelig nadelig looptijd
Woningbouwlocaties      
Frieschepalen  - De Skâns 0 -   2022
Gorredijk - Loevestein fase 4 - west 80 -   2022
Hemrik - Fabryksleane 209 -   2020
Lippenhuizen - De Wiken 557 -   2020
Terwispel - Kolderveen 30 -   2021
Tijnje - Riperwâlden   56 2021
Ureterp - Noord 406 -   2021
Ureterp - De Hege Kamp 2.445 -   2025
Wijnjewoude - Zuidwest 152 -   2021
Totaal woningbouw  3.879 56  
Bedrijventerreinen      
Gorredijk - Industrie -   818 2029
Totaal bedrijventerreinen -   818  
Totaal 3.879 874  
Saldo resultaatprognose positief 3.005      

Belangrijke ontwikkelingen en wijzigingen in de prognose van het resultaat

Het verwachte resultaat vanaf 2019 voor de Bouwgronden In Exploitatie (BIE) is in totaal € 1,0 miljoen lager dan in de begroting van 2018. De daling van de resultaatprognose wordt veroorzaakt door een hogere winstneming in 2018 (- € 0,6 miljoen) door strengere regelgeving (volgens BBV; Percentage of Completion-methode toepassen voor tussentijdse winstneming), door hogere verwachte grondopbrengsten (+ € 0,1 miljoen), overige meevallers (+ € 0,1 miljoen) en een hogere dekking van interne uren ontwikkeling en projectleiding (- € 0,6 miljoen).

De prognoses per complex zijn opgenomen in de toelichting op de balans. 

Bij de complexen worden eventuele financiële risico's, bijvoorbeeld een verwacht tekort, afgedekt met voorzieningen. Bij de prognoses van de resultaten is de gebruikelijke voorzichtigheid in acht genomen.

Algemene risico’s in de grondexploitatie

Het nemen van risico’s is inherent aan de bedrijfsvoering van grondexploitaties. De volgende risico’s zijn van belang:

- conjunctuur- en renterisico’s, waardoor de vraag naar bouwgrond kan afnemen en renteverliezen kunnen ontstaan;
- verandering in woon- en werkvoorkeuren en behoeftes, tussen het tijdstip van het tot stand komen van het plan en het moment van aanbieden van de bouwgrond, waardoor het product niet meer aansluit op de vraag;
- het niet tijdig kunnen verwerven van gronden en het stijgen van aankoopprijzen;
- milieurisico’s;
- planschadeclaims;
- hogere prijsstijgingen en lagere opbrengststijgingen dan voorzien in exploitatieberekeningen;
- archeologische risico’s;
- het niet kunnen krijgen van voldoende woningbouwcontingenten.

Zoveel mogelijk wordt getracht om deze risico’s te ondervangen door middel van het doen van marktonderzoeken, te zorgen voor flexibiliteit, vroegtijdige verwerving, etc. in de planontwikkeling. Daarnaast wordt de ontwikkeling van de in exploitatie zijnde complexen ten opzichte van de door de gemeenteraad vastgestelde kostprijsberekeningen jaarlijks beoordeeld. Desondanks blijven er risico’s daarom is het noodzakelijk middelen beschikbaar te hebben voor financiële tegenvallers. Overigens kunnen zich ook meevallers voordoen met betrekking tot bovenstaande aspecten.

Actuele risico’s in de bouwgrondexploitatie

In de lopende grondexploitaties is altijd het risico aanwezig dat toekomstige gebiedsontwikkelingen minder winstpotentie zullen hebben dan verwacht, bijvoorbeeld doordat de boekwaarden te hoog opgelopen zijn door alle gecumuleerde kosten of door tegenvallende verkopen.

Financiën

De financiële verantwoording over 2018 van de bouwgrond in exploitatie (BIE) is als volgt (in €):

  Verantwoording 2018 Verantwoording 2017
Verwerving van grond 0 162.345
Kosten bouwrijp maken 56.802 427.658
Rente en overige lasten  346.673 275.529
Mutatie voorraden (bouw)-grond 772.743 539.415
Totaal lasten 1.176.218 1.404.946
Grondverkopen 1.728.883 1.505.617
Overige baten inclusief rente 15.335 10.329
Totaal baten 1.744.218 1.515.946
Resultaat vòòr bestemming (saldo na mutaties voorraad grond) 568.000 111.000

Onderbouwing winstneming

De bepaling van het jaarresultaat en de winstneming vindt plaats in overeenstemming met de Nota grondbeleid Opsterland 2018-2021 en de geldende verslaggevingsvoorschriften (BBV) op basis van de Percentage of completion methode (POC).

Specificatie jaarresultaat/winstnemingen BIE (in €):

  Voordelig
Gorredijk - Loevestein fase 4 - west 2.000
Hemrik - Fabryksleane 83.000
Lippenhuizen - De Wiken 139.000
Terwispel - Kolderveen 6.000
Ureterp - Hege Kamp 338.000
Per saldo  568.000

Analyse resultaat begroting versus realisatie (in €):

Complex Begroting 2018 Herziene begr. 2018 (perspectiefbrief 2018) Gerealiseerd Verschil
Gorredijk - Loevestein fase 4 - west     2.000 2.000
Hemrik - Fabryksleane 128.000   83.000 83.000
Lippenhuizen - De Wiken 619.701 90.000 139.000 49.000
Terwispel - Kolderveen     6.000 6.000
Ureterp - Noord 15.000 4.000   -4.000
Ureterp - Hege Kamp     338.000 338.000
Totaal 762.701 94.000 568.000 474.000

De verschillen worden veroorzaakt door een wijziging van de verslaggevingsvoorschriften met betrekking tot winstneming.

Beleid voorzieningen

De voorziening voor Gorredijk industrie is met € 252.004 verhoogd naar € 818.258 wegens aanvullende toerekening van interne uren ontwikkeling en projectleiding. Voor het complex Tijnje – Riperwâlden is de bestaande voorziening verhoogd met € 4.187 door vertraging in de verkopen.

Risico's in grondposities

De risico’s in de BIE betreffen de haalbaarheid van het tempo van de verkopen, de fasering van het bouwrijp maken, de doorlooptijd van de projecten en de renteontwikkeling. De beheersing vindt plaats door een jaarlijkse inventarisatie van de nog te maken kosten en een beoordeling van de prognoses van de verkopen. Bij verwachte exploitatietekorten worden voorzieningen gevormd of verhoogd.

Het nemen van risico's is inherent aan het voeren van actief grondbeleid. Jaarlijks worden de waarderingsrisico’s van de grondposities beoordeeld. In het verleden zijn voor deze risico’s voorzieningen gevormd. De agrarische gronden zijn behoedzaam gewaardeerd op € 3,50 p/m2. De gemiddelde grondprijs van grasland in de Friese Wouden lag in 2018, evenals in 2017, op € 4,10 p/m2 (bron: Boerderij.nl). De gronden die beschikbaar zijn voor woningbouw in de nabije toekomst (de voormalige NIEGG’s) zijn behoedzaam gewaardeerd op € 10 p/m2.

De voormalige NIEGG’s staan per 1 januari 2016 als MVA zonder afwaardering (bruto boekwaarde) op de balans waarbij de waarderingsrisico’s afgedekt zijn door voorzieningen (netto boekwaarde). Dit is een overgangsbepaling van de Commissie BBV die een looptijd heeft van 4 jaar. Uiterlijk 31 december 2019 moet een toets plaatsvinden op de marktwaarde van deze gronden tegen de geldende bestemming op het moment van de marktwaardetoets. Wordt daarbij een duurzame waardevermindering vastgesteld, dan moet dat uiterlijk 31 december 2019 leiden tot een afwaardering van deze gronden. Afwaardering van een individueel perceel grond kan hierbij niet over een aantal jaren worden gespreid.

Indien uiterlijk 31 december 2019 mocht blijken dat de volledige 36 hectare grond die nu voor woningbouw beschikbaar is (de voormalige NIEGG’s) niet bebouwd zal worden, ligt het risico van afwaardering naar agrarische waarde (de lagere marktwaarde) tussen € 1,9 mln. en € 2,2 mln.