Meer
Publicatiedatum: 31-05-2017

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Lokale heffingen

Lokale heffingen

Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen

De diverse verordeningen belastingen en heffingen worden jaarlijks in december voorafgaand aan het betreffende jaar vastgesteld. In de begroting is al uitgegaan van het nieuwe niveau van de tarieven. Waar dat mogelijk is en wettelijk is toegestaan worden de tarieven van 2017 verhoogd met de indexering van 1,4%. Een uitzondering hierop vormen de tarieven voor afval en riolering. Deze tarieven zijn gebaseerd op kostendekkendheid.

Kaderstellende documenten
De jaarlijks vastgestelde verordeningen belastingen en heffingen.

Overzicht geraamde inkomsten
In het hierna volgende overzicht staan de in onze gemeente geldende belastingen en heffingen. De verwachte opbrengst aan belastingen en heffingen bedraagt in 2018 € 12,8 miljoen, ongeveer 17% van de totale gemeentelijke baten.

progr.

            lokale belastingen en heffingen (bedragen x € 1.000)

jaarrek 2016 begr 2017 (incl. wijz) begr 2018 begr 2019 begr 2020 begr 2021
0 algemeen plaatselijke verordening               28               46               46               46               46               46
0 leges publiekszaken             538             442             448             448             448             448
8 leges omgevingsverguning             616             625             625             625             625             625
3 toeristenbelasting             160             148             148             148             148             148
7 begrafenisrechten             185             150             150             150             150             150
7 afvalstoffenheffing          3.311          2.814          2.731          2.731          2.731          2.731
7 rioolheffing          2.531          2.551          2.645          2.645          2.645          2.645
0 onroerendezaakbelasting          4.426          4.406          4.309          4.309          4.309          4.309
0 precariorechten          1.710          1.700          1.700          1.700          1.700          1.700
  totaal        13.505        12.882        12.802        12.802        12.802        12.802

 Toeristenbelasting
Het tarief voor de toeristenbelasting is vastgesteld op 4% van de logiesomzet. Het percentage is niet gewijzigd.

Afvalstoffenheffing
Het tarief van de afvalstoffenheffing is gebaseerd op 100% kostendekking. Het aantal verwachte ledigingen daalt ten opzichte van 2017. Hierdoor worden zowel lagere lasten als lagere baten verwacht. Het tarief per lediging van de grijze container stijgt met € 0,30 terwijl het tarief voor het legen van de groene container met 50% wordt verlaagd naar € 0,50 per keer. Het vaste jaarlijkse tarief stijgt met € 0,50 (0,4%).

Rioolheffing:
We willen in vier jaar toegroeien naar 100% kostendekking. Dit betekent vier jaar lang een extra verhoging van de tarieven van ongeveer 2% per jaar. Het nadeel op riolering is in 2018 nog € 119.000.

Onroerendezaakbelasting:

De baten uit onroerendezaakbelasting dalen ten opzichte van 2017 met € 171.000 als gevolg van het uitvoeren van de bij het vaststellen van de begroting 2018 aangenomen motie. Daarnaast is het tarief, zoals afgesproken, geïndexeerd.

Precariorechten
In 2018 worden voor € 1,7 miljoen aanslagen precariorechten voor kabels en leidingen opgelegd. Omdat de opbrengsten precariorechten voor de jaren na 2013 nog omgeven zijn met een aantal risico’s wordt voor hetzelfde bedrag een voorziening gevormd (zie raadsvoorstel 8 oktober 2012).

Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen
Bestemmingsheffingen (afvalstoffenheffing en rioolrecht) en retributies (bijvoorbeeld leges, marktgelden en standplaatsgelden) zijn bedoeld om met de inkomsten uit die belastingheffing de gemeentelijke lasten van die activiteiten te bekostigen. Om te voorkomen dat een gemeente met deze specifieke belastingen ook andere activiteiten financiert, is in de gemeentewet het verbod opgenomen dat de geraamde baten de geraamde lasten overschrijden. (De wetsbepalingen die de kostendekkende tarieven voorschrijven, spreken steeds over geraamde bedragen. Dit komt doordat de rechtsbescherming vereist dat de verordening voor aanvang van de belastingheffing moet zijn vastgesteld. Op dat moment zijn alleen de verwachtingen bekend. De mate van kostendekkendheid moet derhalve op begrotingsbasis worden vastgesteld.) Door dit vereiste mogen de opbrengsten hooguit kostendekkend zijn. In de praktijk spreekt men dan ook wel van kostendekkende tarieven. Als de opbrengsten minder dan kostendekkend zijn, zullen de lasten uit andere inkomsten worden betaald. Bijvoorbeeld uit de algemene belastingen (met name OZB) of uit de algemene middelen. Als de gemeente niet voor kostendekkende tarieven kiest, betekent dit dat niet alleen de kostenveroorzakers, maar alle belastingplichtigen meebetalen. Het uitgangspunt dat de veroorzaker betaalt, wordt dan losgelaten. 

Kruissubsidiëring
Zeker bij leges waarbij de tarieven voor verschillende activiteiten in één belastingverordening worden geregeld, kan zich de vraag voordoen op welk niveau de kostendekkendheid moet worden getoetst. Het uitgangspunt daarbij is toetsing op verordeningenniveau, waarbij de geraamde lasten van alle benoemde activiteiten worden gedekt door de gezamenlijke baten uit de te heffen belastingen/leges. Hierdoor is zogenoemde kruissubsidiëring mogelijk: een verwacht overschot bij de ene activiteit wordt gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere activiteit.

 

Afval en Riolering

Kostendekkendheid
De mate van kostendekkendheid wordt in de onderstaande tabellen weergegeven:

Afval

Directe kosten    
Totaal van de gemeentelijke lasten  € 2.709.984  
Totaal van de gemeentelijke baten; niet zijnde heffingen  €    741.550  
Netto directe kosten taakveld    € 1.968.434
Indirecte kosten    
btw  €    521.646  
Overhead en rente  €      44.614  
     €    566.260
Totale lasten  product 'Afval 2018'    € 2.534.694
     
Totale heffingen    
Afvalstoffenheffing    € 1.691.646
Afvalstoffenheffing Restafval    €    811.580
Afvalstoffenheffing GFT    €      29.124
Totale heffingen  product 'Afval 2018'    € 2.532.350
     
Dekkingspercentage   100%

 Riolering

Directe kosten    
Totaal van de gemeentelijke lasten  € 2.105.804  
Totaal van de gemeentelijke baten; niet zijnde heffingen  €                -  
Netto directe kosten taakveld    € 2.105.804
Indirecte kosten    
btw  €    372.426  
Overhead en rente  €    285.787  
     €    658.213
Totale lasten  product 'Riolering 2018'    € 2.764.017
     
Totale heffingen    
Rioolheffing, baten    € 2.645.387
Totale heffingen  product 'Riolering 2018'    € 2.645.387
     
Dekkingspercentage   96%

De gemeente Opsterland heeft als uitgangspunt dat de tarieven van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing kostendekkend moeten zijn.

Omgevingsvergunningen

Omgevingsvergunningen
De tariefstelling ten aanzien van de diverse omgevingsvergunningen is niet van een dergelijke omvang dat volledige kostendekkendheid kan worden bewerkstelligd. Een volledige kostendekkendheid kan niet worden gerealiseerd omdat dan de tarieven voor bepaalde vergunningen (bijvoorbeeld evenementenvergunningen) zodanig zouden moeten stijgen dat de hoogte van de leges niet meer in verhouding staat tot de activiteit.

Kostendekkendheid

Directe kosten    
Totaal van de gemeentelijke lasten €    571.593  
Totaal van de gemeentelijke baten; niet zijnde heffingen  €                  -  
Netto directe kosten taakveld   €  571.593
Indirecte kosten    
btw €                   -  
Overhead en rente €  269.341  
Netto indirecte kosten taakveld    € 269.341
Totale lasten  product 'Omgevingsvergunningen'   € 840.934
Totale heffingen    
Heffingen € 470.669  
Totale heffingen  product 'Omgevingsvergunningen'    € 470.669
Dekkingspercentage   56%

Lokale lastendruk

De lokale lastendruk 2018 kan niet eerder vastgesteld worden dan na vaststelling van de tarieven in december 2017. Bij het vaststellen van de tarieven zal rekening worden gehouden met de eerder genoemde uitgangspunten uit het coalitieakkoord en de aangekondigde maatregelen.

De “Atlas van de lokale lasten 2017” (COELO) geeft voor onze gemeente de volgende rangnummers (lager rangnummer geeft aan een lager tarief):

  • Woonlasten meerpersoonshuishouden eigenaar-bewoner rangnummer 92 (2016 nr. 85)

Beleidsindicatoren

De beleidsindicatoren die betrekking hebben op woonlasten en gemiddelde WOZ waarde zijn opgenomen in programma 8.

Kwijtscheldingsbeleid
Voor de onroerendezaakbelastingen en de heffingen voor riool- en afvalstoffenheffing, zoals die elk jaar gecombineerd worden opgelegd, kan kwijtschelding worden verkregen. Bij kwijtschelding vindt een vermogenstoets en een inkomenstoets plaats. De gemeente moet hiervoor een norm vaststellen. Deze norm wordt gerelateerd aan de bijstandsnorm. In onze gemeente is de kwijtscheldingsnorm gelijk aan de bijstandsnorm (100%).

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie Een juist oordeel over de toereikendheid van de weerstandscapaciteit kan alleen maar worden gegeven als er een juist en volledig beeld bestaat van de risico’s, de kans hierop en de eventuele financiële gevolgen. Daartoe wordt jaarlijks een risicoprofiel opgesteld.

Kaderstellende documenten
Beleidskader reserves en voorzieningen.
Beleidskader vaststelling bedrag post onvoorzien.

Inventarisatie van de risico’s en het weerstandscapaciteit

Risicoprofiel:
In onderstaande tabel benoemen we de risico’s en schatten daarbij de factoren "kans" (dat het risico zich voordoet) en "invloed" (de impact als het risico zich voordoet) in. De top tien van risico’s , gesorteerd naar invloed op de weerstandscapaciteit, geeft het volgende beeld.

Risico Kans maximaal financieel gevolg Totaal risico invloed
Uitgaven Decentralisatie Jeugd en WMO overschrijden de geraamde bedragen 40% € 1.200.000 € 480.000 11%
Meerjarige afname WSW-medewerkers verloopt trager dan verwacht 60% € 385.000 € 231.000 5%
Financiële consequenties herstructurering Caparis NV 15% € 864.570 € 129.686 3%
Tegenvallende resultaten grondexploitaties. 25% € 500.000 € 125.000 3%
Borgstellingen. 1% € 28.240.000 € 282.400 7%
Invoering Europese richtlijn Energieprestatie Gebouwen (EPBD, zie ook P-Brief 2017) 90% € 432.000 € 388.800 9%
Financiële tegenvallers grote projecten 10% € 20.000.000 € 2.000.000 47%
Faillissement of opheffing verbonden partijen. 10% € 500.000 € 50.000 1%
Bezuinigingen vanuit het Rijk, open einde financiering en steeds toenemende decentralisatie. 25% € 750.000 € 187.500 4%
Er is een risico dat de uitkering uit het gemeentefonds in een volgende circulaire wordt verlaagd. 70% € 600.000 € 420.000 10%

 

De genoemde maximale financiële gevolgen zijn relatief. Een risico met een groot maximaal financieel gevolg kan op basis van de “kans” en “invloed” een relatief beperkte invloed op het aan te houden minimale weerstandscapaciteit hebben. Omgekeerd kan een klein maximaal financieel gevolg een grote invloed hebben.

Beheersing van de hiervoor genoemde risico's:

Financiële consequenties die voortvloeien uit het actueel worden van bovengenoemde risico's worden opgenomen in de jaarstukken (verantwoording) en komen via het resultaat ten laste van de algemene reserve. Zoals hierna aangegeven is het niveau van de algemene reserve voldoende.

Bepalen weerstandscapaciteit:
De benodigde weerstandscapaciteit is berekend op € 4,2 miljoen. De weerstandscapaciteit is € 12,1 miljoen. Dit betekent dat wij in staat zijn om met de huidige weerstandscapaciteit ook grotere risico’s het hoofd te kunnen bieden.

In onderstaande tabel wordt de (incidentele) weerstandscapaciteit weergegeven. De bedragen zijn geactualiseerd tot het moment van opstellen van de begroting.

Incidenteel weerstandsvermogen (bedragen x € 1.000)    
Algemene reserve 1 januari 2018:    
Algemene reserve deel buffer 7.500  
Algemene reserve deel investeringen 1.782  
Algemene reserve vrij deel 2.803  
Totaal algemene reserve   12.085
Totaal bestemmingsreserves   9.849
Totale incidentele weerstandscapaciteit 1 januari 2018   21.934

In onderstaande tabel wordt het verloopoverzicht van de algemene reserve vermeld.

Algemene reserve (bedragen x € 1.000)
  Saldo
saldo verantwoording 2016 13.360
mutaties in 2017:  
resultaat 2016 1.275
resultaatbestemmingen 2016 151-
veldverlichting Wispolia 22-
project kansen Beetsterzwaag 95-
dekking neg resultaat begroting 2017 2.282-
Saldo na genomen raadsbesluiten 12.085

Naast de incidentele weerstandscapaciteit is er ook een structurele weerstandscapaciteit in de begroting opgenomen namelijk de post onvoorzien (€ 37.500).

Het beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's
Jaarlijks worden de risico’s geïnventariseerd. Daarnaast berekenen we het beschikbare weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen moet minimaal de berekende risico’s kunnen dekken.

Geprognostiseerde balansen

 BALANS MEERJARENPERSPECTIEF 2016-2020 (bedragen x € 1.000) 
 ACTIVA  eind 2016   eind 2017   eind 2018   eind 2019   eind 2020   eind 2021  PASSIVA  eind 2016   eind 2017   eind 2018   eind 2019   eind 2020   eind 2021 
Vaste activa             Vaste passiva            
Immateriële vaste activa 1.226    1.183 1.139 1.095 1.052 1.008 Eigen vermogen 25.006 24.678 24.483 24.550 25.122 26.767
Materiële activa 64.398    69.168 74.785 75.981 73.190 69.943 Voorzieningen 14.134 16.194 17.829 19.611 20.350 21.894
Financiële activa 13.920    13.827 13.731 1.326 1.225 1.121 Vaste schulden 37.467 32.385 27.301 12.907 10.818 8.726
Totaal vaste activa 79.545    84.178 89.655 78.402 75.467 72.072 Totaal vaste passiva 76.608 73.258 69.613 57.068 56.290 57.386
                           
Vlottende activa             Vlottende passiva            
Voorraden 3.361    2.770 1.325 679 1.245 1.042 Netto-vlottende schulden 9.225 9.225 9.225 9.225 9.225 9.225
Uitzettingen < 1 jaar 7.937    7.937 7.937 7.937 7.937 7.937 Liquide middelen -   4.814 13.491 15.137 13.545 8.852
Liquide middelen 4.078    1 1 1 1 1 Overlopende passiva 10.606 9.106 8.106 7.106 7.106 7.106
Overlopende activa 1.518    1.518 1.518 1.518 1.518 1.518   -   -              -              -              -              -  
Totaal vlottende activa 16.894    12.225 10.781 10.135 10.700 10.497   19.832 23.145 30.823 31.468 29.877 25.184
Totaal activa     96.439    96.403 100.435  88.536 86.167 82.570 Totaal passiva 96.439 96.403 100.435 88.536 86.167 82.570

 

Kentallen

De vijf voorgeschreven kengetallen die onder andere met behulp van de bovenstaande geprognosticeerde balans zijn berekend, luiden als volgt:

Kengetallen Rekening 2016 Begroting 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021
1 Netto schuldquote 59,83% 66,60% 65,94% 48,65% 44,83% 34,73%
  Netto schuldquote excl. verstrekte leningen 41,19% 47,03% 47,72% 47,20% 43,48% 33,54%
2 Solvabiliteitsratio 25,93% 25,60% 24,38% 27,73% 29,16% 32,42%
3 Structurele exploitatieruimte 1,14% -2,52% 0,15% 0,88% 1,08% 1,36%
4 Grondexploitatie 4,59% 4,00% 1,80% 0,95% 1,79% 1,48%
5 Belastingcapaciteit 93,08% 94,07% 94,07% 94,07% 94,07% 94,07%

Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie:

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen:
Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft daarmee een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten die vervolgens onder dezelfde voorwaarden, zijn doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). De gemeente Opsterland heeft nog voor bijna € 13,5 miljoen aan opgenomen leningen uitstaan, die volledig zijn doorbetaald aan woningbouwcorporaties. Het verschil tussen de beide netto schuldquote percentages is daarmee momenteel aanzienlijk. Zoals uit de tabel al blijkt, liggen de beide percentages vanaf ultimo 2019 dicht bij elkaar. Dit wordt veroorzaakt doordat zowel door de woningbouwcorporaties als de gemeente in 2019 tot aflossing zal worden overgegaan van een aantal leningen. Het hiermee gepaard gaande bedrag bedraagt bijna € 12,4 miljoen.

Solvabiliteitsrisico
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om op de lange termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Indien er sprake is van een forse schuld én veel eigen vermogen  (het totaal van de algemene en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Hiervan is bijvoorbeeld sprake indien een lening is aangegaan omdat het eigen vermogen niet liquide is (het eigen vermogen ‘zit vast’ in bijvoorbeeld een gemeentehuis of is aangewend voor de financiering van andere investeringen). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van de gemeente. De solvabiliteitsratio drukt immers het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De VNG gaat ervan uit dat voor gemeenten een solvabiliteit van 20% toereikend is. De solvabiliteit ligt boven deze grens en is dus toereikend.

Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerende zaakbelasting OZB. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De kengetallen moeten daarbij in samenhang worden bezien. Wanneer bijvoorbeeld de grondexploitatie er niet toe bijdraagt om de schuldpositie te verminderen en de structurele exploitatie ruimte negatief is, geeft het kengetal belastingcapaciteit inzicht in de mogelijkheid tot hogere baten. 

Grondexploitatie
De afgelopen jaren is bij diverse gemeenten gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van de gemeente. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Het is belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. De gemeente Opsterland heeft een beperkt kengetal ‘grondexploitatie’ en loopt op grond daarvan op dit terrein een veel kleiner risico dan veel andere gemeenten. Van een te hoge waardering van ronden is bovendien momenteel geen sprake.

Belastingcapaciteit
De OZB-bate is voor de gemeente Opsterland de belangrijkste eigen belastinginkomst. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een eventuele financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen. Ook geeft de belastingcapaciteit aan welke ruimte er theoretisch is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In het BBV is er voor gekozen om de belastingcapaciteit te relateren aan landelijk gemiddelde tarieven. In de eerste plaats is voor een landelijk gemiddelde gekozen omdat over het algemeen geen maximum is gesteld aan belastingentarieven. Daarnaast geeft een gemiddelde meer inzicht in de betekenis van de belastingcapaciteit voor de financiële positie dan wanneer het gerelateerd wordt aan een maximaal te heffen tarief en worden deze gemiddelden ook onderling door gemeenten gebruikt om lasten te vergelijken. Het Coelo publiceert jaarlijks de “Atlas van de Lokale Lasten”, een macro en micro overzicht van opbrengsten van de hoogte en ontwikkeling van tarieven, heffingen en woonlasten dat mede daarvoor wordt gebruikt. Ook wordt voortaan in de meicirculaire van het gemeentefonds een overzicht opgenomen met de (ontwikkeling van de) gemiddelde lastendruk van de woonlasten van een meerpersoonshuishouden.

Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat deze beide heffingen niet per se kostendekkend hoeven te zijn (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet benut wordt).

Uit de beschrijving van de verschillende kengetallen blijkt dat een afzonderlijk kengetal nog weinig zegt over hoe de financiële positie moet worden beoordeeld. Zo hoeft een hoge schuld niet per definitie een nadelig effect te hebben op de financiële positie. Het effect is namelijk ook afhankelijk van wat er aan eigen vermogen tegenover staat, hoe groot de kans is dat de schuld weer wordt afgelost en wat bijvoorbeeld de omvang van de baten is. Ook een tegenvallende ontwikkeling van de grondprijs hoeft geen negatieve invloed te hebben indien de structurele exploitatieruimte groot (genoeg) is, of als de gemeente over voldoende ruimte in de belastingcapaciteit beschikt (er is in die gevallen ruimte om tegenvallers op te vangen). Het is dus, met andere woorden, niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen moeten altijd in samenhang worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van de gemeente.

Onderhoud kapitaalgoederen

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor het beheer van de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen. Deze openbare ruimte bestaat uit kapitaalgoederen. Dit zijn wegen, riolering, civiele kunstwerken, groen, openbare verlichting, gebouwen en overige bebakening en straatmeubilair. Het onderhoud hiervan is van belang voor de leefbaarheid en veiligheid in onze gemeente. Daarnaast is goed onderhoud van belang om kapitaalverlies te voorkomen.

In het Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte 2014-2018 (hierna: BKP) zijn de kwaliteitsniveaus van de arealen (te onderhouden kapitaalgoederen) groen, verhardingen en kunstwerken vastgelegd door de gemeenteraad (13 mei 2013). Hierin heeft in 2017 een herijking plaatsgevonden (notitie Kapitaalgoederen) om kapitaalvernietiging te minimaliseren. Het onderhoud van deze arealen is daarbij gedifferentieerd naar gebruik. Netjes waar het moet, sober waar het kan. De ambitieniveaus voor de riolering zijn vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 (hierna: GRP).

Kaderstellende documenten

Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte 2014-2018 (BKP)
Aanpassingen Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte op openbaar groen (vastgesteld 15-10-2015)
Notitie kapitaalgoederen 2017
Beheerplan onderhoud sportvelden (2008)
Beleidsnota Licht in de Duisternis (2009)
Gemeentelijk rioleringsplan 2015-2019 (GRP)
Gemeentelijk verkeer en vervoerplan 2010 Bereikbaar zijn en blijven (GVVP)
Evaluatie Gemeentelijk verkeer en vervoerplan 2010
Inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland 2014

Wegen en verhardingen

Kerncijfers

De gemeente heeft ongeveer 2,7 mln m2 verharding in beheer. Deze bestaat voor 58% uit asfalt, 40% elementenverharding (klinkers, tegels e.a.) en 2% beton. De totale verharding vertegenwoordigt een geschatte waarde van ongeveer € 175 mln.

Areaal Hoeveelheid Kwaliteitsniveaus beheer en onderhoud verharding per structuurelement
Bedrijven-terreinen Buitengebied Centra Groengebieden / Parken Hoofdwegen Woongebieden
Fietspaden 85km Hoog Basis Hoog  n.v.t. Basis Basis
Parkeervoorzieningen 11,2ha Hoog Basis Basis Hoog Basis Basis
Wegen 397km Basis Laag Laag Laag Basis Basis
Voetpaden / trottoirs 124km Laag Basis Basis Basis Basis Basis

Huidige kwaliteit (CROW) op basis van inspectie

Het gewenste kwaliteitsniveau van de verhardingen is vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan openbare ruimte 2014-2018.

Om kapitaalvernietiging te voorkomen is aanvullend in september 2017 de Notitie kapitaalgoederen vastgesteld waarmee de ambitie is uitgesproken om alle arealen op een basis niveau te gaan onderhouden.

Areaal Hoeveelheid Kwaliteitsniveaus beheer en onderhoud verharding per structuurelement
Bedrijven-terreinen Buitengebied Centra Groengebieden / Parken Hoofdwegen Woongebieden
Fietspaden 85km Basis Basis Basis  n.v.t. Basis Basis
Parkeervoorzieningen 11,2ha Basis Basis Basis Basis Basis Basis
Wegen 397km Basis Basis Basis Basis Basis Basis
Voetpaden / trottoirs 124km Basis Basis Basis Basis Basis Basis

Vastgelegde kwaliteit (CROW) in overeenstemming met het Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte 2014-2018 en de herijking n.a.v. de Notitie Kapitaalgoederen 2017.

Het begrote budget wordt gebruikt voor groot en klein onderhoud. Om de arealen vanaf 2018 op een basisniveau te onderhouden wordt het jaarlijkse budget van €1.765.000 in vier jaar tijd verhoogd tot € 2.041.000 (jaarlijks met € 69.000).

Wegen budget onderhoud
Jaar Budget Verhoging Budget
2018 € 1.765.000 € 69.000 € 1.834.000
2019 € 1.834.000 € 69.000 € 1.903.000
2020 € 1.903.000 € 69.000 € 1.972.000
2021 € 1.972.000 € 69.000 € 2.041.000

Rehabilitatie (het totaal vervangen) van verharding wordt apart aangevraagd. Dit is in 2018 niet aan de orde. Het herstellen van de laag onderhouden arealen wordt gedurende 4 jaar uitgevoerd. Hiervoor wordt gedurende vier jaar jaarlijks € 248.000 in een egalisatiereserve gedoteerd (totaal € 992.000).

Toekomst

Wegen hebben afhankelijk van gebruik en soort een bepaalde (theoretische) levensduur. Het grootste deel van de wegen in de gemeente is aangelegd of gerehabiliteerd tussen 1970 en 1990. Dit zorgt er voor dat er in verhouding vanaf 2020 meer wegen aan vervanging toe zijn. Het zwaartepunt van deze (theoretische) vervangingspiek ligt tussen 2030 en 2050. In afwachting van de inspectie die eind 2017 is afgerond wordt in 2018 een investeringsplan opgesteld waardoor meer duidelijkheid ontstaat over de te verwachten vervangingspiek.

Riolering

Kerncijfers

In de gemeente ligt meer dan 350 km riolering onder de grond. Hiervan is 214 km vrijverval en 137 km mechanische riolering. Daarnaast zorgen 558 gemalen, 112 IBA’s (reinigingsstations op perceelniveau) en 5 bergbezinkvoorzieningen voor de verwerking van afval- en hemelwater. De totale installatie vertegenwoordigt een geschatte waarde van ongeveer € 146 mln.

Gemeentelijke watertaken Kwaliteitsniveaus  per structuurelement
Centrum Woongebieden Bedrijven-terreinen Buitengebied
Afvalwater inzameling van afvalwater Hoog > Basis Hoog > Basis Hoog > Basis Basis
transport van afvalwater Basis > Hoog Basis > Hoog Basis > Hoog Basis > Hoog
Hemelwater inzameling van overtollig hemelwater Basis > Hoog Basis > Hoog Basis > Hoog  n.v.t.
verwerking van hemelwater in riolen Basis Basis Basis  n.v.t.
verwerking van hemelwater in openbare ruimte Basis Basis Basis  n.v.t.
Grondwater inzameling van grondwater Basis Basis Basis  n.v.t.
verwerking van grondwater Basis Basis Basis  n.v.t.

Huidige kwaliteit (CROW) op basis van inspecties en prognoses.

Beheer

Het gewenste kwaliteitsniveau van de installatie is vastgelegd in het Gemeentelijke Rioleringsplan 2015 – 2019 (GRP). Met het voortzetten van het huidige beleid wordt de installatie op de vastgestelde niveaus onderhouden.

Gemeentelijke watertaken Kwaliteitsniveaus  per structuurelement
Centrum Woongebieden Bedrijven-terreinen Buitengebied
Afvalwater inzameling van afvalwater Basis Basis Basis Basis
transport van afvalwater Basis Basis Basis Basis
Hemelwater inzameling van overtollig hemelwater Basis Basis Basis  n.v.t.
verwerking van hemelwater in riolen Basis Basis Basis  n.v.t.
verwerking van hemelwater in openbare ruimte Laag > Basis Laag > Basis Laag > Basis  n.v.t.
Grondwater inzameling van grondwater Basis > Laag Basis > Laag Basis > Laag  n.v.t.
verwerking van grondwater Basis Basis Basis  n.v.t.

Vastgelegde kwaliteit (CROW) in overeenstemming met het Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019.

In overeenstemming met het GRP is in 2018 ruim €1 mln. beschikbaar voor onderhoud en vervanging.

Toekomst

Tot 2040 is er voldoende budget om het vastgestelde ambitieniveau te handhaven. Na 2040 is de reserve uitgeput en worden de uitgaven hoger dan de inkomsten.

Vaarwegen en kunstwerken (water)

 Kerncijfers

Civiele kunstwerken
Omschrijving Aantal
Bruggen (beweegbaar) 17 stuks
Bruggen (vast) 28 stuks
Bruggen (hout) 96 stuks
Kademuren 6.860 m1
Oeverconstructies 26.734 m1
Vaarrecreatieve voorzieningen 36 stuks
Duikers 4 stuks
Tunnels* 4 stuks
Sluizen 1 stuks

*Van drie tunnels heeft de gemeente het dagelijks beheer. Het eigendom ligt bij de Provincie Fryslân of Rijkswaterstaat
Het totale areaal kunstwerken vertegenwoordigt een geschatte vervangingswaarde van ongeveer € 55 mln.

Beheer

Het gewenste kwaliteitsniveau van kunstwerken e.a. is vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan openbare ruimte 2014-2018. Binnen het begrote budget worden de kunstwerken / voorzieningen op de vastgestelde niveaus onderhouden.

Areaal Kwaliteitsniveaus beheer en onderhoud verharding per structuurelement
Bedrijven-terreinen Buitengebied Centra Groengebieden / Parken Hoofdwegen Woongebieden
Bruggen (beweegbaar)  n.v.t. Basis Basis  n.v.t. Basis Basis
Bruggen (vast)  n.v.t. Laag Basis  n.v.t. Laag Basis
Bruggen (hout)  n.v.t. Laag  n.v.t. Basis Basis Basis
Kademuren  n.v.t. Basis Basis  n.v.t.  n.v.t. Basis
Oeverconstructies  n.v.t. Basis  n.v.t.  n.v.t.  n.v.t. Basis
Vaarrecreatieve voorzieningen  n.v.t. Basis Basis  n.v.t.  n.v.t. Basis

Vastgelegde kwaliteit (CROW) in overeenstemming met het Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte 2014-2018.

Groot onderhoud wordt gedekt vanuit de voorziening. Hier wordt jaarlijks € 257.000 aan gedoteerd. De totale uitgaven aan onderhoud bedragen in 2018 circa € 0,5 mln. Vervangingen worden separaat aangevraagd.

Toekomst

Voor kunstwerken is geen verwachte vervangingspiek. Tot en met 2025 betreft de theoretische vervanging circa €5 mln. Tot en met 2040 bedraagt dit circa €12 mln. Op dit moment is er nog geen sprake van kapitaalvernietiging aan vaste en houten bruggen. In 2018 wordt een vervangingsplan opgesteld voor het areaal kunstwerken.

Groen

Kerncijfers

Opsterland is een groene gemeente met een diversiteit aan openbaar groen. De grootste arealen zijn hieronder weergegeven.

Openbaar groen
Omschrijving Aantal
Bomen 49.000 stuks
Bosplantsoen 900.000 m2
Sierbeplanting 75.000 m2
Hagen 9.500 m1
Grasveld 965.000 m2
Bermen/ruigte 1.893.000 m2
Watergangen/vijvers 590.000 m2
Parkmeubilair 800

stuks

Beheer

Het gewenste kwaliteitsniveau van het openbare groen is vastgelegd in het Beeldkwaliteitsplan openbare ruimte 2014-2018. Om kapitaalvernietiging te minimaliseren is aanvullend in september 2017 de Notitie Kapitaalgoederen vastgesteld waarmee de ambitie is uitgesproken om meer arealen op een basis niveau te gaan onderhouden.

Binnen het begrote budget worden de arealen groen op de vastgestelde niveaus onderhouden.

Beeldkwaliteit  

Centra

Woongebied

Hoofdwegen

Bedrijven-terrein

Groen- gebieden / parken

Buitengebied

Begraaf-plaatsen

Bomen

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Bosplantsoen

Basis

Basis

Laag

Laag

Laag

Laag

Basis

Sierbeplanting

Basis

Basis

Basis

Laag

Basis

Laag

Hoog

Hagen

 n.v.t.

Basis

Basis

Basis

Laag

Laag

Hoog

Grasveld

Basis

Laag

Laag

Laag

Laag

Laag

Hoog

Bermen

 n.v.t.

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Kruidenrijk gras

Basis

Laag

Laag

Laag

Laag

 n.v.t.

Basis

Watergangen/vijvers

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Parkmeubilair

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Hoog

Vastgelegde kwaliteit (CROW) in overeenstemming met de aanpassingen op het Beeldkwaliteitsplan beheer openbare ruimte 2014-2018 (15-10-2015) en de Notitie Kapitaalgoederen 2017.

In overeenstemming met het BKP is in 2018 € 1.829.000 beschikbaar voor onderhoud. Vanwege het minimaliseren van de kapitaalvernietiging wordt het jaarlijkse budget structureel opgehoogd met € 135.000 zodat er jaarlijks € 1.964.000 beschikbaar is. De werkzaamheden aan het openbaar groen worden deels uitgevoerd door eigen dienst en Caparis.

Toekomst

In het areaal bomen komt ziekte voor (o.a. essentaksterfte en kastanjebloedingsziekte), waardoor op korte termijn (<5jr) de veiligheid van deze bomen niet kan worden gewaarborgd. Deze bomen (circa 5% van het areaal) worden gekapt. Voor een deel hiervan wordt herplant gepleegd.

Gebouwen

Kerncijfers

De gemeente heeft 53 gebouwen in beheer en eigendom. Het gemeentelijk vastgoed heeft een herbouwwaarde van circa € 63 mln.

Gemeentelijk vastgoed
Functieomschrijving Aantal
Bedrijfsvoering 11
Maatschappelijk 14
Monumentaal 8
Voormalige scholen 5
Dorpshuizen 7
Overig 8
Totaal gebouwen 53

 Beheer

Het grootste deel (90%) van de gebouwen wordt onderhouden op basis van de kwaliteit ‘instandhouding’. Dit betekent dat aan de gebouwen werkzaamheden worden verricht om het gebouw te behouden in de staat waarin deze zich bevindt. Deze gebouwen voldoen wat betreft het onderhoud aan de gestelde bestekskwaliteit. De overige gebouwen (10%) zijn niet meer in gebruik of zullen binnenkort niet meer in gebruik zijn en worden verkocht of gesloopt. Aan deze gebouwen wordt het minimaal noodzakelijke onderhoud gepleegd.

Voor het planmatig onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is een voorziening beschikbaar. Er is jaarlijkse een dotatie van € 731.000 aan deze voorziening. Gemiddeld wordt er jaarlijks ongeveer € 1 mln. uitgegeven.

Toekomst

Onnodig vastgoed wordt afgestoten (sloop of verkoop). Voor het in stand houden van de gemeentelijke gebouwen is een voorziening beschikbaar.

Openbare verlichting

Kerncijfers

In Opsterland staan circa 4.400 lantaarnpalen waarvan ongeveer 90% in beheer en eigendom van de gemeente zijn. De overige palen zijn in beheer en eigendom van de Provincie Fryslân, Rijkswaterstaat, woningcorporaties en VvE’s. Het totale jaarlijkse energieverbruik van het gemeentelijke areaal is 537.000 kWh. De totale vervangingswaarde van de installatie bedraagt ongeveer € 6 mln.

Beheer

De beleidsuitgangspunten van de openbare verlichting staan vastgelegd in de notitie "Licht in de Duisternis" (2009). De masten worden onderhouden op CROW kwaliteitsniveau B (is overeenkomstig aan het ‘basisniveau’ zoals vastgelegd in het BKP).

Het begrote budget wordt gebruikt voor het onderhouden (in stand houden) van de huidige installatie. Voor vervanging wordt indien aan de orde een vervangingskrediet aangevraagd. In 2017 is gestart met het vervangen van circa 800 armaturen en 80 palen ten laste van het beschikbare krediet van circa € 400.000. Dit project wordt begin 2018 afgerond.

Toekomst

De installatie openbare verlichting is relatief jong. Op basis van de theoretische levensduur ontstaat na 2025 een vervangingspiek. Deze wordt met de komende vervangingsprojecten afgevlakt.

Financiering

Financiering

Inleiding

Deze paragraaf gaat over de taken financiering, cashmanagement en renterisicobeheer. Deze taken hebben als doel de gemeente te voorzien in de behoefte aan vreemd vermogen tegen zo laag mogelijke kosten en te beschermen tegen ongewenste financiële risico’s.

Beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille

In de financiële verordening heeft de raad het college bestuurlijk mandaat gegeven voor het uitoefenen van de financieringsfunctie. Het college zorgt daarbij voor:

  1. Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van tijdelijke overtollige gelden;
  2. Het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie, zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s.
  3. Het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van voldoende rendement op uitzettingen.
  4. Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

Kaderstellende documenten

Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet (2017).

Beleidskader reserves en voorzieningen (2016).

Rentelasten, rentebaten, renteverdeling

De door de gemeente betaalde en ontvangen rente wordt per saldo verantwoord op Algemene dekkingsmiddelen.

Financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte is vastgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Voor de in de komende jaren aflopende langlopende leningen wordt er van uit gegaan dat deze weer voor hetzelfde leningsbedrag worden aangetrokken tegen een geschat rentepercentage van 1%.

Renteverwachtingen 2018

Een belangrijke variabele bij de uitvoering van het financieringsbeleid is de toekomstige renteontwikkeling. De keuze tussen korte en lange looptijden wordt mede bepaald door de verwachte renteontwikkelingen. We verwachten in 2018 geen grote veranderingen in de rentestand. Daarnaast speelt de spreiding in de schuldportefeuille een grote rol.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet houdt in, dat maximaal 8,5% van de totale begroting met kort geld gefinancierd mag zijn. Voor 2018 is dit voor onze gemeente maximaal € 6,4 miljoen. Normaliter wordt getracht tot aan de kasgeldlimiet via kortlopende leningen te financieren omdat de rente voor kortlopende leningen lager is dan die van langlopende leningen.

Renterisiconorm

De renterisiconorm houdt in, dat maximaal 20% van het totaal van de begroting aan een renteherziening onderhevig mag zijn. Dit betekent dat we maximaal over € 15,1 miljoen renterisico mogen lopen. Het totaal op de langlopende leningen af te lossen bedrag in 2018 bedraagt € 5 miljoen (exclusief leningen die betrekking hebben op de doorgeleende leningen aan woningbouwcorporaties). We voldoen aan de renterisiconorm.

Doorgeleende leningen

De saldi van de aan de woningbouwcorporaties doorgeleende leningen hebben volgende verloop:

saldo ultimo 2018 € 13,3 miljoen

saldo ultimo 2019 € 0,9 miljoen

saldo ultimo 2020 € 0,8 miljoen

saldo ultimo 2021 € 0,7 miljoen

Renterisicobeheer

Het renterisico is het volume aan uitstaande schuld, dat aan renteherziening onderhevig is. De wetgever heeft in de Wet financiering decentrale overheden (Fido) eisen gesteld aan het renterisico dat een gemeente in enig jaar mag lopen. Deze eisen komen tot uitdrukking in de kasgeldlimiet (voor leningen met een looptijd tot 1 jaar) en de renterisiconorm (voor leningen met een looptijd vanaf 1 jaar). Het college zorgt ervoor dat de gemeente verantwoord en goedkoop financiert binnen de gegeven normen.

Liquiditeiten

Ook in de toekomst zullen wij een beroep moeten blijven doen op de kapitaalmarkt. Aan de hand van de vastgestelde begroting 2018 wordt een meerjarige liquiditeitenplanning opgesteld. Op deze wijze is er sturing mogelijk op onze financieringsbehoefte en de daaraan verbonden kosten.

Bedrijfsvoering

Bedrijfsvoering

De hoofdpunten van beleid worden beschreven in de programma’s van de begroting. Het realiseren van die beleidsdoelen kan alleen met de inzet van diverse middelen als personele inzet, financiële middelen en administratie, communicatie, ICT, onderzoek, informatievoorziening en archivering, juridische adviezen, inkoop, huisvesting en andere ondersteunende faciliteiten. De inzet dient effectief, efficiënt en integer te zijn.

De bedrijfsvoering en de ontwikkeling daarvan hangt nauw samen met vraagstukken rondom sturing en control. Met de woorden: "zijn we in control” wordt bedoeld of de besturing van de ambtelijke organisatie beheerst wordt. Hoe lopen de processen en zijn ze efficiënt ingericht, worden de processen en de kosten beheerst en zijn (financiële) risico’s benoemd, zijn risicobeheersmaatregelen tijdig getroffen, zijn de te behalen resultaten helder en smart geformuleerd, boeken we de resultaten die zijn afgesproken, wordt er op de juiste momenten verantwoording afgelegd? Deze zaken hebben permanent aandacht.
Bedrijfsvoering gaat daarnaast ook over innovatie: kunnen we de processen slimmer organiseren en kan het goedkoper en beter? De ontwikkelingsbijdragen van de communicatietechnologie spreken boekdelen. Neem als voorbeeld de ontwikkeling van app's op smartphones en tablets, ook in ons dagelijkse werk.

In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de ontwikkelingen die in de gemeentelijke bedrijfsvoering spelen. Vele ontwikkelingen zijn al ingezet en zullen in 2018 verder aandacht behoeven. Enkele accenten worden hierna toegelicht.

Kaderstellende documenten

Organisatieverordening (2017).

Inkoop en aanbestedingsbeleid 2016.

Normenkader rechtmatigheid (wordt jaarlijks door het college vastgesteld).

Bestuursovereenkomst OWO 2015

 

Gekanteld werken

De bestuurlijke visie “Romte en Ferskaat 2013” zet in op de kracht van de leefomgeving en de gemeenschap. Het laat zien, dat de rol van de gemeente voortdurend verandert. De gemeente moet inspelen op verschijnselen en veranderingen die zich voordoen in de samenleving. Dit betekent, dat de gemeente steeds minder alles zelf doet. Burgers en organisaties willen en krijgen meer verantwoordelijkheid. En waar dat kan, laat de gemeente het initiatief bij hen. De gemeente verbindt, mobiliseert, faciliteert en stimuleert maar weet ook wanneer zij kan loslaten. Daartoe zijn we als bestuur en medewerkers actief bezig om een omslag te maken van het traditionele overheidsdenken van controle en regelgeving naar meer vertrouwen en dereguleren. Minder beleid maken en kritisch kijken of het opstellen van regels echt nodig is om zo meer invulling te geven aan een “doe-democratie”. Met minder dichtgetimmerde plannen, meer ruimte voor de ideeën en de kracht van partners inspelen op actuele ontwikkelingen en kansen. Voor bestuur en organisatie betekent dit een nieuwe balans tussen grip en loslaten.

De maatschappelijke context waarin we leven en werken betekent voor bestuur en organisatie dat we moeten anticiperen op steeds wijzigende opgaven en omstandigheden en zich daaraan snel, intelligent en flexibel aanpassen. Daarbij passen begrippen als responsief, sensitief, vitaal en veerkrachtig. Het wordt zichtbaar door duidelijk te zijn in communicatie over onze rol, door meer maatwerk en betere dienstverlening die sterker gericht is op de omgeving en de samenwerking. De burgers moeten er beter van worden.

De gedachte achter 'kanteling van werken' is geen project of programma, maar meer één van houding, gedrag en omgangsvormen in de wijze waarop bestuur en organisatie tot resultaten willen komen in samenspraak met de gemeenschap als geheel, de dorpen, als met iedere inwoner, ondernemer etc.

Deze verandering vraagt het uiterste van kennis, deskundigheid, flexibiliteit en loyaliteit van de organisatie. Van medewerkers wordt verwacht dat zij dienstverlenend zijn richting de burger. Zij moeten vraaggericht maatwerk kunnen leveren, met respect voor wet- en regelgeving. Medewerkers moeten een groot inlevend-, meedenkend-, creatief probleemoplossend- en verbindend vermogen hebben en tegelijkertijd resultaatgericht zijn.

Organisatieontwikkeling, meer doen met minder middelen

Zoals uit het voorgaande kan worden geconcludeerd worden steeds zwaardere eisen gesteld aan de ambtelijke organisatie en aan de bedrijfsvoering. De organisatie moet als gevolg van doorgevoerde ombuigingen met minder financiële middelen meer realiseren. Het gemeentelijke takenpakket en de gewenste kwaliteit nemen elk jaar toe.

Aanjagers voor verhoging van efficiëntie en flexibiliteit om resultaten te boeken zijn onder meer projectmatig werken, digitalisering van de dienstverlening, maar ook samenwerking met andere gemeenten en ketenpartners. Dit vraagt continue aandacht.

Door nieuwe taken kan de formatie ook toenemen. Er zijn dus twee tegengestelde bewegingen.

Verloop fte's op hoofdlijnen fte's
formatie begroting 2017             219

OWO Backoffice SD

                -8
bezuiniging (taakstelling) personeel                -2
nieuwe taken                  5
formatie begroting 2018             214

Per 1 juli 2017 is de OWO Backoffice Sociaal Domein in Ooststellingwerf gevormd. Hierdoor is de formatie van de gemeente Opsterland met 8 fte afgenomen. Hiertegenover staat 1/3 deel van de kosten  van de OWO Backoffice Sociaal Domein. 

Daarnaast is het gebiedsteam Sociaal Domein nog volop in ontwikkeling. Hierdoor zijn in deze  begroting  salariskosten  opgenomen voor nieuwe functies binnen het gebiedsteam  op het gebied van schuldhulpverlening ( conform besluitvorming perspectiefbrief 2017),  relatie- en contractbeheer, financieel adviseur, loketmedewerker, administratieve ondersteuning en praktijkondersteuning huisarts Jeugd. Hierbij kan verwezen worden naar de financiële toelichtingen op de programma's 0 (Bestuur en ondersteuningen) en 6 (Sociaal Domein).  Ook is er een nieuwe (verplichte) functionaris gegevensbescherming aangesteld. In totaal is de formatie voor de begroting 2018  als gevolg van nieuwe functies met 5 fte toegenomen.

Als gevolg van de taakstelling op personeel zijn per 1 januari 2018 2 fte bezuinigd. Onderstaande tabel geeft het verloop van de taakstelling op formatie weer:

 
Taakstelling op formatie 2017 2018 2019
  fte fte fte
totaal taakstellingen t/m 2014            14            14            14
taakstelling begroting 2015              7              9            10
totale taakstelling            21            23            24
invulling t/m 2016            21            21            21
beginstand 2017            0              2              3
invulling 2017                2              2
Openstaande taakstelling                0              1

Samenwerking in OWO-verband

Wat betreft de intergemeentelijke samenwerking zet de gemeente de ingezette koers voort. Dat betekent intensieve samenwerking met onze preferente partners Ooststellingwerf en Weststellingwerf. Op vier terreinen zijn gezamenlijke afdelingen OWO neergezet:

  • Bedrijfsvoering (financiële administratie, personeels- en salarisadministratie, inkoop en aanbesteding, ICT, documentatie informatievoorziening en verzekeringen); gehuisvest te Wolvega.
  • Belastingen en vastgoedinformatie; gehuisvest te Oosterwolde;
  • Vergunningverlening, handhaving en toezicht; gehuisvest te Gorredijk.
  • De gezamenlijke backoffice Werk, inkomen en zorg; gehuisvest te Oosterwolde.

Verdere fine tuning van de aansluiting van vele processen en kwaliteitsniveaus van de OWO-afdelingen met hun respectievelijke moederorganisaties zal in 2018 met kracht worden voortgezet.

De bovenstaande resultaten van deze samenwerking vloeien voort uit de afspraken uit de Bestuursovereenkomst 2015.

Hierin staat ook dat -waar mogelijk- samengewerkt op bestaande en nieuwe beleidsterreinen met als doel borging van kwaliteit, en met behoud van de bestuurlijke autonomie van de drie gemeenten. Voorbeelden zijn: sociaal domein, informatiebeveiliging, e-HRM-systemen.

De drie gemeenteraden ontwikkelen in 2018 een gezamenlijke visie op de gewenste verdere vormgeving van de OWO-samenwerking.

Professionalisering van de organisatie

Opleiden en coachen van medewerkers is essentieel in relatie tot de mogelijkheden van Strategische PersoneelsPlanning (SPP), met als doel om vastgestelde bestuurlijke ambities rond thema's als kanteling en samenwerking met de Mienskip mogelijk te maken. Willen we onze huidige medewerkers in kennis en kunde, én houding en gedrag beïnvloeden, dan zullen we hen daarbij moeten ondersteunen. Vandaar dat ook bij de Perspectiefbrief extra middelen voor het professionaliseren van de organisatie zijn gevraagd. Een investering in onze huidige medewerkers en om nieuwe capabele medewerkers aan te kunnen trekken. Dit om als organisatie beter toegerust te zijn en te kunnen voldoen aan bestuurlijke ambities, maatschappelijke ontwikkelingen en organisatiecondities. Zo wensen we een meer pro-actievere en gekantelde organisatie te zijn. Meer maatwerk, betere dienstverlening, sterker gericht op de omgeving en op samenwerking binnen netwerken. We zouden de organisatie sneller willen laten hervormen om adequaat  en toegerust aan de slag te gaan waardoor medewerkers beter met elkaar kunnen samenwerken om maatschappelijke vraagstukken op te lossen in samenwerking met de Opsterlandse samenleving.

Daarnaast wordt onze organisatie geconfronteerd met vergrijzing respectievelijk ontgroening. Daarom willen we graag kansen voor de organisatie en jonge getalenteerde mensen creëren door onder andere trainees en meer stagiaires aan te nemen. Ook hiervoor zijn door uw raad extra middelen beschikbaar gesteld. Met de aanname van jonge getalenteerde medewerkers kan een bijdrage geleverd worden aan een meer evenwichtiger leeftijdsopbouw in de organisatie en wordt ook nog eens een maatschappelijke bijdrage geleverd aan de bestrijding van de jeugdwerkloosheid. Deze Opsterlandse aanpak wordt gewaardeerd door de vakbondsorganisaties, die tevens inzetten op verjonging van de organisatie. 

We verwachten met bovenstaande professionaliseringsslag, dat  de inwoners van Opsterland meer maatwerk en betere dienstverlening krijgen geleverd. Dit omdat de dienstverlening en producten of voorzieningen die worden verkregen zijn verkregen vanuit participatie en in samenwerking met burgers, bedrijven en samenleving.

Overige ontwikkelingen

Digitale dienstverlening
Het verder ontwikkelen van de interactieve mogelijkheden voor digitale dienstverlening en communicatie via de website en sociale media. De mogelijkheden van Mijnoverheid.nl worden verder benut. In 2018 wordt ook de persoonlijke internetpagina gerealiseerd, waarmee tweezijdige communicatie met (individuele) burgers gerealiseerd wordt.

Informatievoorziening
Het geleidelijk verbeteren van gemeentelijke doelstellingen door deze “smart” te formuleren en waardoor vanuit die nieuwe doelstellingen de begroting concreter kan worden en de controlerende functie van de gemeenteraad bij de Verantwoording kan worden vergemakkelijkt. Bijvoorbeeld m.b.v. www.waarstaatjegemeente.nl, en het streven is om de begroting 2018 beter digitaal 'doorklikbaar' te maken zodat gezochte informatie sneller toegankelijk is.

Informatiebeveiliging en privacybescherming

Met de toenemende digitalisering wordt binnen de gemeente een steeds grote hoeveelheid gegevens verwerkt en wordt de beveiliging van die gegevens steeds belangrijker. Uitval van computers en communicatiesystemen, het in ongerede raken van gegevensbestanden of het door onbevoegden kennisnemen dan wel manipuleren van (persoons)gegevens kan ernstige gevolgen hebben voor de continuïteit van de bedrijfsvoering en het vertrouwen in de overheid. 

Een belangrijke ontwikkeling is de inwerkingtreding op 25 mei 2018 van de nieuwe Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) als vervanging van de nationale wet bescherming persoonsgegevens (wbp). De AVG is strenger dan de wbp als het gaat om verwerkingen van persoonsgegevens. Organisaties worden verplicht te allen tijde inzicht te verschaffen in de verwerking van gegevens, de doelmatigheid hiervan, de grondslagen die worden gesteld en hierover moet de organisatie zich accountable verklaren.
Met het oog op informatiebeveiliging werkt de gemeente er aan om de implementatie van de maatregelen uit de Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten (BIG) vorm te geven. De implementatie van de BIG wordt opgepakt en uitgevoerd. Door het toenemende belang van informatiebeveiliging is in 2017 ENSIA als landelijke methodiek uitgerold om gemeenten horizontaal verantwoording af te laten leggen aan de gemeenteraad en verticaal aan ministeries en geeft meer inzicht in de stand van informatiebeveiliging.

Verzuim en welzijn van medewerkers
Het verzuimpercentage  ligt onder het landelijk klassegemiddelde. Preventieve aanpak van verzuim is kostenbesparend omdat het inhuur voorkomt. Maar het draagt bovenal bij aan het welbevinden en productiviteit van medewerkers.
Duurzame en wendbare inzet (SPP) is een speerpunt van HRM-beleid. Eind 2016 heeft het welzijnsonderzoek plaatsgevonden. De geaccordeerde aanbevelingen worden in 2017 en 2018 geïmplementeerd.

Toezicht en controle op de gemeente

Toezicht en controle op de gemeente

Doel paragraaf toezicht en controle

Door de invoering van de Wet revitalisering generiek toezicht en de daaruit voortvloeiende versterking van de controlerende taak van de raad, is het voor de overzichtelijkheid noodzakelijk om alle elementen van toezicht en controle uit de verschillende programma’s te bundelen in deze paragraaf “Toezicht en controle op de gemeente”. Het gaat dus om toezicht en controle op de gemeente. Dit ter onderscheiding van het toezicht en de handhaving die de gemeente zelf uitvoert op activiteiten van burgers, bedrijven en instellingen (wetshandhaving).

 In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de toezichtvormen en controles die in 2018 zullen plaatsvinden, te weten:

  1. Accountantscontrole en rechtmatigheid.
  2. Audits informatiebeveiliging.
  3. Horizontale verantwoording college aan de raad.
  4. Interbestuurlijk toezicht door de provincie.
  5. Rekenkamercommissie.
  6. Waarstaatjegemeente.nl.

Ad 1 Accountantscontrole en rechtmatigheid

De raad heeft een kaderstellende rol met betrekking tot de accountantscontrole. De uitgangspunten voor de accountantscontrole 2018 zijn ongewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren. Deze zijn:

  • De goedkeuringstolerantie is voor de jaarrekening 2017 vastgesteld op de wettelijke norm van 1% voor fouten en 3% voor onzekerheden.
  • De rapporteringtolerantie is voor de jaarrekening 2017 vastgesteld op 0,5% voor fouten en 1,5% voor onzekerheden.

Voor de concretisering van het begrotingscriterium zijn de bepalingen in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) en de uitwerking daarvan in de Kadernota rechtmatigheid van de Commissie BBV leidend.

  Overige uitgangspunten zijn:

1. Budgetrecht raad

Indien bij de uitwerking van de door de raad vastgestelde plannen door het college blijkt dat het door de raad geautoriseerde bedrag onvoldoende is, zal het college in principe voor aanvullende budgettaire ruimte voorstellen doen aan de raad. Dit is niet nodig als er door het college dekking kan worden gevonden binnen het desbetreffende programma. Echter, indien de uitgaaf wel financieel binnen het programma past, maar inhoudelijk niet overeenkomt met de doelstellingen van de raad, dan moet het college dit ter besluitvorming voorleggen aan de raad. Mutaties worden elk jaar bij de Perspectiefbrief gemeld, waarbij het college een voorstel aan de raad overlegt tot het wijzigen van de lopende begroting.

2. Normenkader

Het normenkader bestaat uit alle wettelijke en gemeentelijke regelgeving, die van belang zijn voor de accountantscontrole op de rechtmatigheid. Het normenkader en het toetsingskader worden jaarlijks per 31 december door het college vastgesteld en ter kennis van de raad gebracht.

3. Controleplan

Het controleplan van de accountant voor 2018 (over het boekjaar 2017) zal met de auditcommissie worden afgestemd.

Met het vaststellen van de begroting worden ook de bovenvermelde uitgangspunten voor de accountantscontrole vastgesteld.

Ad 2 Audits informatiebeveiliging

Er zijn landelijk algemene eisen gesteld aan de organisatorische en fysieke beveiliging, aan ICT-beveiliging en er zijn ook specifieke wettelijke eisen m.b.t. de onderdelen: BRP, PUN, Suwinet, BAG, BGT en DigiD waarover de gemeente verantwoording dient af te leggen. Dit noemen we de ‘verticale verantwoording’. De horizontale verantwoording richting gemeenteraad  vormt hiervoor de basis. De normen van de BIG en de specifieke normen van de BRP, PUN, Suwinet, BAG, BGT en DigiD zijn opgenomen in de zelfevaluatievragenlijst.

Voor 2017 vindt de toetsing van de diverse wettelijke vereisten niet meer separaat plaats maar via een eenmalige uitvraag: ENSIA (Enkelvoudige normering, single information audit). Dit betekent dat maar één keer per jaar de zelfevaluatielijst ingevuld hoeft te worden. De informatie wordt gebruikt voor de horizontale verantwoording richting gemeenteraad en de diverse verticale verantwoordingslijnen richting departementen

ENSIA heeft tot doel het verantwoordingsproces over informatieveiligheid bij gemeenten verder te professionaliseren door het toezicht te bundelen en aan te sluiten op de gemeentelijke Planning & Control-cyclus. Hierdoor heeft het gemeentebestuur meer overzicht over de stand van zaken van de informatieveiligheid en kan het beter sturen op de voortgang van de implementatie van de Baseline Informatiebeveiliging gemeenten (BIG). 

Ad 3 Horizontale verantwoording van college aan de gemeenteraad

Door de invoering van de Wet revitalisering generiek toezicht is de controlerende taak van de gemeenteraad versterkt. Dit komt tot uitdrukking door de volgende activiteiten:

  1. meer aandacht voor de uitvoering van de medebewindstaken in de jaarstukken en
  2. deelname aan het VNG-project Versterken horizontale verantwoording. Dit project richt zich op verantwoording via de website “waarstaatjegemeente.nl”.

Wat punt a betreft wordt in het jaarverslag in verschillende programma’s informatie verstrekt over de uitvoering van landelijke wetgeving. In de meeste gevallen wordt dit in tabellen aangegeven, waarbij de ontwikkeling van de laatste drie of vier jaren te vergelijken is. Substantiële financiële mutaties worden toegelicht in de programma’s bij de derde W (wat heeft het gekost).

Naast deze vorm van verantwoorden is over de uitvoering van de medebewindswetgeving meer informatie te vinden op de website “Waarstaatjegemeente.nl”.

Een nieuwe toevoeging aan de begroting zijn landelijke kengetallen, welke opgenomen zullen worden bij de betreffende programma’s in de begroting.

Ad 4 Interbestuurlijk toezicht door de provincie (verticaal toezicht)

Het interbestuurlijk toezicht (IBT) is de wettelijke toezichtstaak die een provincie heeft ten aanzien van de uitvoering van de medebewindstaken door gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen.

De provincie richt zich als toezichthouder op de volgens de provincie meest risicovolle thema’s binnen de beleidsterreinen waar het toezicht ophoudt. Dit zijn de volgende beleidsterreinen:

Ook houdt de provincie toezicht op de financiële positie van gemeenten.

Het toezicht gebeurt op basis van vertrouwen en eigen verantwoordelijkheid van de gemeenten. Als basis van het interbestuurlijk toezicht is een goede horizontale verantwoording (controle door gemeenteraad bij gemeenten) onmisbaar.

Het interbestuurlijk toezicht is gericht op de uitvoering van wettelijke medebewindstaken. Aan de hand van het stoplichtmodel wordt er een beoordeling gegeven. De uitkomst hiervan kan de kleur groen, oranje of rood zijn. Groen staat voor goed en oranje staat voor matig/risico.

Ingrijpen gebeurt alleen als wettelijk vastgelegde taken niet of niet juist worden uitgevoerd. Of als besluiten in strijd zijn met het algemeen belang of het recht. In deze gevallen is de uitkomst van de beoordeling de kleur rood en kan de provincie gebruik maken van de volgende instrumenten:

  • Indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing; bij taakverwaarlozing kan de provincie de taak overnemen.
  • Schorsing en vernietiging; als er besluiten worden genomen die in strijd zijn met het recht of het algemeen belang, dan kan het besluit worden voorgedragen voor schorsing of vernietiging.

 Informatie over de prestaties van onze gemeente staat op “Waarstaatjegemeente.nl”.

Ad 5 Rekenkamercommissie Opsterland

De rekenkamercommissie heeft als taak het onderzoeken van de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het door de gemeente vastgestelde beleid en de uitvoering van het beleid.

Voor 2018 zal een onderzoeksplan vastgesteld worden.

Ad 6 Waarstaatjegemeente.nl

Jaarlijks worden actuele gegevens aangeleverd voor de website “Waarstaatjegemeente.nl”. De website laat zien hoe onze gemeente er op verschillende beleidsterreinen voor staat. Daarbij kunnen vergelijkingen worden gemaakt met andere gemeenten. Het instrument “Waarstaatjegemeente.nl”, een product van het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING), is voortdurend in ontwikkeling. Bijvoorbeeld door betere indicatoren uit te vinden en nieuwe beleidsvelden toe te voegen. Naast de genoemde toezichtinformatie is op “Waarstaatjegemeente.nl” ook tal van andere informatie over Opsterland beschikbaar.

Voorbeelden zijn: bevolkingsontwikkeling, woningmarkt, overlast en onveiligheid, verkeersveiligheid, waardering onroerende zaken, sociale zekerheid (uitkeringen), zorg en welzijn, onderwijs, duurzaamheid, lokale economie en de baten en lasten in de gemeentelijke begroting.

Verbonden partijen

Verbonden partijen

Het doel van deze paragraaf

In de verschillende programma’s van de begroting worden maatschappelijke effecten beoogd die (mede) door externe organisaties worden verwezenlijkt. In een aantal daarvan heeft de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang. In deze paragraaf wordt daarvan een overzicht gegeven.

Definitie verbonden partijen

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft.

Van een financieel belang is sprake als:

  • een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat;
  • de gemeente voor bedragen aansprakelijk kan worden gesteld indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.

Van een bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft, hetzij door vertegenwoordiging in het bestuur hetzij door stemrecht. Dit betekent concreet dat er sprake is van een bestuurlijk belang als de burgemeester, een wethouder of een raadslid van de gemeente namens de gemeente in het bestuur van de partij plaatsneemt of namens de gemeente stemt.

 Visie op en de beleidsvoornemens betreffende verbonden partijen

De gemeente heeft met het oog op het beperken van regelgeving geen afzonderlijke Kadernota verbonden partijen vastgesteld. Visie en beleid op verbonden partijen zijn daarom terug te vinden in deze paragraaf van de begroting. De gemeente voert overheidstaken uit en wil doelen bereiken in de samenleving. Dit moet effectief en efficiënt. In een aantal gevallen kan de gemeente deze taken en doelen niet of moeilijk zelf uitvoeren en is er een noodzaak om met andere gemeenten, provincie of waterschap samen te werken. De gemeente Opsterland voert hierbij een terughoudend beleid. Verbonden partijen worden alleen aangegaan als dit door de wet verplicht wordt gesteld of als er een ondubbelzinnig gemeentelijk belang is, gerelateerd aan grensoverschrijdende belangen en/of de kwaliteit en efficiëntie van de uitvoering van de taken.

Bij deelname aan een verbonden partij moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  1. De op te richten verbonden partij moet bij uitstek het instrument zijn om het gemeentelijke doel te realiseren.
  2. Er moet een gedegen afweging plaatsvinden met betrekking tot de vorm van de verbonden partij (praktisch en beperken van bestuurlijke drukte).
  3. De verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden moet helder en duaal omschreven worden.
  4. Bij het aangaan van verbonden partijen moet volstrekte duidelijkheid bestaan over zaken als werkwijze, zeggenschapsverhoudingen, winst- en risicoverdeling en te leveren (toetsbare) prestaties.
  5. Er moeten duidelijke afspraken worden gemaakt over de inzichtelijkheid en beheersbaarheid van (financiële) risico’s.
  6. Er moeten voldoende waarborgen in de regeling worden opgenomen voor democratische legitimatie (bij overdracht raadsbevoegdheden) en voor controle en beïnvloeding door o.a. inzichtelijke en transparante begrotingen en verantwoordingen, het verstrekken van relevante en adequate informatie (nieuwsbrieven en tussenrapportages) en door controlemechanismen als financiële adviescommissies en rekenkameronderzoek.

 Kaderstellende documenten

De diverse gemeenschappelijke regelingen en daaraan ten grondslag liggende collegebesluiten en raadsbesluiten.

Overzicht verbonden partijen

Lijst verbonden partijen

  • Gemeenschappelijke regelingen:
    • Veiligheidsregio Fryslân te Leeuwarden
    • Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) te Grou
    • Sociale werkvoorziening Fryslân te Drachten
    • Recreatieschap De Marrekrite te Leeuwarden
    • Hûs en Hiem, welstandsadvisering en monumentenzorg in Fryslân te Leeuwarden
    • Exploitatiemaatschappij Bedrijvenpark Drachten te Drachten
  • Vennootschappen:
    • Caparis NV te Drachten
    • NV Afvalsturing Fryslân
    • NV Fryslân Miljeu
    • NV Bank Nederlandse Gemeenten te Den Haag
    • BV Publiek Belang Elektriciteitsproductie te Den Bosch
    • CBL Vennootschap BV Den Bosch
    • CSV Amsterdam BV Den Bosch

 Informatie per verbonden partij:

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

GR Veiligheidsregio Fryslân te Leeuwarden.

Te behartigen openbaar belang.

De gemeenschappelijke belangen van de Friese gemeenten op de terreinen van publieke gezondheidszorg, brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en crisisbeheersing, het bevorderen van de multidisciplinaire samenwerking en de coördinatie in de uitvoering van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, het in standhouden en beheren van een gemeenschappelijke meldkamer en tot slot het zijn van een platvorm voor samenwerking voor aan hulpverlening gelieerde diensten, partners, dan wel organisaties en andere openbare lichamen.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

3,70 %

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen per 01-01-2016 € 2.116.031.

Eigen vermogen per 31-12-2016 € 2.343.541.

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen per 01-01-2016: € 54.818.121

Vreemd vermogen per 31-12-2016: € 56.132.541.

Het resultaat.

2016: -/- € 166.000.

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Algemene bijdrage: € nihil

Betaling voor verrichte diensten in 2015: € 2.187.481

De risico’s die de gemeente loopt.

De risico’s zijn in beginsel niet heel groot. Wel is er een inherent risico bij een gemeenschappelijke regeling dat alle deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten.

De Veiligheidsregio Fryslân is nog volop in ontwikkeling om de bedrijfsvoering verder op orde te brengen. De veiligheidsregio heeft daarnaast te kampen met de invoering en overname van wettelijke taken met de implementatie en uitvoering van de regionalisering van de brandweerzorg. Dit vergroot de druk op de bedrijfsvoering.

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma's 1 Veiligheid; 4 Onderwijs; 6 Sociaal domein; 7 Volksgezondheid en milieu.

 

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

GR Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) te Grou.

 

Te behartigen openbaar belang.

Het behartigen van de belangen van de 24 deelnemende Friese gemeenten, de provincie en het waterschap bij de uitvoering van taken en bevoegdheden op het gebied van het milieu- en omgevingsrecht in ruime zin in het algemeen en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in het bijzonder, alsmede taken en bevoegdheden op het terrein van vergunningverlening, toezicht en handhaving op grond van de in artikel 5.1 van de Wabo genoemde wetten.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

Het aantal stemmen is afhankelijk van de financiële bijdragen van de deelnemers en wordt jaarlijks vastgesteld. Opsterland heeft op dit moment 1 stem van de 75 (1,33%). Een wijziging van de stemverhoudingen is aanstaande.

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen per 01-01-2016: € 1.159.785

Eigen vermogen per 31-12-2016: € 430.704

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen per 01-01-2016: € 2.432.326

Vreemd vermogen per 31-12-2016: € 2.139.749

Het resultaat.

2016: -/-  € 410.903

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Bijdrage 2017: €145.805.

 

Risico’s die de gemeente loopt.

Er een inherent risico bij een gemeenschappelijke regeling dat alle deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten. De FUMO vult een organisatie in op basis van uitgangspunten en een bedrijfsplan uit 2012. Intussen is gebleken dat die uitgangspunten niet meer actueel zijn. Dit verhoogt het risico van financiële tekorten in de aanloopfase. Diverse gemeenten, waaronder de OWO-gemeenten, hebben in een zienswijze aan de bel getrokken en dringend gevraagd om een uiterst sober en zuinig opereren.

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma's 7 Volksgezondheid en milieu; 8 Bouwen, wonen en gronden

 

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

GR Sociale werkvoorziening Fryslân te Drachten.

Te behartigen openbaar belang.

Het uitvoeren van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en de uit deze wet voortvloeiende wettelijke voorschriften voor de 8 deelnemende gemeenten.

Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft de uitvoering van deze taak “uitbesteed” aan Caparis NV (“Caparis”).

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

12,50 %

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen per 01-01-2016: € 690.000

Eigen vermogen per 31-12-2016: € 697.000

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen per 01-01-2016: €.4.361.000

Vreemd vermogen per 31-12-2016: € 3.998.000

Het resultaat.

Niet van toepassing (zie Verbonden partij Caparis).

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Algemene bijdrage: € 4.235 (begroting 2017 voor 145 formatieplaatsen in zogenoemde SE’s (standaard eenheden van 36 uur).

Betaling voor verrichte diensten in 2016: € nihil

Risico’s die de gemeente loopt.

Gemeenten ontvangen van het Rijk een bijdrage in de kosten van de sociale werkvoorziening. Deze bijdrage is m.i.v. 2015 jaarlijks verder door het Rijk naar beneden bijgesteld. Omdat de rijksbijdrage op dit moment al onvoldoende is om de werkelijke kosten (loonkosten) te dekken, zal het tekort de komende jaren verder toenemen. Dit zogenoemde “subsidietekort” moet door de gemeenten zelf worden gedragen.

De GR treedt op als financier voor Caparis. Voor de leningen van de GR aan Caparis zijn door Caparis zekerheden gesteld in de vorm van hypotheek- en pandrecht. Het risico voor de GR bestaat daarin, dat Caparis in staat moet zijn om aan de vereiste aflossingsverplichtingen te kunnen voldoen en dat bij ingebrekestelling de waarde van de verkregen zekerheden niet toereikend is voor het aflossen van de financiering.

Er is dus een risico dat de deelnemers bij eventuele tekorten moeten bijspringen (zie Verbonden partij Caparis).

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma 6 Sociaal domein.

 

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

GR Recreatieschap De Marrekrite te Leeuwarden.

Te behartigen openbaar belang.

Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van 19 deelnemende Friese gemeenten (excl. Ooststellingwerf en de vier eilanden) en de provincie Friesland op het gebied van een evenwichtige en gecoördineerde ontwikkeling van de watersport en van andere vormen van recreatie op en aan het water, met inachtneming van de belangen van natuur en landschap.

In de praktijk wordt gezorgd voor de bevaarbaarheid van waterwegen (baggeren), beheer en onderhoud aanlegsteigers en andere voorzieningen, vuilnisophaal in watersportgebieden en een uniforme regeling brugbediening.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

4,55 %

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen per 01-01-2016: € 4.196.647.

Eigen vermogen per 31-12-2016:.€ 4.410.207.

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen per 01-01-2016: € 729.904.

Vreemd vermogen per 31-12-2016: € 635.465.

Het resultaat.

2016: -/- € 214.560.

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Bijdrage in 2016: € 17.794

Bijdrage waterrecreatie: € 12.671 (begroting 2017).

Bijdrage landrecreatie: € 3.372 (begroting 2017).

Bijdrage baggerfonds: € 1.444 (begroting 2017).

Bijdrage onderhoud Fietsen en wandel 2017: € 1.947 (begroting 2017)

De bijdragen zijn niet geïndexeerd.

Risico’s die de gemeente loopt.

De risico’s zijn in beginsel niet heel groot. Wel is er een inherent risico bij een gemeenschappelijke regeling dat de deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten.

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma 5 Sport, cultuur en recreatie.

 

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

GR Hûs en Hiem, welstandsadvisering en monumentenzorg in Friesland te Leeuwarden.

Te behartigen openbaar belang.

Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de bouwkundige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Fryslân.

In de praktijk betekent dit geven van welstandsadviezen over bouwplannen en het adviseren over algemene welstandsvraagstukken.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

3,85 %

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen per 01-01-2016: € 139.928.

Eigen vermogen per 31-12-2016: € 173.097.

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen per 01-01-2016: € 66.497.

Vreemd vermogen per 31-12-2016: € 96.307.

Het resultaat.

2016: -/- € 18.022.

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Voor de dienstverlening door Hûs en Hiem is de gemeente een vergoeding verschuldigd die via de gemeentelijke leges wordt doorberekend aan de vergunning aanvragers. Er is dus geen vaste gemeentelijke bijdrage.

Lasten in 2016: € 49.457.

Risico’s die de gemeente loopt.

De risico’s zijn in beginsel niet heel groot. Wel is er een inherent risico bij een gemeenschappelijke regeling dat alle deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten.

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma 8 Bouwen, wonen en gronden.

 

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

GR Exploitatiemaatschappij Bedrijvenpark Drachten te Drachten.

Te behartigen openbaar belang.

Het te behartigen belang is het ontwikkelen en exploiteren van het bedrijvenpark Drachten en het verzorgen van een optimale afstemming van alle hiermee samenhangende aspecten en bevoegdheden van de beide deelnemers, de gemeente Smallingerland en Opsterland.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

50 %

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen per 01-01-2016: niet van toepassing.

Eigen vermogen per 31-12-2016: niet van toepassing.

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen per 01-01-2016: € 13.470.000.

Vreemd vermogen per 31-12-2016: € 12.411.000.

Het resultaat.

€ nihil.

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Algemene bijdrage: niet van toepassing.

Betaling voor verrichte diensten in 2015: niet van toepassing.

Risico’s die de gemeente loopt.

De prognoses van de resultaten zijn gebaseerd op aannames (restant looptijd, tempo van verkopen, fasering woonrijp maken). De verwachtingen, waar de resultaten op zijn gebaseerd zijn zo goed mogelijk onderbouwd. Echter hoe langer de looptijd (in dit geval tot 2030) van de exploitatie, hoe minder betrouwbaar de prognoses en dus ook het berekende resultaat zijn.

Beide gemeenten zijn op basis van de afgesproken verdeelsleutel aansprakelijk voor eventuele verliezen. Al gerealiseerde winsten worden binnen de exploitatie gehouden ter dekking van eventuele risico’s. De gemeente Smallingerland heeft in de jaren 2012-2013 2,6 miljoen als gevolg van een voorzienbaar tekort. Daarmee gaan we er op basis van de huidige verwachtingen vanuit dat er sprake is van een minimaal kostendekkende exploitatie.

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma 2 Verkeer en vervoer.

  

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

Caparis NV te Drachten.

Te behartigen openbaar belang.

Het in opdracht van de Sociale werkvoorziening Fryslân uitvoeren van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en de uit deze wet voortvloeiende wettelijke voorschriften voor de deelnemende gemeenten.

Bij Caparis NV kunnen mensen die in aanmerking komen voor een WSW-dienstverband te werk gesteld worden. Voor een deel van de WSW-ers is het niet haalbaar om bij een private of publieke organisatie te werken. Voor dat deel van de populatie is door de 8 gemeenten van de gemeenschappelijke regeling Sociale werkvoorziening Fryslân in 2001 de Caparis NV opgericht.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

De wetgeving is per 1 januari 2015 veranderd. Dit heeft gevolgen voor de uitvoering van de wetgeving door Caparis NV.

Zeggenschap

De aandeelhouders hebben zeggenschap via het stemrecht op de aandelen. Opsterland bezit 3.465 aandelen (7,77%).

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen per 01-01-2015 € 5.668.000.

Eigen vermogen per 31-12-2015 € 10.131.000.

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen per 01-01-2015: € 14.983.000.

Vreemd vermogen per 31-12-2015: € 13.210.000.

Het resultaat.

2015: € 4.463.000.

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Algemene bijdrage: € nihil.

Betaling voor verrichte diensten in 2015: € 641.000.

Risico’s die de gemeente loopt.

Risico’s op korte termijn ontstaan door tegenvallende bedrijfsresultaten. Als gevolg van de economische crisis stagneerde een aantal jaren het binnenhalen van werk tegen een goed tarief. De bedrijfsresultaten over 2012 waren voor het eerst weer positief. Hoe langer de periode duurt waarin het onduidelijk is wat in de toekomst van Caparis NV verwacht wordt door de 8 gemeenten die in GR-verband als opdrachtgever fungeren, des te lastiger het voor Caparis NV is en wordt om een financieel gezonde bedrijfsvoering te realiseren. Door de aanhoudende onduidelijkheid bestaat het risico dat er opnieuw exploitatietekorten ontstaan. Bij een faillissement valt het aandelenkapitaal van € 3.465 weg en moeten kosten worden gemaakt om de uitvoering van de wetgeving op andere wijze te continueren.

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma's 5 Sport, cultuur en recreatie; 6 Sociaal domein; 7 Volksgezondheid en milieu.

 

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

NV Afvalsturing Fryslân (AF) en NV Fryslân Miljeu (FM) (beide Omrin) te Leeuwarden.

Te behartigen openbaar belang.

Het te behartigen openbaar belang is het voor de aandeelhoudende Friese gemeenten inzameling en verwerking van afval.

De NV Afvalsturing zorgt voor de afvalverwerking. De NV Fryslân Miljeu voor de inzameling. Omrin is de handelsnaam van beide NV’s.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

De aandeelhouders hebben zeggenschap via het stemrecht op de aandelen. Opsterland bezit 120 aandelen in de NV Afvalsturing (4,00 %) en 11.381 in de NV Fryslân Miljeu (8,10%).

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen per 01-01-2016: € 43.108.000 (AF) en € 6.970.000 (FM). Eigen vermogen per 31-12-2016: € 44.721.000 (AF) en € 7.412.000 (FM).

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen per 01-01-2016: € 183.242.000 (AF) en €18.606.000 (FM). Vreemd vermogen per 31-12-2016: €168.058.000 (AF) en € 19.367.000 (FM).

Het resultaat.

2016: € 1.330.000 (AF) en € 1.116.000 (FM).

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Algemene bijdrage: € nihil.

Betaling voor verrichte diensten in 2016: € 2.948.858 (AF en FM).

Risico’s die de gemeente loopt.

De Restafvalstoffen Energie Centrale (REC) is in 2011 in gebruik genomen. Het niet volledig benutten van de capaciteit van de REC vormt op de langere termijn een risico voor de resultaten van de onderneming. Tot op heden heeft de REC bijgedragen aan lagere verwerkingskosten met als resultaat een lager tarief voor afvalstoffenheffing voor de inwoners. Voor de toekomst is dit dus niet zeker.

Bij een faillissement valt het aandelenkapitaal van € 54.454 (Afvalsturing) en € 75.119 (Fryslân Miljeu) weg en moeten kosten worden gemaakt om de uitvoering op andere wijze te continueren.

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma's 2 Verkeer en vervoer; 7 Volksgezondheid en milieu.

  

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

NV Bank Nederlandse Gemeenten te Den Haag.

Te behartigen openbaar belang.

BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

De aandeelhouders hebben zeggenschap in de BNG via het stemrecht op de aandelen. Opsterland bezit 66.651 aandelen (0,12 %) op 31-12-2015.

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen per 01-01-2016 € 4.163 miljoen.

Eigen vermogen per 31-12-2016 € 4.468 miljoen.

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen per 01-01-2016: € 145.328 miljoen.

Vreemd vermogen per 31-12-2016: € 149.514 miljoen.

Achtergestelde schulden per 01-01-2016: 31 miljoen.

Achtergestelde schulden per 31-12-2016: 31 miljoen.

Het resultaat.

Netto winst 2016: € 369 miljoen (2015: € 226 miljoen).

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Algemene bijdrage: niet van toepassing.

De gemeente ontvangt jaarlijks een dividend. Over 2015 was dit:

€  109.308.

Betaling voor verrichte diensten: niet van toepassing.

Risico’s die de gemeente loopt.

De BNG is een solide bank in handen van overheden met een beperkt statutair werkterrein. Dit biedt financiers vertrouwen. De bank heeft een uitstekende toegang tot financieringsmiddelen tegen scherpe prijzen.

Bij een faillissement valt het geplaatst/gestort aandelenkapitaal van € 151.225 weg en moeten kosten worden gemaakt om de uitvoering op andere wijze te continueren.

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma 0 Bestuur en ondersteuning.

 

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

BV Publiek Belang Elektriciteitsproductie te Den Bosch.

Te behartigen openbaar belang.

 

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

De aandeelhouders hebben zeggenschap via het stemrecht op de aandelen. Opsterland bezit 34.746 aandelen in de PBE (0,02 %).

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen per 01-01-2016 € 1,58 mln.

Eigen vermogen per 31-12-2016 € 1.64 mln.

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen per 01-01-2016: € 118.063

Vreemd vermogen per 31-12-2016: € 50.833.

Het resultaat.

Er is in 2015 een winst behaald van € 58.949. Dit bedrag is toegevoegd aan de algemene reserve van de BV.

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Algemene bijdrage: niet van toepassing.

Betaling voor verrichte diensten: niet van toepassing.

Risico’s die de gemeente loopt.

De boekwaarde van de aandelen is verwaarloosbaar, namelijk € 1,-.

Het risico is nihil.

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma 0 Bestuur en ondersteuning.

  

 

Naam en vestigingsplaats

 

 

CBL Vennootschap BV en CSV Amsterdam BV beide te Den Bosch..

Te behartigen openbaar belang.

Deze twee BV’s zijn van tijdelijke aard en handelen reserveringen voor risico’s en verstrekte leningen aan derden van het voormalige Essent af.

Veranderingen in het belang dat de gemeente heeft.

Er zijn geen veranderingen geweest.

Zeggenschap

De aandeelhouders hebben zeggenschap via het stemrecht op de aandelen. Opsterland bezit 464 aandelen in elke BV (0,02 %).

Het eigen vermogen.

Eigen vermogen CBL per 01-01-2016: $ 9,46 mln.

Eigen vermogen CBL per 31-12-2016: $ 827.130 mln.

Eigen vermogen CSV per 01-01-2016:. -/- € 42.078.

Eigen vermogen CSV per 31-12-2016: € 3.209.046

Het vreemd vermogen.

Vreemd vermogen CBL per 01-01-2016: $ 445.265.

Vreemd vermogen CBL per 31-12-2016: $ 156.076.

Vreemd vermogen CSV per 01-01-2016: € 50.162

Vreemd vermogen CSV per 31-12-2016: € 170.799

Het resultaat.

Resultaat 2016 CBL:  $ 156.456 verlies..

Resultaat 2016 CSV: € 3.251.124 winst.

De resultaten zijn ten laste van of onttrokken aan de algemene reserves van de BV’s.

De geraamde financiële bijdrage van de gemeente.

Algemene bijdrage: niet van toepassing.

Betaling voor verrichte diensten: niet van toepassing.

Risico’s die de gemeente loopt.

De boekwaarde van de aandelen is verwaarloosbaar, namelijk in elke BV € 5.

Het risico is nihil.

Programma waaronder deze verbonden partij valt.

Programma 0 Bestuur en ondersteuning.

 

Grondbeleid

Grondbeleid

Uitgangspunten

De hoofdlijnen van het grondbeleid zijn vastgelegd in de nota grondbeleid. Het grondbeleid heeft voornamelijk invloed op en samenhang met de realisatie van het programma wonen en werken. Daarnaast heeft het grondbeleid een grote invloed op de vermogenspositie van de gemeente. De incidentele baten en lasten die voortvloeien uit de bouwgrondexploitatie maar ook de daarmee samenhangende financiële risico’s zijn van invloed op algemene financiële positie van de gemeente.

In de nota grondbeleid is vastgesteld dat de keuze voor het voeren van een actief of faciliterend grondbeleid bij het ontwikkelen van nieuwe locatieplannen jaarlijks gedaan wordt in deze paragraaf grondbeleid van de begroting. Evenals in voorgaande jaren zal in 2018 een (terughoudend en voorzichtig) actief grondbeleid gevoerd worden, omdat de gemeente de regie wil blijven voeren over de ontwikkelingen in de woningbouw en de openbare ruimte. In nagenoeg alle dorpen zijn op dit moment gronden in eigendom voor woningbouw. De ontwikkelingen op het gebied van bedrijfsvestigingen concentreren zich in de dorpen Gorredijk en Wijnjewoude. Het bedrijventerrein Drachten-Azeven valt onder de gemeenschappelijke regeling en valt dus buiten het kader van deze paragraaf.

 In financieel opzicht wordt een voorzichtige koers gevaren:

  • de voorraad grond die niet in exploitatie is genomen wordt gewaardeerd tegen de boekwaarde per 1 januari 2017;
  • exploitaties worden financieel behoudend opgezet. Bouwrijp maken gebeurt pas nadat verkopen van kavels binnen een plan substantieel zijn overeengekomen.
  • winstbepaling en winstneming vindt plaats volgens de geldende verslaggevingsvoorschriften (BBV).
  • de algemene reserve geeft dekking aan de risico’s.

Kaderstellende documenten

Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet (2017).
Nota grondbeleid.

Ontwikkelingen grondbedrijf

 

  1. Economische situatie en meerjarenperspectief

    In 2018 en de daaropvolgende jaren zal de totale resultaatprognose zich stabiliseren ten opzichte van de prognose in de begroting van 2017. Door de aantrekkende woningmarkt is er een lichte toename van de vraag naar (koop-)woningen. In de begroting van 2018 en in het meerjarenperspectief 2019-2021 zijn de verkopen behoedzaam geraamd.

  2. Bouwgrond in exploitatie (BIE)

    Er zijn, verspreid over de verschillende dorpen, tien bouwgrondcomplexen in exploitatie (BIE) bestaande uit woningbouwlocaties en het bedrijventerrein Gorredijk industrie (Overtoom en Tolbaas). De boekwaarde was per 31 december 2016 circa € 3,5 miljoen inclusief de gevormde voorzieningen voor de complexen Gorredijk industrie en Tijnje Riperwâlden (totaal circa € 0,6 miljoen).

    Prognose van het meerjarige resultaat

    Het verwachte exploitatieresultaat voor de BIE is € 4,0 miljoen (voordelig) en is gebaseerd op recente verkoopprognoses. In de tijd uitgezet zullen de resultaten naar verwachting als volgt worden gerealiseerd:

    Verwachte exploitatieresultaten in miloenen euro's
    in het begrotingsjaar 2018 0,8
    in de jaren 2019 t/m 2021 2,6
    in de jaren ná 2021 0,6
    Totaal 4,0
  3. Belangrijke ontwikkelingen/wijzigingen in de prognose van het resultaat

    Het verwachte resultaat vanaf 2018 in de Bouwgronden In Exploitatie (BIE) is in totaal € 0,4 miljoen lager dan in de begroting van 2017. De daling van de resultaatprognose wordt veroorzaakt door  lagere verwachte verkoopopbrengsten in de meerjarige prognose en door de begrote winstnemingen in 2017.

  4. Algemene risico’s in de grondexploitatie

    Het nemen van risico’s is inherent aan de bedrijfsvoering van grondexploitaties. De volgende risico’s zijn van belang:

    - conjunctuur- en renterisico’s, waardoor de vraag naar bouwgrond kan afnemen en renteverliezen kunnen ontstaan;
    - verandering in woon- en werkvoorkeuren en behoeftes, tussen het tijdstip van het tot stand komen van het plan en het moment van aanbieden van de bouwgrond, waardoor het product niet meer aansluit op de vraag;
    - het niet tijdig kunnen verwerven van gronden en het stijgen van aankoopprijzen;
    - milieurisico’s;
    - planschadeclaims;
    - hogere prijsstijgingen en lagere opbrengststijgingen dan voorzien in exploitatieberekeningen;
    - archeologische risico’s;
    - het niet kunnen krijgen van voldoende woningbouwcontingenten.

    Zoveel mogelijk wordt getracht om deze risico’s te ondervangen door middel van het doen van marktonderzoeken, te zorgen voor flexibiliteit, vroegtijdige verwerving, etc. in de planontwikkeling. Daarnaast wordt de ontwikkeling van de in exploitatie zijnde complexen ten opzichte van de door de gemeenteraad vastgestelde kostprijsberekeningen jaarlijks beoordeeld. Desondanks blijven er risico’s daarom is het noodzakelijk middelen beschikbaar te hebben voor financiële tegenvallers. Overigens kunnen zich ook meevallers voordoen met betrekking tot bovenstaande aspecten.

  5. Actuele risico’s in de bouwgrondexploitatie

    In de lopende grondexploitaties is altijd het risico aanwezig dat toekomstige gebiedsontwikkelingen minder winstpotentie zullen hebben dan verwacht, bijvoorbeeld doordat de boekwaarden te hoog opgelopen zijn door alle gecumuleerde kosten of door tegenvallende verkopen.

    Verwachte totaalresultaten lopende complexen
    (bedragen x € 1.000) voordelig nadelig looptijd
    Woningbouwlocaties:      
    Frieschepalen  - De Skâns 9 -   2020
    Gorredijk - Loevestein fase 4 - west 38 -   2020
    Hemrik - Fabryksleane 294 -   2019
    Lippenhuizen - De Wiken 620 -   2018
    Terwispel - Kolderveen 37 -   2019
    Tijnje - Riperwâlden   50 2019
    Ureterp - Noord 429 -   2020
    Ureterp - De Hege Kamp 3.029 -   2026
    Wijnjewoude - Zuidwest 150 -   2019
    Totaal woningbouw  4.606 50  
    Bedrijventerreinen:      
    Gorredijk - Industrie -   530 2027
    Totaal bedrijventerreinen -   530  
    Totaal 4.606 579  
    Saldo resultaatprognose 4.027